zaterdag 26 mei 2012

't Schepsel beeft en staat verwonderd, als de God der ere dondert!

Morgen is het Pinksteren, een herinnering aan dat God Zijn Geest heeft gestuurd om ons te leiden, om ons kracht te geven om door te gaan. Vlammen, bliksem, onweer, het verstaan en spreken van allerlei talen. Ja, dat zijn echt de wezenlijke dingen waar wij hier in Benin steeds weer mee worden geconfronteerd. Steeds weer zoeken, bidden en vertrouwen dat Gods Geest echt in ons werkt,  dat Hij naast ons staat en dat het goed is. De talen om ons heen die wij niet verstaan  of spreken en zo graag willen spreken, het weer dat zo warm is en dan weer een ontzettend grote regenstorm, met donder en bliksem. Je voelt zo gauw je onmogelijkheden in een situatie als hier. Ik voel me vaak zo klein en zwak en ben dan zo verwonderd hoe groot God is, en dat Hij mij, klein, onnozel mensje, toch steeds wel ziet!

Afgelopen donderdag was het 24 mei, alweer een maand geleden gingen we naar Nederland voor een korte vakantie. Inmiddels zijn we al weer terug en we hebben bijna het gevoel nooit weg geweest te zijn. Dat kan een goed teken zijn of een minder goed teken.
Dinsdag hebben we Richard, onze collega, uitgezwaaid, hij is nu tot 7 augustus in Nederland. Wianne, zijn vrouw en hun twee kinderen zijn er al sinds 24 april. Ze zijn in Nederland omdat ze een derde kindje verwachten in juni. Wij zijn de komende (bijna) drie maanden dus  zonder collega’s. Dat zal wel even wennen zijn. We hebben normaal veel contact per telefoon, email en we gaan er eens per twee weken heen, voor de gezelligheid, voor bepaalde afspraken, om elkaar te ondersteunen,  voor teambesprekingen en even met mensen met dezelfde achtergrond, niveau en gewoonten te door te brengen.   Het kan hier soms behoorlijk eenzaam zijn, ondanks dat er vaak wel mensen om je heen zijn, het voelt een beetje zoals koningin Wilhelmina het omschreef in haar boek  ‘Eenzaam, maar niet alleen’.  Ondanks dat er mensen zijn, die om je geven, met en voor je werken,  is het toch op een ander niveau,  je bent gewoon niet zoals ze en zij hebben ook hun eigenleven hier, dat zo heel anders dan de onze is. Gelukkig is Joe er en we hebben het samen goed. En God is bij ons!!

Op donderdagochtend zijn we met Moise (de blinde ouderling) naar het blindeninstituut geweest, waar hij een paar jaar geleden een poos heeft doorgebracht. Hij heeft daar braille en mattenvlechten geleerd. Hij leidt een gemeente nu en hij heeft een eigen klein mattenvlechtateliertje (met een apprentis). Hij wilde graag uitvinden of hij een officieel diploma kan krijgen. Hij heeft daar n.l. maar een jaar gezeten en officieel moet je twee jaar daar zijn voor een diploma. Ik vind trouwens dat hij zich wel bewezen heeft, als kerkleider en als mattenvlechter! Maar een diploma zou wel heel mooi zijn om aan de wand van zijn kleine atelier te hangen.
In dat instituut zit ook een klein meisje, Esther, uit een van onze gemeenten. Een meisje van ongeveer 6 jaar, blind en ver weg van haar familie. We hebben haar in het begin van het schooljaar bezocht en nu weer, wel een verschil. De vorige keer was ze erg verdrietig, nog maar kort daar op school. Nu zat ze in de klas, braille te leren, samen met haar klasgenootjes en het leek goed. De zuster vertelde ook dat het goed met haar gaat. Mooi werk dat de mensen  op dat instituut daar doen. Opgezet door de R.K.Kerk, gerund door de ‘soeurs’, de zusters, ze werken voor God en dat is zeker! In elk lokaal een klein groepje leerlingen, met een leraar (res), een paar van de leraren waren ook blind. Er waren ook ateliers, plekken waar er een bepaalde handarbeid werd aangeleerd. Stoelen vlechten, matten vlechten, tassen en netten haken/knopen. Sommige van de leerlingen stoppen met school als ze de basisschool af hebben, maar sommigen gaan naar de lokale middelbare school en zelfs naar een college of zelfs universiteit. Mooi en dankbaar werk, maar vergeleken met Nederland is dit echt behelpen, met heel weinig. Ik heb heel veel respect voor de mensen die daar werken en ze verdienen ons gebed, zeker!

Gisteren, vrijdag, zijn we met Samuel, iemand van de kerk, op pad geweest om wat gemeenten te bezoeken. Dat doen we zo nu en dan om de verschillende gemeenten beter te leren kennen en beter te kunnen vinden, want dat is soms moeilijk! Al die kleine weggetjes, zonder aanwijsborden waar de dorpjes zijn! Joe kan trouwens al heel wat dorpjes zelf vinden, echt goed hoor, ik ben steeds maar blij dat hij daar zo goed in is. We zijn nog nooit verdwaald. We zijn ook erg blij met onze auto, de Toyota HighLux, die brengt ons overal heen, door water- en modderpoelen, grote gaten in de weg, hobbels en bobbels en hij heeft zelfs airco!
Bij het eerste dorpje heeft een jongen ons wat rond geleid door het dorp, we hebben de kerk bekeken, met wat mensen gepraat. We hebben de oma van een meisje, dat in het begin van onze tijd hier was overleden aan aids, ontmoet en even gesproken en bemoedigd. Zo’n lief vrouwtje en zo’n verdriet in haar leven, haar dochter en kleindochter, beiden overleden aan aids.
Bij het volgende dorpje was de leider niet aanwezig, maar een jongen heeft ons naar een ‘camp de priere’ gebracht. Eerst een hele lange, mooie wandeling, door de wildernis, langs akkers waar mensen druk aan het werken waren, door bossen van palmbomen. Wat kan Afrika toch mooi zijn! Heel rustig en vredig, we hoorden de vogels zingen,…. en daar in het midden van het palmbos, was een groepje mensen, samen de bijbel aan het lezen/luisteren. Elke vrijdagochtend doen ze dat, dan komen ze samen om te leren, te bidden en te zingen. Een van de leiders van de gemeente, met wat mensen die op de akkers daar werken. We hebben het even mogen meemaken. Ze wilden het gaan vertalen in het frans voor ons. “Nee, ga gewoon door in jullie eigen taal, het Adja, , wij vinden het al mooi om er even bij te zijn!” en het was mooi om mee te maken. Gods Geest werkt ook zeker hier in de palmbossen van Benin! En de Geest spreekt alle talen! Misschien leert Hij het ons ook nog wel eens!
Het is goed om langs te gemeenten te gaan, om te leren kennen, om de afstand iets kleiner te maken, om te laten zien dat wij naast hen staan. We hebben nog even gesproken en hen bevestigd en hen bemoedigd. Naast hen staan, het lijkt dan dat we maar weinig doen, maar we merken dat dit al goed is, het wordt heel erg gewaardeerd.

Gisteravond zouden we naar een dorpje gaan, waar een evangelisatieweekend dit Pinksterweekend wordt georganiseerd. Gisteravond begon het evangelisatieweekend, we wilden het meemaken, even weer bevestigen, meeleven….. Maar het is niet doorgegaan…. door overmacht, zou je kunnen zeggen, maar eigenlijk is het beter om te zeggen door Gods grote macht, want dat was deze wolkbreuk, dit onweer!  ‘Het rolde en klaterde door de lucht!’
Om ongeveer vijf uur kwam er een hele donkere lucht aan en even later begon het te waaien en toen begon de onweer en regen! Echt, het viel als bakken uit de hemel en de donder en bliksem waren eng en toch heel mooi! De elektriciteit viel uit, het huis begon te lekken, de veranda liep vol en het water stroomde de woonkamer in. François, de bewaker, hielp ons met water weg te scheppen, te dweilen, het was  echt ‘dweilen tegen de stroom in’ en het was ook nog donker aan het worden. Het is gelukkig weer droog geworden, de elektriciteit  ging weer aan en alles is behoorlijk opgedweild. De hele avond heeft het wel door gebliksemd en gedonderd. Heel mooi eigenlijk, prachtige , grillige strepen door de donkere hemel, donder op de achtergrond. Wat een macht, ook dit is Gods grote werk! Het deed me aan psalm 29 denken, zoals we het vroeger zongen: ‘Het schepsel beeft en staat verwonderd, als de God der ere dondert!’
Vanmiddag gaan we naar de ‘preformation’, de tweewekelijkse cursus voor toekomstige leiders van de kerk. Pasteur Théophile geeft een les in textueel preken, (niet een onderwerp kiezen en daar een tekst bij zoeken, maar een tekst uitzoeken en daar Gods bedoeling in vinden voor ons nu en hier) en Joe(Pasteur Johan) geeft ook een les, zijn thema is bijbels preken, en dan een voorbeeld en stappen om planmatig te preken. Ik zit er gewoon bij,  ik vind het reuze interessant om mee te maken. Aan het einde van de les krijgt iedereen een gratis maaltijd aangeboden, gemaakt door Bertine, de vrouw van de gemeenteleider in Kpodaha, om met een volle buik weer huiswaarts te gaan. Het is mooi om te zien, dat zoveel mensen deze cursus willen volgen. Het is bedoeld om te zien wie de driejarige opleiding kerkleider kan gaan volgen bij de IBB in Cotonou. Dat is nou de bedoeling, leiders te vinden en op te leiden om hier het werk in de kerken te doen. Wij zijn buitenstaanders, wij willen helpen om deze kerken zelfstandig en zelfredzaam te maken. Zelfredzaam zijn we natuurlijk nooit, we zijn altijd van elkaar en van Hem afhankelijk! (dat is trouwens moeilijker voor ons, westerse mensen, om te accepteren, dan voor mensen hier. Wij hebben heel snel het gevoel dat we een ander niet nodig hebben!). Dat is ook Gods almacht; kleine mensen sterk te maken, geloof en wijsheid door Zijn Geest te geven. Wij kunnen daar misschien een  heel klein beetje aan meehelpen,  Zijn voorbeeld te volgen en Zijn liefde hier te delen en naast de gemeenten te staan (en dat vind ik soms al een moeilijke taak) en dat kunnen we alleen maar doen  met de hulp van Zijn Geest.
En zo begint psalm 29 ook, om dat te erkennen: ‘Erken de Heer, o goden, erken de Heer en Zijn macht en majesteit’ en de psalm eindigt met: ‘de Heer zal Zijn macht aan Zijn volk verlenen, de Heer zal Zijn volk zegenen met vrede!’

Moge de vrede van Pinksteren zijn met jullie allemaal!
Liefs, Marijke

zaterdag 19 mei 2012

Onze taak op ons nemen, hier en in Nederland…


Vandaag is het zaterdag, alweer een week terug van Nederland.

Het was goed om even voor 2 1/2 weekjes in Nederland te zijn!

Heel goed om de kinderen, kleinkinderen, familie, vrienden en ons huisje in Kolham weer even te zien. Mijn verjaardag daar even te vieren, naar de kerk te gaan, mensen bezoeken en ontmoeten.

Even op een afstandje alles  eens bekijken, even een pauze nemen en reflecteren……

Dat was goed voor ons en dan ook nog een goed gesprek met onze coördinatoren van de DVN, dat was voor ons ook belangrijk.

Het is goed dat we hier in Benin zijn, God heeft ons hier echt geplaatst met de gaven en ervaringen die we hebben. We hebben inmiddels heel wat dingen meegemaakt in Benin en voelen dat we er sterker doorheen gekomen zijn.

Hier ligt dus nu een taak, beginnen we te merken, maar wel op onze manier, niet in de voetsporen van voorgangers of zo, maar met onze eigen achtergrond, levenservaringen,  gaven en uitdagingen. Werken, leven en uitdragen op onze eigen manier, wat bij ons past, hoe God ons gemaakt heeft!

We zijn in Nederland bevestigd met hoe we hier werken en ‘zijn’ en het heeft ons een soort rust en doel gegeven.

Ons werk ligt nu hier, in Benin. We zijn hier om te ondersteunen, er voor de kerk hier te zijn en voor  de omgeving, in navolging van Jezus. Het werk begint wat op zijn plek te vallen, merken we.

Maar we merken ook, dat dat niet alles is!  Ja, wel een hele grote opdracht, die we heel serieus moeten nemen, maar God heeft ons ook een gezin gegeven, die niet met ons is meegekomen, die in Nederland en Canada wonen en waar we heel veel van houden en om geven. Dat is ook een stuk van ons,  iets wat door God aan ons is gegeven, waar we ook onze verantwoordelijkheid en liefde voor hebben en moeten hebben.  

Dat wisten we allemaal wel, maar we probeerden om tegen onze natuur in, ons voor te houden dat Benin vanaf nu onze plek zou gaan zijn en ons thuis moest gaan worden.

We zijn inmiddels heel blij dat we ons huisje in Kolham nog hebben en we zijn er achter gekomen dat dat ons thuis nog steeds is en mag zijn!

Ons thuis is daar, ons werk is hier. Wij hebben zo veel van de Heer gekregen dat ons lief is in Nederland (en Canada) en dat hoeven we niet te onderschatten, het is een Godsgeschenk en dat mogen we ook niet onderschatten. Ook dus een taak voor ons daar!

We zijn hier voor het werk, we hebben hier een kerk die we ondersteunen, waar we ons best voor gaan doen: ‘Capaciteitsversterking van kerkleiders zodat die in woord en daad de gemeenteleden kunnen voorgaan in het leven met Christus waardoor de ERCB blijft groeien in geloof en in aantal’. Uitzoeken hoe we daar met de christenen om ons heen aan kunnen werken.
Dus ons ‘eigen plekje’ is ook nog Nederland. Nu is ons idee dat we onze verlofweken en vakantieweken zo veel mogelijk dichtbij onze familie gaan  doorbrengen.  Al die weken samen worden dan ongeveer twaalf weken per jaar. Ons plan is nu dat wij elk jaar in het voorjaar en in het najaar 6 weken weg zijn uit Benin. Het plan is dan dat we 4 ½ maand hier werken, 6 weken weg en dan weer 4 ½ maand werken in Benin. Het voelt goed en het werkt voor ons, denken we, ook goed. De 4 ½ maand hier kunnen we dan doelbewust inplannen voor afspraken, ontmoetingen, vergaderingen, bijeenkomsten, cursussen, bezoekjes. Twee keer zes weken in Nederland, voor de kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden, contacten en ontmoetingen met de zendende kerken en DVN.
En dan vallen er dingen in hun plaats, hier op ons werk, we merken het nu al weer. Verscheidene mooie dingen zijn er deze eerste week al weer gebeurd. Gesprekken met allerlei mensen, een bezoek aan de onderwijsinstelling waar onze kerkleiders cursussen volgen, het plannen van cursussen en bijeenkomsten.
Ook een speciaal gesprek met Raoul, van de instelling voor ‘les malades’, ‘de tuin van Toyo’. Wij wilden hem spreken en hij wilde ons spreken, hij belde ons, toen we hem net wilden bellen. Hij is zo blij met onze aandacht voor ‘zijn’ mensen. Er is zo weinig aandacht voor deze mensen, geen activiteiten. Deze instelling wordt gerund door Raoul en zijn vrouw en de rest van de mensen die daar werken zijn oud-patiënten, die graag willen helpen en er daardoor blijven werken en zelfs blijven wonen. De activiteiten die daar nu in de instelling door de ‘cliënten’ gedaan worden is nu eigenlijk voor zelfsufficiëntie,  op zich wel heel goed. Zichzelf, zo veel mogelijk, onderhouden, door het werk in de tuinen, het naaien van eigen kleding op de naaiatelier, maar ook met elkaar koken, wassen, elkaar wassen, aankleden, schoonhouden van het gebouw en binnenplaats. Zo goed als ze het kunnen, natuurlijk en met heel wat gebreken, hoe kan  het ook anders! Je houdt het niet voor mogelijk, hoe zoiets zonder subsidies van de regering kan lopen. Gelukkig zijn er liefdadigheidsorganisaties in Westerse landen die wat geld sturen en meedenken, maar toch..
We hebben met Raoul  besproken wat onze plannen zijn, bijvoorbeeld mensen in onze kerken bewust maken van het bestaan van deze mensen. Samen daar de mensen bezoeken, samen zingen, maar ook praten over mensen die een verstandelijke of psychische beperking hebben. Wij zijn van plan om in ieder geval wekelijks een ochtend daar te blijven komen, met de mensen te praten en  iets met ze doen. Raoul was daar erg blij mee en ook met het idee om mensen bewust te maken en laten zien dat dit ook medemensen zijn , ontroerde hem. Hij was ook enthousiast over het idee om zo nu en dan een soort  ‘dienst’ te houden op een zondag, met een kort verhaal en samen zingen. Ook was hij erg blij te horen dat we met mensen in Nederland en Canada over hen praten en misschien iets voor hen kunnen gaan beteken, het hoeft niet persé financieel, maar ook in aandacht en gebed. Kunnen jullie meedenken wat wij nog meer zouden kunnen betekenen en ook meebidden voor deze mensen hier en overal in Benin, Afrika en overal op de wereld?
Dat is weer een van de mooie dingen, die God op onze weg plaatst. Daar hoef je niet voor naar Benin te gaan.  Iedereen, waar die maar woont, kan weer mooie dingen zien, om aan te denken, voor te bidden, voor te werken.
Gods zegen op jullie taak in het volgen van Jezus en in het zien van de mooie dingen die op je weg zijn geplaatst. Liefs, Marijke J