zaterdag 30 november 2013

Afscheid

Daar zijn we dan, terug in Nederland, na een paar drukke weken, de kist ingepakt met onze spullen en op weg naar Nederland….en er was dat onontkoombare afscheid!
Afscheid is iets wat ik liever ontwijk, gewoon weggaan, zonder echt officieel afscheid te nemen doe ik liever, maar…… het moet op een gegeven moment wel echt gebeuren!
Vaak werd er al een poosje gezegd “O, jullie gaan snel weg hè, we moeten nog wel afscheid nemen hoor?”, “Ja hoor, we zien jullie vast nog wel!” was mijn antwoord dan, “Dat komt nog wel!”, maar op het laatste moest het toch echt wel gebeuren.

De eerste keer dat ik het echt officieel moest doen, was in Deve, bij het naaiatelier van Solomon. Afscheid, van al de apprentis, een hand, een knuffel en « Au revoir, que Dieu vous bénisse! »
En toen zat daar Nanavi, tussen haar collega’s in, trots bezig te oefenen op een oefenlapje, met het knopen aannaaien, knoopsgaten maken, voorbereidingen op het werk wat ze straks echt gaat leren, als leerling naaister. En toen voelde het ineens menens, ik moest afscheid nemen van haar. Ze is inmiddels een beetje ‘onze’ Nanavi geworden, ja, dit is echt afscheid, we zien haar misschien nooit meer! Het ging prima, een knuffel, geen tranen…..
Maar de volgende dag kwam haar vader helemaal naar Dogbo, bij ons thuis, Nanavi was erg verdrietig geweest na het afscheid, ze had erg gehuild. Nu had hij een dringende vraag voor ons: “Zouden jullie Nanavi mee kunnen nemen naar Nederland? Er is daar veel meer toekomst voor haar dan hier, Nanavi wil zelf heel graag!”  Wat een vraag! “Ach, ……dat kan echt niet, we kunnen niet zo maar iemand meenemen naar Nederland. De wetten daar zijn zo dat je heel moeilijk een visum kunt krijgen en het is ook erg duur!” “Jullie zouden haar ook wel kunnen adopteren, wij gaan daarmee akkoord en Nanavi ook!” haar vader zei het met tranen in zijn ogen. Maar nee, het kan gewoon niet en we willen dat ook niet, Nanavi heeft hier haar leven en haar familie en wij hebben daar ons leven en onze familie. Wat wij voor Nanavi gedaan hebben is het enige wat we voor haar kunnen doen! Of misschien wel, willen doen!
Maar is dat niet hartverscheurend? Een vader die ons dat zo vraagt? Ja, er is voor iemand zoals haar veel meer toekomst in Europa dan in zo’n land als Benin, maar…… het kan gewoon niet!
Vrijdag zijn we voor de laatste keer naar het opvanghuis in Madjrè geweest. De meeste bewoners wisten dat het de laatste keer zou zijn, dat we zouden komen, om afscheid te nemen. De stoelen stonden klaar, ze waren al begonnen met zingen en dansen, sommige bewoners waren erg verdrietig. Het was goed om daar nog even te zijn, nog eens met ze te zingen, te dansen, te bidden, een knuffel te geven, hen te zegenen. “God is overal, Hij gaat met ons mee en Hij blijft hier, bij jullie!” “En wanneer zien we elkaar zeker weer terug?” “In de Hemel, bij Jezus!”. En zo is het! Een troost, want het is een tijdelijk afscheid, toch!
We hebben daar toen verteld dat we een heel mooi nieuwtje voor ze hadden. Wij gaan misschien wel weg, maar Mariette, die elke keer met ons meekwam, gaat nu voortaan juist vaker komen. (Onze familie in Nederland gaat het loon, wat ze nu bij ons verdient, gewoon doorbetalen). We hebben met goedkeuring van de leiding van het opvanghuis en met medewerking van de organisatie `Vrienden van Toyo´ , haar gedetacheerd om te werken in Madjrè. Ze gaat (we hebben zelf de mooie nieuwe functienaam bedacht) ‘CAH’ worden, ‘Coordonnatrice des Activités Hygiéniques’. Het begeleiden en het aansturen van alle activiteiten die met hygiëne te maken heeft. Het netjes en schoon houden van de slaapruimtes, het plekje waar er gekookt en gegeten wordt, het wassen en opruimen van de kleding, de persoonlijke hygiëne, douchen, wassen. Tot nu toe wordt dat door de bewoners zelf aangestuurd, en daar schort erg veel aan. Mariette gaat het niet voor ze doen, maar ze erbij helpen, aansturen, begeleiden. Ze gaat er per 1 december beginnen, 4 ochtenden per week. En er blijven ook mensen op donderdagochtend komen, zoals wij gedaan hebben.
De vrouwengroep van de kerk in Dogbo heeft ons beloofd op de donderdagochtenden iemand van hen met Joseph of Mariette mee te sturen, om net als ons te zingen, een Bijbelverhaal te vertellen, met ze te bidden. “Dus jullie worden echt niet vergeten!” Daardoor werd het afscheid een beetje minder verdrietig, er blijft bezoek komen!
Dit was voor mij het verdrietigste afscheid, ik houd inmiddels zo ontzettend veel van deze mensen! Mensen die zo afhankelijk zijn van een beetje aandacht, een beetje liefde…..
“Au revoir chèrs, chèrs amis, que Dieu soit avec vous tous!” Vaarwel lieve, lieve vrienden, God zij met jullie allemaal! Dag lieve Rebecca, Edo, Antoine, Andre, Sissi, David en iedereen daar!  Ook Raoul en zijn gezin, God gaat met jullie!
In de laatste week kwamen heel wat mensen even langs ons huis om afscheid te nemen, even vaarwel te zeggen. Vrijdagavond nog even naar een toneel ‘spectacle’ georganiseerd door de vrouwen van de RK kerk. De belangrijkste organisatoren waren een paar zussen en de moeder van Mariette. Het was hilarisch, ondanks dat de hoofdvoertaal Adja was!

We hebben al onze overgebleven meubels verdeeld over mensen waar we persoonlijk het meest mee hadden. Een grote tafel met stoelen, voor Grégoire en zijn gezin en ook voor Mariette en har gezin. We hebben gezegd tegen beiden “Jullie krijgen dit van ons, maar wel om te gebruiken als gezin, bijvoorbeeld om samen te eten, de bijbel als gezin te lezen, samen bidden, samen te praten, te spelen.” In Benin zitten gezinnen namelijk nooit samen om een tafel… en ze hebben beloofd om dat te gaan doen! Heel eerlijk hebben we geprobeerd van alles te verdelen.
Eén voorbeeld, ons IKEA woonkamersetje van twee tafeltjes met twee rieten stoelen. Die gingen naar François en zijn gezin. Toen we de laatste zondag even langs zijn huis wilden, zagen ze een groep van wel 15 mensen, groot en klein, voor zijn huisje staan die allemaal door het kleine raampje enthousiast naar binnen gluurden. “Wat doen al die mensen daar?” De hele buurt was uitgelopen om naar de nieuwe meubels te kijken, iedereen vond het zo bijzonder en mooi!
Zondag was er in ons lokale kerkje in Dogbo een vaarweldienst georganiseerd. Ze wilden eerst een heel groot feest van al de 14 kerkjes uit de Mono Couffo gaan organiseren. “Nee, liever geen groot afscheidsfeest voor ons. We zijn inmiddels overal al langs geweest. We hebben al veel mensen gegroet! Gewoon met onze gemeente hier in Dogbo, dat vinden wij fijner!” Joe preekte, Bertin had de leiding en de kerk was vol! Het koortje had een speciaal vaarwel lied in gestudeerd. “Johan en Marijke, que Dieu vous bénisse, rien ne nous séparera dans les mains de Jésus. Benin comme au Pays-Bas nous sommes tous le même. Au revoir chèr pasteur, que le Seigneur vous accompagne!” We kregen namens de vrouwengroep een mooie pagne, een mooie stuk Benins stof.  
Er waren wat mensen uit andere dorpjes, maar niet te veel. Het was mooi zo, samen zingen, samen luisteren, samen bidden en “Tot ziens broers en zussen, in ieder geval straks op de nieuwe aarde!”
Zondagavond waren we uitgenodigd om samen met Mariëtte’s gezin bij hen in het nieuwe huis te eten. Het begint er al zo mooi en zelfs gezellig uit te zien, met allemaal herkenbare dingen uit ons huisje. De tafel, gezellig gedekt, met lekker eten en we dronken zelfs een wijntje uit echte wijnglazen!
Een paar dagen ervoor hadden we het huisje ‘ingewijd’. Didi de moeder van Mariette was met ons meegekomen. Dat was allemaal even heel bijzonder en indrukwekkend. Mariette was helemaal ontroerd van dankbaarheid, en zong tussen haar tranen door een danklied aan God, die haar zoveel goede dingen geeft. We hebben samen gebeden en God Zijn zegen gevraagd over Mariette en haar gezin en over het nieuwe huis. Dag lieve kinderen van Mariette, dag Stephan, Louis, Synthia, Exaucé, dag lieve kleine Rabi!
Het huisje dat Grégoire voor Rosa aan het bouwen is, is nog niet klaar, maar wel bijna! We gaan hem missen en zijn gezin ook; Rosa, Sabine, Elodie, Dodji, Dieu-Aimé en kleine lieve Jurrientje! Ook nog even tijd genomen voor een afscheid van de gezinnen van onze bewakers.
Nog een laatste gesprek met Romain (en zijn nieuwe vriendin), met Théophile en zijn vrouw Helga. God blijft, daar kan de ERCB in ieder geval zeker op rekenen!
En maandag was de dag van vertrek. Gomaise, François, Joseph, Mariette en Grégoire, de mensen, die echt elke dag met ons waren, en wij, even napraten wat we de laatste twee jaar samen allemaal meegemaakt hebben, hoe fijn het zo samen was. Samen nog even door de mooie tuin lopen, de tuin die we in minder dan twee jaar zo mooi hebben gemaakt. Samen nog in de paillotte, even zingen, Joseph ging voor ons bidden, Joe bad voor hen die achter bleven. En toen, met Grégoire als chauffeur, reden we weg, de tuin uit, de poort door. Naar Cotonou, voor onze terugreis naar Nederland. Het finale afscheid..da-ag lieve allemaal!
Maar opeens……..daar reden ineens twee brommers voor ons uit, Mariette, met François achterop en Joseph met Gomaise, ze stoven ons voorbij en heel wat verderop, helemaal aan de uiterste rand van het dorp stonden ze, alle vier, onze lieve bewakers en Mariette!


Daar stonden ze, ons hartstochtelijk uit te zwaaien, nog even een knuffel, een traan. Dag allemaal, dag Dogbo, dag Benin!
Dit is echt het afscheid! Het zit er op, onze missie in Benin is voltooid, “Que Dieu vous benisse, lieve mensen van Benin!”
Heel veel liefs en God zegent jullie, Madame pasteur Marijke

Afscheid van mensen, van Benin en afscheid van mijn blogs.
Dus beste lezers, bedankt voor jullie interesse in ons leven in Benin! Jullie interesse in ons leven hier in Benin heeft ons goed gedaan!

Heel veel liefs van mij  en Gods zegen in jullie leven!

vrijdag 15 november 2013

De laatste weken...

……rare, onrustige weken, deze laatste weken in Benin en wat veel te regelen! Het afbouwen van het werk, het kantoor van DVN opdoeken, onze eigen spullen en de spullen die we overgenomen hebben van voorgangers moeten allemaal weg, ons huis met onze prachtige (zelf ontworpen) tuin weer opzeggen. Niks blijft achter, alleen wat spulletjes voor een klein kantoortje voor de ERCB. De auto is verkocht, een paar andere duurdere dingen worden verkocht, de rest gaat of met ons mee terug of worden weggegeven aan de mensen om ons heen. Van alle kanten wordt gevraagd of er nog spullen over zijn, voor hen zijn als cadeau. “Nee, we geven alles wat over is aan onze werknemers!”
De laatste vergaderingen zijn geweest. Langzamerhand nemen we echt afscheid, de laatste keren preken, afgelopen zondag in Noumonvihoue, a.s zondag in Vovokame en de laatste zondag hier in Dogbo. Afgelopen zaterdag de laatste keer les in het schooltje in Kpodaha. En omdat daar de zondagschoolleiders lessen volgen, hebben we hen een kinderbijbel met mooie plaatjes gegeven, als afscheidscadeau, om voor te lezen en te vertalen voor de kinderen van de zondagsschooltjes. Voor elk kerkje één, met als tekst, Spreuken 22: 6. ‘Instruis l’enfant selon la voie qu’il doit suivre; et quand il sera vieux, il ne s’en détournera pas’. Een verantwoordelijkheid voor de ouders, maar ook voor de oudere jeugd, om de kinderen voor te gaan en een voorbeeld voor ze te zijn.
En zo zijn we bezig met afronden. Ons werk van de laatste twee jaar, de eerste helft de boel hier leren kennen, de tweede helft alweer afronden……het was niet in ons plan, maar……..
Een rare paar weken voor ons nu, eigenlijk het laatste half jaar al, ook voor de mensen hier, hoe zal het straks gaan? Na 16 jaar begeleiding van aanwezige blanken, straks gaan ze het zelf doen, wel met begeleiding, maar op afstand, een ingrijpende verandering. Het moet ook, op een gegeven moment, dat was het plan ook, zo gaat het en het is goed zo.
Er wordt een nieuwe weg ingeslagen. Hoe de verdere begeleiding op afstand er precies uit gaat zien, wordt door de Benincommissie nu druk over vergaderd.
Financieel blijft de ondersteuning ook nog wel een poos doorgaan. Deze week is er iemand uit Nederland die een cursus geeft aan de penningmeesters, diakenen en anderen, hoe je kasboeken moet bijhouden, verslagen daarover moet maken, verantwoording moet afleggen, enzovoorts. Ook daar zijn wij nu druk mee, we bespreken hoe alles financieel hier tot nu toe gegaan is. Wat goed gaat en wat niet goed gaat, wat er veranderd zou moeten worden en hoe dat zou kunnen gaan. Dat zijn dingen die er bij horen, maar die we heel graag loslaten. Eigenlijk had zo’n financieel adviseur hier jaren geleden al deze cursussen moeten geven! Het regelen van allerlei financiële vergoedingen, de eeuwige vraag naar allerlei financiële ondersteuning, het gevoel dat wij hier de bankier van de kerk zijn in plaats van spirituele ondersteuning en kerkelijke opbouwwerk! Al die financiële besognes, die laten we met plezier toe aan de DVN/ GoWa en de mensen die daar nu voortaan over gaan, hier en in Nederland.
We hebben veel mooie dingen kunnen doen in de afgelopen twee jaar.  Voor het opzetten van het schooltje in Kpodaha zijn we heel dankbaar en tevreden. Joe heeft daar met heel veel plezier zijn expertise en gaven als leraar kunnen gebruiken. Ook het werken met en de begeleiding en coachen van al de gemeentes hier in de Mono Couffo, vooral de twee nieuwe jonge gemeentes van Noumonvihoue en Vovokame en het aansturen van de kerkenraden. Al de preken die Joe hier (in het frans) heeft gedaan. De samenwerking met en coaching van Théophile en Romain. De gesprekken met jongelui over hun leven, het huwelijk, de gesprekken met ouders over het opvoeden van hun kinderen en hun voorgaan als christen aan de kinderen, de toekomst van de kerk. Het bemoedigen van de vrouwen in het vrouwenwerk; in verscheidene dorpjes komen de vrouwen nu bij elkaar om samen te bidden en te praten. Nu ook hier in Dogbo, de nieuwe vrouwengroep, die nu echt van start zijn gegaan om elkaar te ondersteunen, maar ook de mensen om hen heen (zie mijn vorige blog) een vrouwengroep met een echte statuten en regelementen(!) en met de naam ‘Vrouwengroep, samen met Jezus’ (en dan in het Adja). En ze hebben ons beloofd om elke week één van hen met Joseph of Mariette naar Madjrè te sturen!
De bewakers en Mariette zijn straks hun baan kwijt, ook daar voelen we ons wat verantwoordelijk voor. Ze krijgen bovenop hun eindejaarsuitkering en cadeautje, ook nog een ontslagvergoeding en ook voor wat andere mensen om ons heen hebben we een eind van het jaar cadeautje klaarliggen. Dus er is heel wat te regelen deze laatste weken hier!
Ja, ook buiten ons werk voor DVN zijn er hele mooie dingen gebeurd, waar we heel dankbaar voor zijn!
Heel belangrijk voor ons is ons contact met het opvanghuis in Madjrè en de Tuin van Toyo. God heeft dat ook zeker op ons pad geplaatst en daar zijn we heel dankbaar voor!
Ik las laatst mijn blog van 16 januari, 2012, toen we voor het eerst daar geweest waren, ik schreef toen: “En kun je je voorstellen, het is één van de weinige opvangmogelijkheden voor verstandelijk beperkte mensen hier in Benin!  We gingen enthousiast weer terug naar huis, toeval? Ik weet niet of ik daar iets zou gaan kunnen betekenen, maar de contacten, zo nu en dan even belangstelling tonen en even tijd en aandacht geven. Wie weet komt er nog iets anders van! Mooi he, ‘toevalligheden’ die komen op je pad en waar leiden die heen? God kan het weten!”
God heeft dat zeker op onze weg geplaatst, het was voor ons een prachtig iets om ‘erbij’ te doen en wat een ervaring om daar even deel van te zijn! We zijn daar elke week geweest en als we er niet waren gingen Mariette, Joseph of François. We gingen daar gewoon ‘om er te zijn’ voor deze mensen, maar we hebben ook zeker heel veel geleerd! Ook hebben we iets ‘materieels’ voor hen kunnen betekenen. Van een vriendin van onze dochter in Canada kregen we zomaar een heel groot bedrag geld, “voor het mooie werk dat jouw ouders daar doen!” We hebben daarmee bij de Tuin van Toyo een konijnenfokkerij op kunnen zetten, voor eigen eten, maar ook voor de verkoop. We hebben ze een nieuwe generator voor de (hele diepe!) waterput kunnen geven. We hebben stoffen gegeven voor de naaiatelier, die daar voor de bewoners is opgezet. (Als jullie mee willen weten over de ondersteuning vanuit Nederland voor dit project, zie de website: www.detuinvantoyo.nl )  
In het dorpje Tchangba, waar ik ook al eens over heb geschreven, hebben nu een groep mensen een maismolen kunnen kopen, ook met behulp van  het geld van die vriendin. Ze hadden zelf geld gespaard en dat wij hebben aangevuld. Nu kunnen de mensen uit dat dorp nu in hun eigen dorp hun maïsmeel malen in plaats van dat ze minstens een uur moeten lopen om dat te kunnen doen.
We hebben een rolstoel en een naaimachine aan Nanavi, het spastische meisje uit Deve  kunnen geven. Haar leven ziet er nu echt heel anders uit! Elke keer als we haar bezoeken, zie je het blijste gezicht ooit! Een paar weken geleden hadden we als verrassing een naaimachine voor een vrouw in Agame, die haar hele hebben en houden door een brand verloren was. Ook weer een heel dankbaar gezicht!
Met het geld van een groep mensen uit Groningen kon de jonge gemeente in Vovokame een klein gebouwtje bouwen om de kerkdiensten in te houden en in Noumonvihoue hebben met het overgebleven geld muurtjes om de kerk kunnen bouwen, met deuren! ( het kerkje had eerst alleen een dak op palen).
Allemaal zegeningen en een beetje hulp, als eenmalige gift, doordat we samen met vrienden (en onbekenden) aan wat extra geld konden komen. Grégoire heeft nu (met wat spaargeld en extra inkomsten als chauffeur van een bezoeker uit Nederland) een klein huisje voor Rosa en zijn vijf kinderen kunnen en bouwen.
En als klap op de vuurpijl hebben wij, als een cadeautje uit de Hemel, zomaar heel wat geld ontvangen! Doordat we een dag vertraging bij onze vorige reis hebben gehad, kwam er ineens heel wat (smarte)geld op onze rekening en met dat geld hebben we een huisje voor onze Mariette kunnen laten bouwen!

 
Daar zijn we zo ontzettend dankbaar voor, want sinds ze bij ons werkt, woont ze in het achterhuis van het kantoor van DVN met al haar vijf kinderen. En dat was heel bijzonder, want dat had ze jaren niet kunnen doen, al haar kinderen woonden daarvoor verspreid bij familieleden. En nu we weg gaan en ze daarom weer uit het achterhuis moet, is een eigen huisje voor haar en al haar kinderen, echt een cadeau uit de Hemel! En het ziet er zo mooi uit!!!

Het zijn allemaal eenmalige giften, we hebben het duidelijk verteld waar dit geld vandaan komt, zomaar, als giften van vrienden die met ons en hen meeleven. Dus niet als langdurige ondersteuning!
God zorgt zo goed voor ons en wij zien hier mooie dingen gebeuren, we kunnen Hem niet genoeg voor Zijn liefde en zorg bedanken!
Het zijn de laatste weken, de laatste dagen hier voor ons, we moeten afscheid nemen van al die mensen die we deze laatste twee jaren hebben leren kennen. Er zijn ook lastige dingen gebeurd, we hebben ons vaak onzeker en alleen gevoeld. We hebben ons vaak geërgerd aan de eeuwige vraag van : “Heb je geld voor ons, een cadeau voor ons?” en die vraag kwam lang niet altijd van de armste mensen, vaak juist niet. Door langdurige financiële ondersteuning kunnen mensen echt afhankelijk en egoïstisch worden, dat heeft ons werk vaak moeilijk en lastig gemaakt. Maar in al die jaren dat hier kerkelijke ondersteuning is geweest, zijn ook heel veel mooie dingen gebeurd, halleluja! God zorgt voor zijn kinderen!
Na al de jaren van ondersteuning door DVN/Gouda-Waddinxveen, komt nu een einde, althans door fulltime aanwezige opbouwwerkers. Een nieuwe weg wordt ingeslagen. Voor alles is er een tijd, een tijd om te komen en een tijd om weer afscheid te nemen! Nu is het de tijd voor afscheid nemen, volgende week gaan onze spullen in de container en de week daarop dan vliegen we weer Nederlandwaards!
De laatste dagen hier……rare dagen, lastige dagen, drukke dagen, mooie dagen, dankbare dagen, die laatste dagen in Benin!
Groetjes, liefs en tot ziens! Marijke

(gezinsfoto gemaakt door Jurrien Jongman)

 
 

dinsdag 29 oktober 2013

Opbouwen... afbouwen...

en daar zijn we mee bezig, afbouwen……. wel lastig, als je opbouwwerker bent.
Sinds eind september zijn we weer hier, in Dogbo, met de opdracht om ons werk af te bouwen.
De eerste twee weken hadden we onze dochter Hannah op bezoek. Dat was een goede manier om even weer enthousiast te beginnen aan de twee laatste maanden van afbouw. Even alles bekijken door de ogen van een nieuweling in Benin en vooral zo’n enthousiaste nieuweling! We hebben veel dorpen en mensen met haar bezocht. De eerste zondag was er een grootse huwelijksdienst. Guillaume, de oudste van Tokpohoué, trouwde met Brigith, een van de apprentis (leerlingen) van het naaiatelier van Solomon uit Devé, die net klaar is met haar naaister opleiding. De trouwdienst, heel anders dan in Nederland, een uur te laat begonnen, en heel lang! Het bruidspaar heeft de hele dienst niet naar elkaar gekeken of niet gelachen. Alleen toen Pasteur Théophile, de voorganger, aan het einde van de dienst zei dat ze elkaar een kus mochten geven, nam Brigith het heft in handen, letterlijk en figuurlijk gesproken nam ze het hoofd van Guillaume in haar handen en gaf hem een dikke kus op zijn wang. Toen kon er even een lach af, maar vanuit westerse ogen gezien, totaal geen romantische trouwdienst!

 
De volgende dag zijn we naar Agame geweest. We hadden in Nederland een mooie ouderwetse  Singer handnaaimachine gekocht in de Kringloop in Hoogezand en die in de koffer meegenomen. Een paar maanden geleden is huisje huisje met naaiateliertje van een vrouw uit Agame in vlammen opgegaan. Een vonkje van een buitenvuurtje van iemand die aan het koken was, kwam in het rieten dak van haar huisje terecht en, zoals dat hier wel vaker gebeurt, binnen een paar minuten was alles afgebrand. Alles, God zij dank de vrouw en haar twee kindertjes niet, maar alles van haar al schamele bezit, was ze kwijt. Niet alleen het huisje, maar ook haar enige naaimachine, met alles erbij en de stoffen die haar klanten gebracht hadden om er iets van te naaien ook. Dus niet alleen haar eigen bezit en levensonderhoud, maar ook nog stoffen van haar klanten. En nu brachten we die naaimachine, als verrassing. Een echte Singer, wel tweedehands en jaren oud, maar hij lijkt net als nieuw, goed (en gratis) nagekeken door Zijlstra Naaimachines in Groningen, naast IKEA. Het was erg mooi om te zien hoe dankbaar ze daarmee was!
We zijn met Hannah naar bijna alle dorpjes geweest waar er een kerkje is van de ERCB. En we hebben veel mensen bezocht en gesproken. We zijn met Hannah naar Bohicon geweest, waar de ruïnes zijn van de grote koningen van Abomey, de gruwelijke verhalen van toen, de ondergrondse ‘dorpjes’ spelonken/kamers voor bescherming tegen vijanden, die ’per ongeluk’ gevonden zijn, doordat een bulldozer in een groot gat in de grond zakte. We zagen overal voorbeelden van de voorouderverering, dat nog steeds gaande is met allerlei offerfeesten.
Hannah heeft veel vrienden gemaakt, verscheidene huwelijksaanzoeken gehad, een haan gekregen van Joseph en die zelf geslacht met een botte mes van Mariëtte. Ze heeft met Mariëtte een echte Beninese maaltijd gekookt en het samen met haar gezin gegeten, ze is naar allerlei markten geweest.
De laatste dag zijn we met Grégoire als chauffeur, via Ouidah en de Route des Pèches (de route van de vissers) naar Cotonou gereden. Wat mij heel erg aansprak bij het strand van Ouidah, was het monument van de missionarissen die het evangelie naar Benin gebracht hebben. De vorm van Benin, uitgehakt in een stenen muur en daarachter het kruis. “Daar hebben wij een heel klein beetje aan mee mogen helpen, opbouwen,…. met al de gebreken die bij zulke ondersteuning komt, maar toch……We hebben een klein beetje mogen bijdragen en dat voor mij voelt echt als een zegen!”
Dat beeld ontroerde mij.
Hannah is weer weg, ze heeft heel erg genoten, wij ook!
Nu zijn we aan het afbouwen, goed afronden, ja, wat is afbouwen eigenlijk?
De auto is inmiddels verkocht (we mogen die blijven gebruiken tot we echt weg gaan), we hebben met de verhuizer afgesproken hoe alles zal gaan. De spullen die hier nog achterblijven worden verdeeld over de mensen die voor ons werken. We hebben allerlei gesprekken en vergaderingen met de mensen waarmee we werken, Théophile, Romain, de kerkenraad. De meeste geldzaken van de kerk zijn overgedragen aan Rudolf de Vries, die hiervoor speciaal een paar keer naar Benin komt om mensen hier over te leren. Privézaken met vrienden en mensen om ons heen willen we goed afronden. Bijvoorbeeld, van het geld dat we van Brussels Airlines gekregen hebben, omdat we een dag vertraging hadden, hebben we inmiddels een huisje voor Mariëtte en haar gezin kunnen laten bouwen. Zij kan nu ook als wij weer weg zijn met haar vijf kinderen samen wonen in een eigen huis!  We hebben 14 prachtige, kleurige kinderbijbels gekocht, voor elke gemeente één voor de zondagschool. Gisteren hebben we nog met een groep vrouwen van de kerk van Dogbo gesproken. Ze willen een groep van christelijke vrouwen beginnen; samen een werkgroep om geld te verdienen, met het bewerken van cassave/maniok en het verkopen ervan. Het geld kan voor de diakenen zijn of voor de armen en zieken in de kerk, of de armen om hen heen. Ze hadden wat geld nodig om een start te maken, “Kunnen jullie ons daarbij helpen?” De eeuwige vraag….We hebben lang met ze gesproken. Het idee is dat ze als christelijke vrouwen er samen voor elkaar willen zijn, samen praten over de dingen, samen bidden, samen Bijbelstudie doen en tegelijk samen iets beginnen om er te zijn voor de armen. Ze hebben wat nodig voor wat spullen om dat werk te doen. Dat is toch iets wat we vanaf het begin hen hadden voorgesteld? Samen als christelijke vrouwen sterk zijn en er voor elkaar en anderen zijn? We gaan er deze week over nadenken en het moet goed geregeld en op papier komen. Wel hebben we ze voorgesteld om ook dan iets voor ons te doen. Wij gaan straks weg, zoals ze weten gaan wij elke week naar de ‘malades’ in Madjrè. Mariëtte en Joseph willen door blijven gaan om het opvanghuis in Madjrè te blijven bezoeken, maar ze hebben hulp nodig. We hebben weer eens uitgelegd over de ‘naaste’ die zelf niets terug kan doen, waar je alleen aan kunt geven, geen geld, maar naastenliefde, christelijke liefde. ‘En wat je ooit gedaan hebt aan de minste van je broeders, zegt Jezus, dat heb jij aan mij gedaan!’. Zouden zij dit op zich kunnen nemen, als vrouwengroep?
Ze hebben afgesproken dat ze allemaal op donderdag met ons mee gaan. Zien hoe het is daar, hoe je ‘er kunt zijn’ voor de ander, zonder geld.
Afbouwen kan dus ook een beetje ‘opbouwen’ zijn. Elkaar opbouwen en naaste te zijn voor de wereld om hen heen. Je taak goed achter laten, niet afhankelijkheid creëren, maar samen nadenken, werken en bouwen aan een sterke kerk, dus ook door deze christelijke vrouwen.
Wij zijn bezig ons werk hier af te ronden, de broers en zussen hier en de broers en zussen die ze op afstand blijven ondersteunen, mogen samen opbouwend bezig zijn en blijven…totdat Jezus terugkomt!

woensdag 4 september 2013

Eén voet in Benin


…en dan ben je weer in Nederland en je kunt je je bijna niet meer voorstellen dat je ook met één voet in Benin staat, maar toch……..

Dit stukje heb ik laatst op Facebook gezet, even vertellen dat we weer even in Nederland zijn
‘We zijn weer even in Nederland….
Jullie hebben het misschien al gemerkt, “Hè, ze zijn al weer in Nederland!”
Ja, we zijn er even weer, weer in ons huisje aan de Knijpslaan in Kolham, weer even de familie zien, de vrienden…. Een paar weken in Nederland, dan nog twee maanden in Benin tot eind november, en dan zit het er weer op, onze tijd in Benin.
Twee jaar zijn we er dan geweest, van November 2011 tot November 2013, om de kerken daar, de ERCB, te ondersteunen; en het was goed, we hebben daar veel gedaan, ontzettend veel geleerd, ‘ups and downs’ gehad, een hele bijzondere ervaring rijker. Een tijd om nooit meer te vergeten!
Na veertien jaar van intensieve ondersteuning van de ERCB door uitgezondenen vanuit Nederland, hadden wij de taak om ‘er te zijn om overbodig te worden,’ de kerken daar te ondersteunen, coachen en sterker te maken, met het idee om ter zijner tijd los te laten naar zelfstandigheid. Uiteindelijke zelfstandigheid, dat is altijd het doel van hulpverlening aan kerken. En dat is vaak moeilijk, wederzijds. De hulp vragende kerken vinden het vaak moeilijk om echt zelfstandig te worden, echt eigen verantwoordelijkheid te gaan nemen, maar de hulpverlenende kerken vinden ook het vaak moeilijk om los te laten en de kerken die ze lang hebben ondersteund, vrij te laten om ‘met vallen en opstaan’ zelfstandig te laten zijn, de verantwoordelijkheid over te geven (…het is een beetje zoals opvoeden van kinderen, ouders hebben het er vaak moeilijk mee om los te laten, maar de kinderen willen ook vaak nog een beetje verzorgd blijven worden door de ouders).
Onze uitzending kon twee jaar worden, maar het werd verwacht dat het waarschijnlijk langer zou worden, 4 jaar of zelfs misschien 6 jaar.  We zaten daar tot voor kort als twee uitgezonden stellen. Het ene stel, onze collega’s, Richard en Wianne Havinga met drie kindertjes, dat al een paar jaar eerder samenwerkte met onze voorgangers, woonden en werkten in de grote havenstad, Cotonou. Wij kwamen te wonen en te werken, ongeveer twee en half uur rijden bij hen vandaan, in Dogbo, een groot dorp, meer naar het noorden en westen, dichtbij de grens van Togo. Deze collega’s zijn in Juni weer voorgoed teruggegaan naar Nederland. Er was inmiddels al door DVN-Gouda/Waddinxveen, besloten dat er geen tweede stel meer zou komen, maar te denken en te werken aan langzamerhand af bouwen.
Net voor het afscheid van onze collega’s, kwam de kerk in Benin met het voorstel dat het nu misschien wel de tijd was om zelfstandig te gaan worden. Hun idee was om van afstand ondersteund te blijven worden en dat ze dan een paar keer per jaar ondersteuning vanuit Nederland wilden hebben voor bepaalde cursussen en vergaderingen.
Ze begrijpen dat voor één stel uitgezondenen, zonder collega’s, het behoorlijk moeilijk zou kunnen zijn om hier te werken en ze dachten dat dit nu misschien de tijd zou zijn, om aan die zelfstandigheid te gaan beginnen….
Voor ons, DVN-GoWa was het  een verrassing dat de ERCB zelf nu al zo ver zou zijn en deze beslissing hadden genomen, maar ook dat we alleen maar blij kunnen zijn met een stap en beslissing zoals deze. Wij zien ook wel bepaalde ‘beren op de weg’, maar men leert van ‘vallen en opstaan’ en het zelf moeten vinden van oplossingen en we (DVN- GoWa) zijn er dan nog om hulp te bieden als het nodig is. De ERCB is niet de kerk van de Nederlanders, maar de kerk van de Beninesen en het is ook de kerk van de Here Jezus Christus; Hij is er ook nog en Hij laat nooit los wat Zij hand begon!
Dus vanaf eind november wonen we weer in Kolham. Dan gaan we weer op zoek naar een plek om te werken hier in Nederland. We weten niet hoe dat zal gaan en wat dat gaat worden, maar we vertrouwen er op dat God ons hier ook weer leidt, Hij is met ons meegegaan naar Benin, we hebben dat altijd echt ervaren en zeker geweten, en we vertrouwen erop dat Hij hier ook wel weer ons leidt en voor ons zorgt.
We zijn hier nu dus voor een dikke maand. Er zal vergaderd worden, even weer familie en vrienden zien, wat voorbereidingen voor onze terugkeer in November. 
Dus we zijn weer even in Nederland nu weten jullie dus waarom………Joe en  Marijke

….….ja, en daar zijn we dan. Het is prachtig om onze kinderen en kleinkinderen weer te kunnen knuffelen, gezellig familie en vrienden zien. Het is heerlijk om in ons huisje te zijn, gewoon weer even normaal boodschappen doen. Mijn moeder zien en haar 88ste verjaardag op 3 september meemaken!
 
Maar een deel van ons is toch nog in Benin, één voet nog in Benin……we voelen wel, dat we daar straks heel wat achter laten. We weten dat er mensen zijn die nu al weer uitkijken naar onze komst straks aan het einde van de maand. Zelfs al is het dan maar voor twee maanden, onze laatste twee maanden. Mariette, onze bewakers, Grégoire, hun gezinnen, de broers en zussen van de ERCB, de bewoners in het opvanghuis in Madjrè……mensen waar we van houden, maar die ook van ons houden! Dat hebben we de laatste week in Benin ook weer mogen ervaren……
We zijn op een rare manier weggegaan uit Benin. Ik een paar dagen eerder dan gepland. Joe met de geplande vlucht, zonder mij.
Mijn broer Jurrien, was voor 4 weken bij ons, voor de derde keer al weer sinds we in Benin wonen. Hij heeft inmiddels heel wat vrienden daar, en iedereen kent hem zowat, in Dogbo en omgeving.
Het kerkje in Vovokame, waar hij met een stel vrienden in Nederland geld voor heeft ingezameld (zie de blog over Vovokame), staat er, en is op feestelijke wijze geopend op de eerste zondag dat hij er was.
 
Op de weg naar het dorp staat een mooi verwelkom bord voor de kerken van Vovokame, ook gemaakt en aangeboden door zijn vrienden uit Nederland.
 

 
Het kerkje in Noumonvihoue heeft nu ook lemen muren, ook betaald door deze groep vrienden. Broers en zussen in Nederland en Benin, op een prachtige manier verbonden, door mede-christenen-contact. Gewoon een éénmalige spontane actie, prachtig! En met dat geld zijn deze Beninese broers en zussen zelf aan de slag gegaan, samen iets opgebouwd om trots en dankbaar om te zijn!

In de weken dat mijn broer in Benin was, gebeurde er nog iets heel bijzonders. Rosa en Grégoire (onze vriend en taxichauffeur), kregen een dochtertje, die ze de Jurrien noemden om te laten zien hoeveel ze hem waarderen.

Maar aan die bijzondere weken kwam een heel abrupt einde. Een week voordat we samen naar Nederland zouden gaan, kreeg mijn broer een hartinfarct, zomaar, ineens, zoals dat gaat met een infarct. Wat een schrik, wat voel je je dan afhankelijk en ver weg! De dagen daarop zijn een soort ‘blur’ voor mij. Er moesten snelle beslissingen genomen worden, we moesten met onze auto van het ene ziekenhuis naar het andere. Van Lokossa naar het academisch ziekenhuis in Cotonou, voor medicijnen van de ene apotheker naar de andere. Omstandigheden in ziekenhuizen zijn niet te vergelijken met ons rijke Nederland. Dingen, die wij als ‘niet door de beugel kunnen’, onhygiënisch en raar ervaren en dan te merken, dat die ‘derdewereldachtige’ behandelingen hier, voor de doorsnee Beninees niet eens te betalen zijn! Schrijnend, beschamend, en beseffend dat we, wat wij allemaal in het rijke westen hebben, niet zomaar behoren te verwachten en de gewoonste zaak van de wereld vinden. Wat hebben wij het goed, wat zijn we toch rijk en verwend en als we meer moeten betalen voor de gezondheidszorg, mogen we echt wel even tweemaal nadenken hoe goed we het eigenlijk al hebben! Wat een verschil in werelden!
Toch waren we erg dankbaar dat Jurrien een goede reis/ziektekosten verzekering had. Na vijf dagen behandeling in Benin, werd hij met een Air ambulance naar Nederland gevlogen, op zijn verjaardag! In een luxe Learjet, met twee piloten, een dokter en een verpleegkundige en ik mocht ook mee. We vlogen van Cotonou, via een kerosinestop in Algerije, naar vliegveld Eelde, tien minuten van Jurrien’s huis, naar het Martiniziekenhuis in Groningen. Een hele belevenis, een luxe belevenis en tegelijk een groot voorrecht en zegen. Het gaat nu redelijk goed met Jurrien, na een paar dagen mocht hij weer naar huis, eerst even niet werken voor een poosje.

We zijn weer een ervaring rijker ’Wat doe je als je een hartinfarct in Dogbo, Benin krijgt?’ Geen aanrader, liever niet meemaken! Maar we hebben Gods nabijheid zeker wel gevoeld. En we voelden ons gezegend met de mensen daar om ons heen, met hoe iedereen met ons meeleefde, meebad, ons belden. Mensen, die erg met ons meeleefden, maar die ook zagen hoe wij als rijke Nederlanders alles konden doen om zorg en medicijnen te krijgen……zo dubbel….

We hebben de laatste weken in Benin ook wat verdrietige dingen meegemaakt. De week na ons bezoek naar Madjrè op ‘Jour d’ Independence’, toen we die lieve Pierre daar zo ziek zagen (zie mijn blog), en we daar weer voor een bezoek waren, was Pierre al overleden en begraven….we hadden daar graag bij willen zijn. Op die zaterdag was hij overleden, de volgende dag was hij al begraven, zonder familie, ergens op een plekje bij de Tuin van Toyo. Hij is thuis… We waren die week ook weer druk bezig met de rechtszaak tegen onze belager, Calixte, alias Ben Ali. Dus dat werden weer afspraken en uitstapjes met onze ‘grote vriend’ de commissaire David en zijn ‘handlangers’.
Een andere zorg kwam er bij, Romain, die wij begeleiden als a.s. dominee en die zo ontzettend getalenteerd en goed werk kan doen in de ERCB en die we inmiddels als goede vriend zien, gaat door een lastige periode. Hoe zal het gaan, als wij er straks niet meer zijn, na november? Kan Romain straks zijn werk wel doen, als kerkleider? Kan Pasteur Théophile het allemaal straks wel aan? En de kerkleiders? Hoe zal het met de school voor theologische basistraining gaan in Kpodaha? Hoe zal het met Mariette en haar gezin, met Grégoire, Joseph, Gomaise, François en al de anderen gaan? Hoe zullen Vovokame, Noumonvihoue en al die andere kwetsbare gemeenten zich ontwikkelen?

Kunnen de kerken daar zelfstandig doorgaan, zonder permanente begeleiding? En op welke manier gaat de begeleiding vanuit Nederland er voortaan uitzien?

…en dan ben ik weer even in Nederland en ik kan me mij bijna niet meer voorstellen dat ik ook met één voet in Benin sta, of toch wel? Een deel van me is toch nog wel in Benin……..en jullie zien het, ik maak me zorgen, kan ik wel loslaten?

De uitzenders, DVN-GoWa, gaan door met begeleiding op afstand, ze zoeken nog uit op wat voor manier. Zij vergaderen en bedenken nieuwe wegen, een nieuwe manier van begeleiding, het nieuwe beleid, met wijsheid, met zorg en biddend en dan zal God ze wel laten zien hoe het daar verder moet gaan, toch?

Zouden jullie ook mee willen blijven bidden voor  de ERCB en al onze broers en zussen daar en voor wijsheid voor DVN-GoWa?

zaterdag 3 augustus 2013

Fête de la dépendance


Eergisteren, 1 Augustus, was het de nationale feestdag in Benin. Dit jaar, 53 jaar geleden is Benin onafhankelijk geworden, daarvoor was het een kolonie van Frankrijk. De Franse kolonisten waren de baas en hadden het tot dan voor het zeggen. Vrijheid, onafhankelijkheid, eigen baas, bevrijd van de overheersing, onderdrukking en slavernij. Dat werd hier dus gevierd, ‘jour d’indépendance’, overal vlaggetjes, rood, groen, geel en iedereen die je tegenkomt zegt dan ‘Bonne fète’!

We waren uitgenodigd door de commissaris om naar het defilé te komen kijken “Het is een groot spektakel” zei hij. Het feest was op de grote weg bij de Mairie (het gemeentehuis). “Wat zullen we doen, er heen gaan? Al die ceremonies zijn hier zo overdreven, beginnen altijd veel later dan afgekondigd en zo vermoeiend.” Volgens de commissaris zou het al om 8 uur in de ochtend beginnen, maar zo vroeg gaan we echt niet, alles begint hier altijd minstens een uur later! We zijn wel gegaan en het was een spektakel! Veel mensen aan de kant van de weg, met vlaggetjes en in mooie kledij. Voor de Mairie, aan de kant van de weg, een groot afdak, met stoelen eronder voor de genodigden, de ‘notabelen’, noemden ze die mensen, en daar mochten wij bij gaan zitten. Het was inmiddels 9.15uur toen we kwamen en al behoorlijk vol met ‘notabelen’. Op de voorste rij de commissaris van de politie en de burgemeester die ons van harte verwelkomden. We werden voorgesteld aan de commissaris van de Gendarmerie, en nog veel meer belangrijke functionarissen. Allemaal hadden ze een mooie sjerp om en ze leken en keken allemaal erg belangrijk. Wij mochten achter hen zitten, op de tweede rij en dat was niet de laatste rij, want er waren nog wel zes rijen achter ons, dus wij waren dus behoorlijk belangrijk!

En toen moesten we wachten op het defilé, dat eigenlijk al om 8 uur zou zijn. Onder het genot van harde muziek, een man met een microfoon, die steeds vertelde dat het niet meer lang zou duren dat het defilé zou komen en steeds maar weer de belangrijke gasten verwelkomde en voorstelde aan al het publiek. Wij werden voorgesteld als 'les étrangers qui sont parmi nous' (de vreemdelingen die onder ons zijn). Elke keer als hij dat zei, dacht ik aan de Bijbel ( wij lezen de laatste tijd uit onze Franse bijbel), het boek Deuteronomium, de wetten, daar gaat het ook steeds over ‘les étrangers qui sont parmi vous’, dat zijn wij hier dus. Na een poosje begon het defilé. Groepen mensen van een bepaalde beroepsgroep komen dansend en zingend in een optocht aangelopen en voor de plek waar de ‘notabelen’ zitten stoppen ze en doen een extra dansje en liedje en dan moeten we allemaal klappen en dan gaan ze verder. Kleine muziekgroepjes komen er tussen door, dan weer een beroepsgroep, bijvoorbeeld de groep zemidjan (brommertaxi) chauffeurs, die deden allerlei enge capriolen op hun brommers. Daarna kwamen  de sportgroepen (les sports populaires) dansend, rennend, gekke dansjes en bokkesprongen en zelfs een wedstrijd, wie het snelste kan rennen met een grote kleien waterkruik op hun hoofd, in een estafette. Jammer, we hadden geen fotocamera bij ons, we hadden echt interessante foto’s kunnen nemen!

Later die dag, ook nog in de ochtend, gingen we naar Madjrè, zoals we elke donderdagochtend altijd doen. Weer enthousiast verwelkomd door een paar van de bewoners, maar we hoorden dat ze al begonnen waren met zingen. Omdat we wat later aankwamen, waren ze alvast maar begonnen, met de tamtam, de castagnetten, dansend en zingend. Maar eerst gingen we even bij de bewoners langs die alleen zaten, ergens lagen. En daar….. liggend op een bed op de veranda lag onze Pierre, hij lag daar zo stil en zo vreemd, zijn handen en voeten erg opgezwollen, zijn wangen ingevallen, zijn benen erg mager. Vliegen vlogen om zijn benen vol met wondjes. Zijn ogen waren dicht. Hij zag er doodziek uit. We hadden de vorige keren ook al gezien dat hij anders dan anders was, wilde toen niet meedoen, begroette ons niet, keek wat wezenloos uit zijn ogen. Maar nu…nu het leek alsof hij op sterven lag….Ik heb hem nog even laten weten dat wij er waren, hij opende z’n ogen even. We zijn toen naar de groep gegaan. Niemand van de bewoners liet merken dat ze het moeilijk hadden met Pierre die daar een paar meter van ons af zo erg ziek lag te zijn. We hebben gedanst, gezongen, gebeden. Het verhaal voor vandaag ging over de bevrijding van de Israëlieten uit Egypte, dat God ze voorging in een wolkkolom, dat ze door de Rode Zee moesten en dat God het wonder deed van het pad door de zee. “Halleluja, amen” riepen de bewoners, “Dieu est grand!” Joe vertelde dat tot vandaag de dag de Israëlieten (de Joden) nog steeds dat feest vieren, het feest van de bevrijding van de onderdrukkers, de overheersers, de Egyptenaren. Net als hier in Benin, hier vieren ze elk jaar ook elk jaar een Onafhankelijkheidsdag, de ‘jour d’indépendance’, de Bevrijdingsdag. God is met de Israëlieten, en met de Beninesen! We hebben samen ballonnen geblazen, koekjes uitgedeeld, samen een beetje Bevrijdingsdag gevierd. We hebben samen ook voor Pierre gebeden, voor zijn bevrijding.

Toen we weggingen, was er een verpleegkundige bezig met Pierre, Raoul had professionele hulp gezocht. Pierre kreeg een infuus in zijn arm. “Weet je ook wat voor ziekte Pierre heeft?” vroeg ik aan Raoul. “SIDA”, (het Franse woord voor aids), zei hij, “hij zal wel niet lang meer leven.”

Onze grote, vriendelijke, autistische Pierre, wat een triest leven heeft hij gehad,. Weg uit zijn geboorteland Nigeria, ver van zijn familie, die nu in Cotonou woont en hij hier in Madjrè. En nu gaat hij sterven…aan aids. Die lieve Pierre, die ik hoop weer te ontmoeten op het grote Feest van de Vader voor de Zoon. Waar wij straks allemaal voor uitgenodigd worden, het grootste Bevrijdingsfeest! En Pierre daar als gastheer, die iedereen gastvrij verwelkomt, zoals ik eens schreef in het verhaal over het feest gecaterd door ‘De Onthaasting’. Ik hoop dat het heel gauw Bevrijdingsdag voor Pierre is, hij heeft het wel verdiend, vind ik, om daar nu alvast heen te gaan,  om samen het grote Feest voor te bereiden!   Het grote Bevrijdingsfeest, geen feest van ‘indépendance’, onafhankelijkheid, maar van afhankelijkheid! Afhankelijk van Hem die ons bevrijdt van alle onderdrukking, overheersing, eenzaamheid, ziekten en verdriet!

vrijdag 12 juli 2013

Tropenjaren


Daar dacht ik de laatste tijd geregeld aan, met een beetje zelfmedelijden. Tropenjaren, het betekende volgens mij:  ‘jaren die niet zo gemakkelijk zijn’. En zo voelt het voor mij soms hier in Benin. Warme, intensive, slopende jaren. Ik keek op Google voor een omschrijving van het woord ‘tropenjaar’ en hier is het: tropenjaar. tro·pen·jaar (het; o; meervoud: tropenjaren)
1: jaar, doorgebracht in de tropen
2: slopend jaar”
Ja, ik had gelijk, doorgebracht in de warme tropen en slopend…….. zo voelt het ook vaak voor mij. Het is hier meestal zo warm en klam. Ik voel me vaak zo moe, zonder dat ik eigenlijk iets gedaan heb. De dingen die ik doe zijn vaak slopend, vergt veel energie. Ik kijk soms in de spiegel en denk dan: “Volgens mij, ben ik dubbel zo snel ouder geworden hier!” Het maakt het extra lastig voor mij, omdat we zo geïsoleerd wonen, we totaal geen contact met blanke mensen hebben, geen ‘echte’ vrienden en familie om ons heen. We zijn maar met z’n tweetjes, en dat is fijn, we houden van elkaar,…….maar toch……….  niet even met de fiets langs een vriendin of even gewoon naar de winkel of even oppassen op een kleinkind, even bij mijn moeder langs, mijn zussen, een ‘gewoon’ gesprek, even domme lol hebben..….
Ach, ik weet nog wel, ik heb dat gevoel van slopende jaren al vaker gehad. Drukke, intensive jaren, ook vaak met het gevoel van “Ik heb zo’n behoefte aan een goed gesprek, een gezellig uitje. Ik heb het gevoel dat ik tegenwoordig alleen op kinderniveau kan praten!” Dat was in de tijd dat ik kleine kinderen had, 7 kinderen in 11 jaar (!), als moeder die fulltime thuis was en die tijd was ook niet altijd gemakkelijk, het waren drukke jaren, en toen ook ver weg van mijn familie in Nederland. Ik las dit ook nog op Google bij het woord ‘tropenjaren’: “Moederschap: Tropenjaren:  ‘Mijn baby wekt me elke ochtend om half zes, mijn peuter wordt dan vaak ook wakker. Als die dan al blijft slapen, wordt ze om zes uur wakker. Dat gaat nu al vijf maanden, ik weet niet hoe lang ik dat nog kan volhouden..’ De moeder die ik aan de telefoon heb klinkt tamelijk wanhopig. En het ergste is dat ik haar niet kan helpen of geruststellen: de jaren met meerdere jonge kinderen zijn tropenjaren.” Het is vaak een moeilijke tijd, het lijkt vaak allemaal een beetje te veel en het is gewoon vaak erg veel en een mens mag heus wel eens zelfmedelijden hebben, toch?
Deze week waren we in Tchangba. Een klein dorpje, dicht bij de rivier die de grens is tussen Benin en Togo. Tchangba is een van de eerste gereformeerde kerkjes hier. Het is de verste ‘paroisse’ van de ERCB in de Mono Couffo en de mensen daar zijn arm, erg arm. Het dorp ligt in de vallei van de Mono rivier en geregeld, als het een erg nat seizoen is geweest, overstroomt het dorp. De lemen huisjes worden dan zelfs weggespoeld, dus alles moet dan steeds weer opnieuw opgebouwd worden. We kwamen  daar gisteren onverwachts, gewoon even kijken hoe het gaat. Het dorpje is heel erg moeilijk te bereiken, de weg nauwelijks begaanbaar, grotere gaten dan op enig andere plek hier in de Mono Couffo. Sommige gedeelten van de weg helemaal onder water en je kon echt niet zien hoe diep het onder het water was en hoe groot de gaten, maar tot mijn grote angst wilde Joe toch doorgaan (hij geniet daarvan!) en ‘we made it’! We waren  in Tchangba, de uithoek, het ‘gat’ van de Mono Couffo! In het begin van het dorpje staat het kerkje van de ERCB, een lemen gebouwtje, stoffig, een paar raampjes, zonder kozijn en zonder glas, een kapot, wankel tafeltje voorin, een paar bankjes, een oude tamtam ligt ergens in een hoekje (waar zijn de nieuwe bankjes en tamtam die ze zouden kopen met het ingezamelde geld die de kerken hier samen hebben bijeen gebracht op de feestelijke samenkomst vorig jaar? Of hadden ze het geld meer nodig voor het dagelijkse leven….)

Er is in Tchangba veel  armoede! Net als in de andere dorpjes, hutjes van rode leem, met rieten daken, soms een metalen dak, veel van de daken verroest en ingezakt. Verscheidene ruïnes van kapotte huisjes, halve lemen muurtjes, nu als plekje voor de beesten of voor kinderen om in te spelen. Overal zie je plekjes waar er gekookt kan worden, drie grote keien in een rondje, een vuurtje in het midden en daar kan de kookpot bovenop pruttelen. En de rommel…. de afval, …..de eeuwige zwarte plastic zakjes die hier overal voor gebruikt worden, maar ook overal weggegooid worden (dat is echt een ware ramp voor Benin!) Het dorpje zelf is de vuilnisbelt, lijkt het. Geitjes, varkentjes, kippen met hun kuikentjes lopen overal rond, ze proberen eten te vinden tussen de rotzooi en overal hangt de geur van poep (hopelijk alleen van de beesten). En kinderen, heel veel kinderen van ongeveer drie jaar en ouder, lopen ons tegemoet en achter ons aan “Yovo, yovo, bonsoir!”. Sommigen gekleed, sommigen halfnaakt of naakt, stoffig en de meesten met dikke opgeblazen buikjes en veel met een grote uitstekende navelbreuk (die zie je hier heel veel!) De kinderen zijn blij om ons te zien, visite en dan ook nog Yovo’s! ‘Die hebben vast wel iets voor ons bij zich!’ (we hebben meestal wel wat koekjes of snoep.) De enige volwassenen die aanwezig zijn, zijn een paar oude vrouwtjes en twee moeders. Iedereen anders is op de ‘champ’ - het land - aan het werk (de kleinste kindertjes met de moeders mee.)  “Willen jullie Jonas spreken?” Jonas is de oudste (de leider) van het kerkje hier. Ach, als hij druk bezig is op het land, dan willen we hem niet storen! “Hij is aan het werk, maar het is dichtbij, we halen hem wel op!” Even later, daar is hij, Jonas, de leider…….

Niet wat je verwacht van een leider, een verlegen man, klein van stuk, in zijn vieze werkkleding. Hij loopt altijd wat gebogen en kijkt altijd heel schuchter. We merken ook, eigenlijk zolang we hem al kennen, dat leider zijn een erge zware taak voor hem is. Hij heeft de driejarige opleiding van de I3B (bijbelopleiding voor kerkleiders) gedaan, hij heeft trouw alle lessen gevolgd, maar hij kon geen diploma krijgen, alleen een getuigschrift, dat hij meegedaan heeft. Als je hem zo ziet lijkt het alsof hij de zorgen van de hele wereld op zijn schouders heeft. Hij heeft het moeilijk, hij werkt hard, maar nauwelijks genoeg voor het dagelijks eten voor zijn gezin. Menselijk gezegd: zijn leven lijkt uitzichtloos, het leven is een ‘vechten tegen de bierkaai’ voor hem. Armoe, armoe, lijden, hij weet wat tropenjaren zijn……… Er is hier een kerkje, ze proberen zo goed als het kan hier kerk van Jezus Christus te zijn, maar hoe kunnen ze? Dat is het échte leven in de tropen……..

En dat zien we hier overal, misschien niet overal zo erg als in Tchangba, maar een moeilijk leven, overleven…… een tropenleven en tropenjaren die maar voortduren…….. Waar heb ik het dan over? Ik ben hier maar voor twee jaar en ook nog met tussenpozen! Die warmte, het gemis, maar toch ook een uitdaging, een ervaring, een verdieping…. en die jaren toen de kinderen nog klein waren, die eigenlijk ontzettend mooie, rijke en gezegende jaren waren. Waar heb ik het eigenlijk over!

En dan zitten we op zondag in de kerk in Noumonvihoue, dat was afgelopen zondag. Joe preekte uit Handelingen, over het verhaal van Filippus en de hoge ambtenaar, de eunuch, uit Ethiopië, die op weg was naar Afrika vanuit Jerusalem. Hij was de profetieën van Jesaja aan het lezen. Hij las, maar hij begreep het niet. Over het lam, het lijden, over de man, die werd veracht, geminacht, maar die onze ziekten droeg, ons lijden. Maar we wilden Hem niet, hij werd verstoten, geslagen, gebroken…….voor onze zonden. Wie is die man waar de profeet over schrijft? Wie is die man, die is als een lam, die naar de slacht werd geleid? En God stuurde Filippus, speciaal voor deze man uit Afrika! Filippus legt het hem uit, ‘het Lam van God dat het lijden en de zonden op zich nam is Jezus, de Zoon van God, die in Jeruzalem voor ons heeft geleden en is gestorven. Voor ons! En het goede nieuws is ook voor jou en voor alle mensen in Afrika!’   En als er een plek is op de wereld waar lijden is, dan is het wel in Afrika! Maar Hij droeg onze zonden, al onze zorgen. Hij droeg al het lijden, ook voor Afrika, voor de Ethiopiërs , Oegandezen, Nigerianen, de Beninesen! En het beste komt nog, Hij heeft het beloofd!

Daar zitten wij dan in de kerk in Noumonvihoue, het is waar en het is een prachtige belofte. Wij lijden nu, maar alles komt goed! Het beste komt nog….. Ja, dat is gemakkelijk te zeggen voor ons, mensen uit het rijke westen. Weten wij wat echt lijden is? Natuurlijk, er is veel lijden en ziekte en verdriet overal, ook in Nederland, maar zo uitzichtloos, zo machteloos als in Tchangba? Het ‘beste komt nog’, maar wanneer? God ziet toch wel hoe moeilijk het leven nu is voor mensen als Jonas in Tchangba, de ‘malades’ in Madjrè, de jongelui in het kerkje in het heidense Noumonvihoue, die niet veel toekomstperspectief lijken te hebben? Maar dan merk ik steeds maar weer, en het maakt me klein en nederig, dat de mensen hier ook écht uitkijken en verlangen en zeker weten dat het ooit écht goed komt. Ze geloven het echt! Elke keer weer, als we in Madjrè zijn, of zondag in Noumonvihoue of eergisteren in Tchangba. Ze beamen het steeds weer, ‘Ja, de Heer komt! Wij moeten geduldig zijn, maar Hij komt echt!’  

De man uit Ethiopië ging op weg naar Afrika, met vreugde! Hij was er zeker van: we moeten wachten, onz tropenjaren, maar Gods tijd komt! Het Lam van God is nu bij Zijn Vader en Hij bidt voor Tchangba, Madjrè, Noumonvihoue, voor Afrika, voor ons! De vergeving van onze zonden is er al, dat geloven we zeker en als Hij terugkomt dan is er nooit meer lijden en verdriet voor zijn kinderen in Afrika en in Nederland en overal op de wereld. Dan zijn al die tropenjaren voor altijd voor iedereen voorbij! Die slopende, moeilijke, intensieve jaren, die wij allemaal weer op een andere manier ervaren en meemaken! ‘Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft! Hij die van deze dingen getuigt zegt: “Ja, ik kom spoedig!”’

Amen, kom Heer Jezus, ik zie er zo naar uit!

donderdag 4 juli 2013

Calixte (Joe's blog, vertaald)

Lever. De weeïge geur van rauwe lever doordringt alles. Marijke zegt: nee, wat je ruikt zijn vitamineB-injecties. Maar voor mij is het de geur van lever, zwaar en plakkend, in de beklemmende warmte van de gang van het ziekenhuis. Aan het eind van de gang, waar we nu inmiddels al twee uur geleden waren begonnen, is het meer chloorxylenol wat je ruikt, beter bekend als het ontsmettingsmiddel Dettol. Maar waar wij zitten hangt er geen reinheid in de lucht. Drie of vier deuren verderop een vrouw die met steeds kortere tussenpozen gilt van de pijn. Het is alleen maar gissen wat daar voor slachterij gebeurt. Niemand anders besteedt er aandacht aan. Niet het kleine meisje op de bank naast ons, zittend in slaap gevallen. Niet het gezin dicht tegen elkaar aan iets verderop. Niet de moeder die in de deuropening haar zoontje de borst geeft.
We zijn in Lokossa, in afwachting van ons medisch dossier, gedateerd 01 - 03 februari 2012. Samen met Grégoire - broeder, vriend en gids – zijn we hier vanmorgen om ongeveer elf uur gekomen. We hadden verwacht vandaag de commissaris van Dogbo te vergezellen naar de procureur om het dossier  af te geven van de zaak tegen Calixte, de man die ons nu een jaar en vijf maanden geleden gedrogeerd en beroofd heeft. Maar het kantoor van commissaris David Gandonou was vanmorgen vol opgewonden vrouwen. De één na de ander erkende of ontkende betrokkenheid bij de man die ineengedoken zat op de stoel voor de politiechef. Het is hier in Benin heel normaal: te verschijnen voor een afspraak en te ontdekken dat de persoon die we moeten spreken volop bezig is met andere zaken. En ook geen privacy-regels: we werden naar een stoel naast de commissaris toegewuifd en mochten delen in de geneugten van het politieonderzoek. Na ongeveer 20 minuten, stelden we voor dat het misschien beter zou zijn om later terug te komen, want er was ook nog de kwestie van ons medisch dossier. Toestemming verleend, vertrokken we naar Lokossa. Grégoire had vooruit gebeld. Grégoire kent een ongelooflijke verscheidenheid aan mensen, in dit geval iemand hoog in de hiërarchie van het ziekenhuis, die had beloofd om ons voor te stellen aan het hoofd van de spoedopnames.
Maar misschien moet ik even een stapje terug doen en jullie vertellen wat er aan de hand is. Afgelopen vrijdag was Grégoire bij ons gekomen met nieuws: KPOGLOZOUN Calixte was opnieuw gearresteerd, en was in de prison civile bij Lokossa. Calixte is de man die wij kenden  als Ben Ali. Na het geweldsincident vorig jaar vluchtte hij. Enkele maanden later echter was hij betrokken geweest bij een ander misdrijf, de diefstal van een laptop, en veroordeeld tot een jaar in de gevangenis van Ouidah. Daar zijn we toen geweest om hem te identificeren, terwijl het bewijs tegen hem werd samengebracht. Maar toen we in oktober terugkwamen om het dossier te voltooien, werden commissaris David en wij onaangenaam verrast door het nieuws van zijn vervroegde vrijlating een paar weken eerder. Een presidentieel pardon voor kleine criminelen in heel Benin was per ongeluk ook toegepast op Calixte. Na die ongelukkige vergissing ging de klopjacht door, maar wij hadden allang de hoop opgegeven dat die met succes zou worden afgerond.
Tot afgelopen vrijdag: Grégoire, met diverse bekenden en politie-informanten, was doorgegaan met zoeken naar z’n verblijfplaats en om in samenwerking zijn arrestatie te bereiken. Een doorbraak was gekomen toen een vriend van Calixte - waarschijnlijk verstandig om hem naamloos te houden – ook slachtoffer werd. Op zoek naar wraak had deze man afgesproken om mee te werken met het onderzoek. En afgelopen donderdag was Calixte dan eindelijk gepakt.
Gisteren gingen we naar de gevangenis voor de tweede confrontatie. Dat had heel wat voeten in aarde, zoals we inmiddels gewend zijn. Allereerst, net als de vorige keer, werd van ons verwacht de politiechef en degenen die ons zouden vergezellen te vervoeren. Maar pas na eindeloos wachten in zijn kantoor, terwijl de chef diverse andere zaken afhandelde. De HiLux werd afgeladen met onszelf (voorin), de politiechef, zijn adjunct, een agent, en Grégoire achterin. Vier grote mannen op de achterbank was flink proppen. Maar halverwege Lokossa stopten we nog eens een keer, voor een andere passagier: de gewezen vriend die eveneens mee zou komen. Deze man was nog groter dan de commissaris. Geen probleem, zei de commissaris, hij kon op de voorstoel zitten met Marijke op schoot. Ik dacht het niet!, zei Marijke. Bij Grégoire op schoot, misschien... Uiteindelijk hebben Marijke en ik de passagiersstoel voorin gedeeld en Grégoire ging achter het stuur. Hij is tenslotte chauffeur. En ik zit liever ongemakkelijk met Marijke dan haar aan één van de alternatieven onderwerpen.

Aangekomen in Lokossa, gingen we niet direct naar de gevangenis. In plaats daarvan moesten we op zoek naar een kapper. Commissaris David had besloten dat hij nodig een scheerbeurt moest hebben. Pas een half uur later stopten we voor de poorten van de gevangenis. Een stuk of dertig bezoekers hadden zich daar verzameld, elk met een nummer dat de volgorde aangaf waarin ze hun eigen zoon of echtgenoot of vader zouden kunnen bezoeken. Het plan was voor de gewezen vriend om zich daarbij te voegen, te wachten op zijn beurt, Calixte te bezoeken om hun onderlinge ruzie bij te praten, en vervolgens door de commissaris ‘toevallig’ onderbroken te worden tijdens het gesprek. Het doel was Calixte  door de vriend aan te laten wijzen als de persoon waarnaar de politie op zoek was geweest, zonder zijn eigen samenwerking met de politie te verraden. (Nee, vraag me niet naar de precieze relevantie of logica van deze methode.) Alleen: zelfs naar Afrikaans tijdsbegrip leek het wat onhandig om in de rij te gaan staan met zo’n dertig man voor ons. Dus de commissaris besloot de chef van de gevangenis te bellen. Inderdaad, misschien was het handig geweest om dat van tevoren te hebben gedaan, maar time-management is blijkbaar niet één van de vakken die op de politieschool gegeven wordt.
De chef van de gevangenis was behulpzaam. Hij zei: maar waarom probeer je niet iets anders? Neem de informant mee naar binnen als gevangene, en doe alsof je hem ertoe dwingt om te reageren. Algemene verrassing. Wat een goed idee! zei de commissaris. Dus reden we weer van de parkeerplaats af om de chef wat tijd te gunnen om zaken te regelen. Maar ho eens even, zei de commissaris, om dit te laten werken, moeten we onze vriend in de boeien slaan. En die hebben we niet bij ons. We parkeerden de HiLux langs de weg die naar de gevangenis loopt en wachtten daar op de aankomst van een agent van station Lokossa met handboeien.
Twintig minuten later waren we er weer. Toepasselijk geïntimideerd liet de gewezen vriend zich als een volleerd acteur het kantoor van de chef van de gevangenis binnen duwen  door de potige agent, met ons in hun kielzog. En daar zat Calixte, ogen wijd van verbazing. Kent u deze man? begon het verhoor. J-j-ja, kwam het antwoord. Wat is zijn naam? Stilte. De agent gaf een lichte tik tegen het hoofd onze vriend. Calixte! Zijn naam is KPOGLOZOUN Calixte! En zo ging het door. Dingen die Calixte hem had verteld. Ook over wat er die noodlottige dag in februari was gebeurd. Calixte luisterde. Zijn aanvankelijke zelfvertrouwen verdampte  - want hij was begonnen door alles te ontkennen. Hij had ons van z’n leven nooit gezien. Hij had geen idee wie we waren. Nee, hij herkende niet het huis op de foto. Ja, die andere man was wel zijn vriend, maar nee, er was nooit een probleem tussen hen geweest. Maar terwijl  de ondervraging vorderde kromp hij steeds verder ineen. Hij gaf zijn misdaad tegen ons niet toe, maar uiteindelijk was er niet aan te ontkomen dat ja, dit zijn huis was, en ja, hij de Calixte uit Agame was die door de chef du quartier was aangewezen, etc. etc.
Wat voelden we, tijdens deze gestage deconstructie van een geharde crimineel? Geen angst. Geen ongemak. Niet zoals de eerste keer. Hij ontweek onze blikken. Er was niets meer over van bravoure, van verzet, van sluwheid. Wat we zagen was het zielige overblijfsel van de  man die we ooit hadden gekend. Wat een zonde van een mensenleven! En wat verdrietig dat zijn kinderen zoiets hadden als vader! We verlieten de gevangenis eigenlijk zonder erg veel te voelen. Zelfs niet voldoening dat het recht nu z’n weg zou vinden.
We gingen naar een buvette met de commissaris en zijn mannen om te lunchen. Inmiddels was het rond half twee. Wij betaalden voor de rijst, geit, saus, en bier. Geen vragen nu, zei de commissaris. Pas nadat we hebben gegeten. Delen van een maaltijd in Afrika heeft niets met gezelligheid te maken. Het is alleen maar om te eten. En na de lunch vertrokken we weer naar Dogbo. Niemand had veel energie om te  praten.
Terug in Dogbo besproken we wat er vervolgens zou gaan gebeuren. Breng me al jullie medische ontvangstbewijzen, zei de commissaris. Natuurlijk hadden we die niet meer. Maar ik zei jullie vorig jaar toch dat je ze allemaal moest bewaren? Niet dat we ons kunnen herinneren, zijn Marijke en ik het er over eens. Maar wat dan nog? Iedereen, ook de commissaris zelf, is in het ziekenhuis op bezoek geweest terwijl we in coma lagen. Geen twijfel over de toestand waar we in verkeerden,  toch? Maar er was geen ontkomen aan. Je zult naar het ziekenhuis in Lokossa moeten en het medisch dossier moeten opvragen. Het bewijs van de ernst van de toestand. En daarna ook het dossier van de Mahouna Clinic in Cotonou.
Dus dat is wat we vanochtend en vanmiddag in het ziekenhuis deden. Van de bekende van Grégoire, door naar de majeur. Van de majeur naar het centrale register. Van het centrale register naar de behandelende arts. Van de arts naar ... En dit is de korte versie. Uren wachten. Uren in de geur van lever en chloroxylenol. Uren om steeds duidelijker te beseffen: dit was waar we toen echt zijn geweest. Bewusteloos vanaf onze opname in de vroege avond van 1 februari tot ons vertrek in de middag van de 3e, toen Richard de artsen overrulede en ons overbracht naar Cotonou.
Marijke heeft absoluut geen herinneringen aan ons verblijf in Lokossa. Ik herinner me drie dingen, heel vaag. De ruwe schok van een katheter die werd verwijderd en het kleine stroompje van geronnen bloed en urine die daarop volgde. Neergedrukt worden – ik denk door Mariette – toen ik van bed wilde klimmen ​​om naar Marijke toe te lopen, in haar bed aan de andere kant van de kamer. En een excursie die ik ’s nachts gemaakt heb door de binnenplaats. Ik herinner me dat op een vreemde droomachtige manier. Zo’n droom ken je vast wel: dat je half bewust bent van het zijn in een vreemde omgeving, met geen besef van waar je vandaan kwam of waar je heen gaat, waarom je er bent, hoe deze gebeurtenis in verband staat met de rest van je leven of wie de mensen zijn om je heen. Ik stond vanmiddag bij de deur terwijl we wachtten op de dokter en ik herinnerde me plotseling hoe ik hier over de gewelfde veranda rondom de binnenplaats liep, midden in de nacht. Alles was donker, alles was stil. Ik weet niet meer hoe ik onze kamer terugvond, hoewel dat natuurlijk wel gebeurd is. Mariette, die de nacht doorbracht bij ons op de afdeling, was wakker geworden en ontdekte dat ik was verdwenen. Zij had de verpleegster geroepen en ze hadden op het punt gestaan om een ​​zoektocht te organiseren toen ik weer binnenliep, totaal onbewust van de schrik die ze hadden ondergaan. In het ziekenhuis te zijn vandaag en die herinneringen te ondergaan deed me opnieuw realiseren: het is ons allemaal echt overkomen.
We zijn hier geweest. We hadden dood kunnen zijn, maar dankzij God en dankzij een aantal geweldige mensen, staan we hier vandaag nog.
Later op de middag hadden en Marijke en ik beiden weer zo’n moment. We waren voor de vierde keer in twee dagen weer terug bij de commissaris. Hij had ontdekt dat het dossier wel een verklaring van mij bevatte, maar niet een van Marijke. Dus nu was het haar beurt. Dat ging eigenlijk best goed, zonder teveel ongemak voor haar of verrassingen voor mij. Behalve dat ik me voor de eerste keer realiseerde dat Marijke’s herinnering van het incident zoveel eerder ophoudt dan dat van mij.
Maar daarna besloot de commissaris om mijn verklaring van afgelopen februari hardop voor te lezen. Iemand anders horen voorlezen wat ik toen had verteld was onverwacht confronterend. De gebeurtenissen volgden elkaar weer een voor een op. Mijn eerste ontmoeting met Calixte. De manier waarop hij ons vertrouwen won door interesse in de Bijbel te tonen. De uitnodiging voor de verjaardag van zijn zoontje ’s middags op 1 februari. Hoe hij ons degue te drinken gaf, de yoghurt-achtige drank waarin het middel zat dat ons bijna het leven kostte. Hoe Marijke haar bewustzijn verloor en ik alleen maar dacht, hé, dat is apart. Hoe ik op stond om terug naar Dogbo  te rijden, en er ook daadwerkelijk aankwam, ondanks mijn toenemende beneveling. Hoe wij samen Marijke in huis droegen, en hoe daarna het gordijn van duisternis ook voor mij viel. Eventjes dacht ik vanmiddag, en dat zei ik tegen Marijke: hij was eigenlijk niet een heel slimme dief, hè? Om dit in zijn eigen huis te proberen, die wij later gemakkelijk zouden kunnen aanwijzen.
Tot ik plotseling besefte: maar het was ook niet zijn bedoeling dat er voor ons een later zou zijn. Dat we met hem terug zouden gaan naar Dogbo. Het was alleen omdat ik was niet zo zwaar onder de invloed was als Marijke en er op aandrong om naar huis te rijden. Waar we later gevonden konden worden door Joseph. En meegenomen naar dit ziekenhuis. Waar we  later wakker konden worden. Alleen daarom waren we er vanmiddag nog. En nu weer, terwijl ik deze woorden schrijf, besef ik hoe echt het is geweest wat ons toen overkwam. En ook dat we nog niet klaar zijn met het verwerken van deze dingen. We zijn voorbij de angst, echt waar. Maar de impact is er nog steeds. En het heeft ons aangetast en het zal de dingen die we zeggen en doen en voelen blijven beïnvloeden, waarschijnlijk zolang we hier in Benin zijn. We zijn hier met overtuiging, en we doen wat we doen met overtuiging, ten behoeve van Gods kinderen in de ERCB. Maar als aan het eind van november het moment komt om definitief te vertrekken, dan zal dat Gods tijd zijn voor ons zowel als voor de kerken hier, en Gods tijd zal het goede moment te zijn.
En Calixte dan? Zijn tijd in de gevangenis zal lang duren, verwacht iedereen. We hopen oprecht dat God hem genoeg tijd geeft om te komen tot een verandering van hart, om Christus te leren kennen en uit te leren zien naar een beter leven. We weten dat jullie voor ons bidden. Zouden jullie ook voor hem een gebed over willen hebben?