Handen hartelijk schudden, ons enthousiast ontvangen, dat gebeurt elke week weer. Steeds zijn de mensen blij dat we komen. “Welkom!”, “Hoe gaat het?” Altijd even kijken of we vandaag weer iets bij ons hebben voor hen. De ene keer hebben we een biscuitje voor iedereen de andere keer niets en dan weer eens een appel uit Cotonou. Vandaag hebben we een voetbal meegenomen. De andere voetbal, die we al eens eerder hebben gegeven is stuk, dus de vorige week hadden we beloofd deze keer een bal mee te nemen.
Edo, de jongste bewoner, is al begonnen met voetballen, een paar anderen doen mee. Hij is een heel enthousiast mannetje, een kind van ongeveer 10 jaar oud? Hij woont hier al zolang wij hier komen, hoe oud hij was toen hij hier kwam weet ik niet, maar is dit wel een plek voor zo’n jongentje? Wij lopen nog wat rond om iedereen even de hand te schudden en te begroeten. We nemen altijd even de tijd om iedereen te begroeten, dat is hier belangrijk. Iedereen vindt het fijn om persoonlijk begroet te worden, maar niet iedereen durft of komt zelf naar ons toe. Dan opeens voel ik een handje, die mijn hand wil vastpakken, even voelen of ik iets in mijn broekzak heb, even mijn aandacht vragen. Dat is Rebecca, een meisje van ongeveer 11 jaar, het jongste meisje hier. Het is nu ongeveer de derde keer dat we haar hier zien, ze is hier nog niet zo lang. De eerste keer, was ze erg schuw, keek ze wezenloos naar ons en durfde ze nauwelijks een koekje of een appel van ons aan te nemen. Ze praat niet, of ze iets hoort, weet ik niet. Elke keer als we haar zien, is ze gekleed in een grote donkerblauwe T-shirt, zonder mouwen, een soort grote hemdjurk. Ze loopt wat rond, een beetje engelachtig, zonder expressie, maar lief, breekbaar, onschuldig en zo ontzettend kwetsbaar. Rebecca heet ze, we merken wel dat haar medebewoners van haar houden. Als ze vergeten wordt, is er meestal wel iemand die haar naar voren schuift: “…en Rebecca dan?”
De vorige keer, was iemand bezig om haar onderbroekje aan te trekken, “die moet ze aan hebben, maar het lukt niet!” Een van de medebewoners had een onderbroekje vol gaten in zijn hand, om Rebecca te helpen, maar het lukte niet. Ik nam het en zei tegen Rebecca : “vrouwen hebben hier meer verstand van, he, Rebecca!” Rebecca begreep er niets van, maar keek mij aan, en vanaf die keer vond ze me lief, elke keer als we hier zijn loopt ze naar mij toe, zit ze naast mij en kijkt ze wat schuw naar mij en dan weer naar mijn handen of mijn broekzak, dus nu ook weer. Rebecca loopt met me mee als ik de anderen begroet…
Nadat we iedereen begroet hebben, doen we wat mee met het voetballen en dan begint er iemand met de bal over te gooien. Al meer mensen doen mee en de kring wordt groter, Joe doet nu ook mee en de kring is echt groot, met kleine Edo in het midden als aandachttrekker. Hij vangt de bal als iemand niet ver gooit en dan is hij helemaal dolenthousiast en als hij een poosje geen beurt krijgt, kijkt hij sip, maar dat is zo weer over.
Rebecca staat er wat wezenloos bij, ik zie dat ze geniet. Iemand gooit de bal naar haar, ze begrijpt niet wat ze moet doen. Ik pak de bal en haar handen en samen gooien we de bal, ze lacht. De volgende keer als de bal naar haar gegooid wordt vangt ze het, maar teruggooien wil nog niet, maar ik heb Rebecca zien lachen! Vanaf nu speelt ze mee, ‘voor spek en bonen’, de medebewoners genieten mee. Zo mooi om te zien dat zij Rebecca echt ook wel zien…..
Later, als Joe het Bijbelverhaal vertelt, dit keer over Noach en de Ark, zit Rebecca naast me, haar handen spelen met mijn vingers, wil mijn ring afdoen, voelt of er iets in mijn zak zit. Ze luistert niet, ik weet niet of ze het hoort of het zelfs begrijpt, maar ze zit daar zo heerlijk naast me.
En dan later, als we samen gaan zingen en gaan dansen, dan opeens dans ik daar samen met Rebecca, uitbundig, heel blij! Ze lacht, de anderen zien het, ze merken het ook!
Als Joe gebeden heeft en zegt dat God van iedereen houdt en dat Hij voor iedereen zorgt, zegt een van de jongens, die hier ook woont, “God zorgt ook voor de zieken hier bij ons en Hij houdt ook heel veel van de kinderen hier!” “Ja”, zegt Joe, “God zorgt voor jullie allemaal en zorgen jullie maar goed voor elkaar, vooral voor de kinderen hier, daar houdt Hij extra veel van!” “Ja”, zegt de bewoner, “wij zullen de kleinsten hier beschermen, zoals Rebecca en Edo!”.
Rebecca en Edo, twee hele kwetsbare kinderen, verstandelijk beperkt? Psychisch ziek? Wat is hun verhaal, wat is er met hen gebeurd? Is dit een goede plek voor ze? Zij hebben echt bescherming nodig!
God zorgt U alstublieft voor hen? God kent ze, Hij zorgt voor ze.
Ik zou heel graag hun verhaal leren kennen, waar komen ze vandaan, wie is hun familie, waarom zijn ze hier?
Bidden jullie met mij mee voor deze kinderen?
Liefs,
Marijke






