zaterdag 8 december 2012

Hij zorgt en Hij zal ons ook de weg wel wijzen

Het is vandaag zaterdag, 8 december. Precies een jaar geleden schreef ik het volgende in mijn blog:
“Iedereen groet zo enthousiast, iedereen wil even met je spreken, iedereen heet ons zo hartelijk welkom. Toen we thuis kwamen zei ik tegen Joe: “Wat kunnen we hier toevoegen, wat kunnen we hier voor de mensen betekenen? Ik voel me zo klein, de mensen vinden ons zo interessant en ze zijn zo lief voor ons, maar wat verwachten ze van ons en kunnen we dat wat ze verwachten wel waar maken?”
We zijn hier nu twee weken, het Frans begint wat beter te worden, het warme weer begint een beetje te wennen. We weten en merken dat God voor ons zorgt en we weten ook dat Hij ons de weg zal wijzen , en misschien door hier ‘er te zijn’, zoals we zijn, hoop ik iets van God aan de mensen om me heen te laten zien.”
Als ik dit lees wordt ik ontroerd en verdrietig. Nog steeds zijn de mensen zo vriendelijk, nog steeds voelen we ons hier erg welkom en geliefd. Nog steeds voel ik me erg klein en weet ik nog steeds niet goed wat ik hier voor de mensen kan betekenen. We zien dat er mooie dingen gebeuren en dat we een klein stukje daarvan iets mogen betekenen, maar nog steeds, “Wat kunnen ze en mogen ze van ons verwachten? Ik ben ook maar een klein mensje met misschien mijn talenten, maar zeker ook mijn gebreken!”
Ik zei toen, dat mijn Frans wat beter begon te worden en dat ik een beetje aan het weer begon te wennen, maar dat zijn ook echt nog steeds twee van mijn gebreken, mijn ‘mankementen’. Het is nog steeds moeilijk en lastig om echt een beetje intelligent in het Frans te kunnen spreken en het is nog steeds vaak heel erg warm en benauwd!
En het is nog steeds zo moeilijk om echt mijn ‘nut’ hier te vinden. O, er zijn ontzettend veel hulpvragen en behoeften om me heen om aan te pakken, maar zijn we er hier daarvoor?
Soms zeg ik tegen Joe, dat wat voor grote opgave het misschien wel zouden kunnen zijn, maar het mij toch gemakkelijker lijkt om met een opdracht als b.v. een weeshuis of  b.v. een inloophuis voor moeders hier op te zetten, dan hier te zijn met onze opdracht: hier te zijn voor de kerk, om ‘naast de mensen te staan’ en ‘het’ niet voor ze te doen. Er ‘hier zijn’ voor de ERCB om ‘hier overbodig’ te worden, zodat ze zelfstandig verder kunnen. Het lijkt allemaal misschien gemakkelijk en ik dacht ook altijd dat die manier van werken goed bij ons past en wat betreft de kerk lukt dat ook al behoorlijk. Maar wat zien we veel om ons heen! waar ook als Christen, als medemens mijn (ons) hart naar uit gaat, huilt….
Bijvoorbeeld de mensen in het ‘huis’ in Madjrè, en de kindertjes daar, zoals Rebecca en Edo. Nanavi, die nu misschien een rolstoel heeft, maar verder……? …...en zo komen er steeds weer mensen op ons pad. 

Deze week weer. Joyce, de baby, die eigenlijk allang geen baby meer kan zijn, omdat haar ouders niet voor haar konden zorgen. Joe heeft op zijn blog over haar geschreven:  (http://pluginbenin.blogspot.com) Joyce is een kindje van ongeveer een jaar oud, die achtergelaten is in het huis in Madjrè, de instelling voor mensen met een beperking. Er is daar nauwelijks eten, zorg en middelen genoeg voor de volwassenen daar, laat staan voor een klein ziek babymeisje! De tweede keer dat we haar zagen, zag ik het meteen, “Die baby is erg ziek!” We zijn met haar naar een ziekenhuis gegaan. De zusters daar zeiden dat als ze niet direct geholpen werd, dat ze de volgende morgen waarschijnlijk dood zou zijn.  We hebben gedaan wat we konden, Joe heeft bloed gedoneerd, we hebben betaald voor de medische zorg en medicijnen en eten. Met Raoul, de leider van de instelling  en met Mariëtte, onze hulp, hebben we afgesproken dat ze in ieder geval de eerste weken verzorgd wordt door Mariëtte thuis. Zij weet hoe ze met de medicijnen moet omgaan, wat voor eten Joyce nodig heeft. Zij weet hoe ze een baby moet verzorgen en wat liefde kan geven. Wat gaat er straks met Joyce gebeuren, wie zorgt er straks voor haar? Wat kunnen wij meer doen?

En weer de vraag: “Waarvoor zijn we hier? Wat verwachten ze hier van ons en kunnen we dat wat ze verwachten wel waar maken?” Waar zetten wij onze grenzen, of mogen we hier wel grenzen zetten?
Wij gaan nu voor een poosje naar Nederland, eigenlijk onverwachts, voor verscheidene redenen. Het is allemaal zo verwarrend, ik voel me vaak nutteloos en tegelijk zie ik overal hulpvragen, verdriet. Ik wil graag echt goed met de mensen praten, maar het lukt me nog niet echt, ik wil er zijn voor kinderen/ mensen hier en ik verlang er ook naar om er te zijn voor mijn eigen kinderen in Nederland, als ik merk dat het daar soms ook niet zo lekker gaat.
En dan is er de dader weer van 1-2-12. Weer op vrije voeten, en zitten we weer middenin het speur- en zoekwerk van commissaris ‘David’ en zijn ‘helpers’ .
Ik had het gevoel dat ik de moed aan het verliezen was. Joe kreeg ook een beetje hetzelfde gevoel, “Hoe moet het nu verder?” Daarom hadden we een gesprek met onze ‘uitzenders’ en die raadden ons aan om even op adem te gaan komen, een paar weekjes Nederland, hopelijk wat manieren proberen te vinden om er weer tegen aan te kunnen. Even weer een poosje intensief aan het Frans te gaan werken.

Onze taak hier is om overbodig te worden, wij zijn hier om ‘er te zijn om onnodig te worden’.
Oh, God, er zijn hier zo veel noden, er is zoveel hulp nodig! Maar wie zijn wij?
We zijn klaar om te gaan: maandagavond 10 december, als alles gaat zoals gepland, vliegen wij. We hebben veel geregeld de laatste paar dagen. De kerstpakketjes voor de mensen die met ons werken, de salarissen, de rekeningen, de laatste vergaderingen en regeldingen, de laatste verslagen, de zaterdagschool. Joseph, onze ‘eerste gardien’, gaat er voor zorgen dat er elke week een paar mensen naar Madjrè gaan, voor een uurtje aandacht, een Bijbelverhaal, samen zingen en bidden. Mariëtte zorgt ervoor dat zij en wat vrouwen om haar heen, er voor lieve kleine Joyce kunnen zijn.
En God blijft hier en gaat ook met ons mee, Hij is overal!
We weten dat Hij zorgt en we vertrouwen ook dat Hij ons de weg zal wijzen! 

 Marijke

zaterdag 1 december 2012

De balans Vrouwen versus Mannen in Benin

“Hoe zit dat eigenlijk, Mariette? Er worden ongeveer de helft jongens en meisjes in de wereld geboren, maar hoe zit dat dan hier in Benin, als de meeste mannen meerdere vrouwen nemen, hoe zit dat dan met al die mannen die dan overblijven?”
Dat was een vraag die ik aan Mariette stelde, we praten samen over allerlei onderwerpen. Goed voor mijn Frans en goed om deze ingewikkelde cultuur wat te leren kennen.
Mariette’s eerste man, die overleden is, toen ze drie kleine kinderen had, heeft meerdere vrouwen gehad en haar tweede man, die haar als tweede vrouw nam, heeft er inmiddels al weer een ‘copine’( vriendinnetje) bij. En om ons heen zien we dat het normaler is dat een man meerdere vrouwen heeft, dan maar één.
Ja, is het antwoord, er zijn veel mannen die niet getrouwd zijn, die geen zin hebben in een vaste vrouw en de verantwoordelijkheid voor kinderen, die ervan komen. Die mannen zijn   ‘célibataire’, het Franse woord voor  vrijgezel.  ‘Celibaat’, voor ons een woord, dat gebruikt wordt voor de eed die priesters afleggen om zonder vrouw, zonder aan de ‘vleselijke’ verleidingen toe te geven, door het leven te gaan. Een keuze voor God.
Nee, dat bedoelt men hier niet met ‘célibat’, hier betekent het gewoon, dat je je niet aan een vrouw gaat binden.
De pastoor en de priesters hier in Dogbo, Mariette weet het zeker, zegt ze, dat die wel ‘hun vrouwen’ hebben en dat er genoeg kinderen rondlopen, die zo’n vader hebben, die die eed gezworen heeft. De vrouwen mogen er niet over praten,  maar iedereen in de omgeving weet het, de vrouwen en de kinderen maken geen aanspraak op die ´vader´. Mensen in de omgeving kijken niet neer op zo´n vrouw, of op zo´n kind. Eigenlijk krijgen ze daardoor wel wat respect, ze wonen gewoon met hun familie en de kinderen mogen meestal op kosten van de ‘vader’ een opleiding volgen op een Katholieke college. Zij studeren dan ook vaak weer voor priester.
Anders is het met vrouwen, die ‘het doen’ met die andere ‘célibataires’,  de mannen, die niet gebonden willen zijn, die vrij willen. Die vrouwen hebben geen rechten, ze worden vaak een tweede vrouw van iemand als ze zwanger raken. Deze kinderen hebben helemaal geen rechten. Ze mogen soms, als tweederangs kinderen, in het grote gezin opgenomen worden, maar vaak gaan die kinderen naar andere familie, als de moeder met de man gaat samenwonen. De familie van de moeder ‘zorgt’ dan voor hen.
Zoals ik in een vorig verhaal al vertelde, deze kinderen worden bij de familie waar ze dan ondergebracht worden, vaak als slaafjes behandelt, ze moeten daar allerlei klusjes doen. Als ze geluk hebben mogen ze nog wel naar school.
Mariette zelf is vroeger ook bij een tante ondergebracht. De tante was rijker dan haar eigen familie en die beloofden om Mariette naar school te sturen op hun kosten. Dat is ook gebeurd, ze is naar school geweest, ze leerde er goed Frans spreken. Maar ze moest als klein meisje daar veel helpen. Ze vertelde me dat zij en een ander nichtje, altijd moesten wachten met eten tot de tante en haar gezin klaar waren met het eten: wat over was, was voor hen. Op een keer, Mariette was toen ongeveer 8 jaar oud, was Mariette bezig met het koken van de maaltijd, na een drukke schooldag. Ze had die middag na schooltijd nog niets gegeten en ze had honger. Ze moest kippenvlees van de botjes afhalen voor de vleessaus voor het avondeten en legde de schone botjes op een speciaal schaaltje. Toen ze klaar was met haar werk, kon ze niet langer wachten en begon aan de kale botjes te kluiven en toen kwam haar neef in de keuken en die ging heel hard schreeuwen. De tante heeft Mariette met een stok zo hard geslagen op haar gezicht, dat je nu, na 30 jaar, nog kan zien. Het bloedde heel erg en Mariette heeft het toen niet aan haar moeder of vader durven vertellen. Pas later, toen ze groot was heeft ze dat een aan hen verteld. En toen zei haar moeder, dat ze het er zelf vast naar gemaakt had.
Maar de balans van vrouwen versus mannen, daar had ik het over…….Mensen trouwen hier vaak niet officieel, zelfs in de kerken zien we dat. Vaak is de bruidsschat die de man aan de ouders van het meisje moet geven, zo groot, dat hij daar niet aan kan voldoen. Vaak is de afspraak dan met de schoonfamilie, dat de man dat dan maar later gaat betalen, als hij het geld eindelijk eens bij elkaar heeft gespaard. Dan kan er gedacht worden aan een officieel huwelijk, met alles erop en eraan en daar moet ook weer voor gespaard worden, want ook hier in Benin, wil men niet onder doen voor een ander. Vaak voordat het zover is, dat al dat geld bij elkaar is gespaard en betaald, heeft de man al weer behoefte aan een andere vrouw.
Ik dacht altijd, dat de rijkere mannen hier meerdere vrouwen hadden en dat zij zo voor de arme meisjes kunnen zorgen. Maar dat is niet zo, vaak zie je zelfs dat die vrouwen ook nog verantwoordelijk voor hun eigen kinderen zijn en dat de man het laat afweten. We kennen een gezin, waarvan de vader zeker wel rijk was en meerdere vrouwen had, die zijn eigen blinde dochter niet naar de blindenschool wilde sturen en daarom werd er bijstand bij DVN gevraagd via de diaconie.
“En de mannen mogen echt alles”, zegt Mariette. Er zijn hier ook hoertjes, daar gaan de mannen ook heen, maar die zijn er niet alleen de ‘célibataires’! Vrouwen weten gewoon dat hun mannen daar ook heen gaan, vooral als de vrouw zwanger is, of net een kindje heeft gehad of ziek is,….mannen hebben dat gewoon nodig, ze kunnen gewoon niet zonder seks.
Zijn dat gewoon haar eigen ervaringen hier? Of is het echt de gewoonte, de cultuur hier in Benin?

Toen Mariette hier kwam wonen, was haar huiselijke leven niet erg fijn. Ze woonde als tweede vrouw bij haar tweede man. Haar drie kinderen van haar eerste huwelijk, waren op allerlei plekken ondergebracht en ze had met deze man al snel weer een zoontje. Ze wist zeker dat haar man van haar hield en ze hield ook van hem, zegt ze. Maar de eerste vrouw van haar man pestte haar erg veel en ze wist dat haar man ook andere vriendinnetjes er op na hield. Ze wilde wel bij hem blijven, maar ze kon niet samen met zijn  eerste vrouw onder één dak wonen (trouwens het is niet onder een dak, meestal zijn er een stel kleine hutjes bij elkaar en woont de man in zijn eigen hutje en wonen zijn vrouwen ieder in een eigen hutje, elk met hun eigen kinderen). Ze heeft hem voor het feit gezet, “Zij weg, of ik weg!” En ze meende het!
Omdat haar nieuwe werk bij ons meer dan een half uur met de taxi was, kwam het haar ook wel goed uit om dichterbij te gaan wonen.
Ze woont nu dichtbij ons, met al haar vier kinderen.
Ik vroeg haar gisteren: “Wat denk je, ben je nu vrij van hem, ben je nu eigen baas? Je woont niet met hem, je bent nooit officieel met hem getrouwd en hij heeft er nu een andere vriendin bij.” “Ja, in zekere zin ben ik wel vrij, maar ik zou nooit verliefd mogen worden op een andere man. Hij vindt het goed dat ik hier nu woon, maar hij is nog steeds baas over mij.” “Maar hij heeft er wel een andere vrouw bij en jij mag dat niet doen?” “Hij zou hem gaan vermoorden! Voor hem ben ik ondanks alles, nog steeds zijn vrouw!”

Rechten van de vrouw, rechten van de man. Officieel heeft een vrouw hier misschien wel rechten, maar ze heeft geen ‘poot om op te staan’.  Bij wie zou ze hierover kunnen klagen? De politie, die leven zelf ook zo, de pastoor, die doet net zo goed mee. “We leren van onze moeders dat we respect voor onze mannen moeten hebben en dat staat ook in de Bijbel!” Ja, daar heeft ze gelijk aan……
“Maar mannen kunnen ook wel wat meer respect voor hun vrouwen hebben, door ‘fidèle’ te zijn aan hun eigen vrouw.” “Ze slaan hun vrouwen in ieder geval niet, als ze dat doen, dan krijgen ze de familie tegen hen, dan verliezen de omgeving en zijn vrouw  hun respect voor hem! Wij vrouwen laten toch zien dat wij wel ‘fidèle’ zijn en wij hopen zo een voorbeeld te zijn voor hem en voor onze kinderen!”
In Nederland is het heus niet allemaal beter dan hier, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben is dat de vrouw daar wel meer rechten heeft. Dat recht is een recht van wederzijds respect voor elkaar , vrouwen en mannen, en daar kunnen wij allemaal ook wel meer ons best voor gaan doen!
En zo werkt de balans vrouwen versus mannen hier dus in Benin.

Groet, Marijke

P.S.
We moeten uitkijken dat we niet altijd denken dat we alles beter weten en er beter mee omgaan dan onze  Afrikaanse broers en zussen.
Daarover dit Afrikaanse volksverhaal, dat Mariette mij vertelde:
“Toen God de mensen schiep, schiep Hij een blanke man en een zwarte man. Hij zei tegen deze twee personen dat ze beiden hun hand voor hun ogen moesten doen, omdat  Hij de engelen iets wilde laten zien en iets wilde leren, maar de mens mocht het niet weten.
De zwarte man deed zijn handen stevig voor de ogen en hij zag niets. De blanke man deed zijn handen voor zijn ogen maar hield zijn vingers gespreid, zodat hij kon zien. Hij zag de geheimen die God liet zien. Daardoor is de westerse wereld, de blanken dus,  zo veel verder met nieuwe ontdekkingen en  daarom weten zij zo veel.”
Ik weet niet precies wat ik hiervan moet denken.
a.       Moeten we blij zijn met oneerlijk verkregen wijsheid?
b.      Is het wel zo’n zegen om al die wijsheid en vooruitgang te hebben?
c.       En als we echt de wijsheid in pacht hebben, zijn we daardoor dan ook niet heel erg verantwoordelijk met hoe we hiermee in de wereld staan en zijn en leven?