Een paar weken geleden vroeg Synthia mij dat de eerste keer. “Madame, ik zou heel graag eens met jullie naar Nederland willen, kan dat?” Dat was zo terloops, tussendoor, ik kwam haar even tegen, toen ik net iets moest doen. Het enige wat ik toen antwoordde was: “Dat lijkt me heel leuk, maar dat gaat niet zo gemakkelijk.” Meer niet, maar ze had dus nog steeds hoop dat het zou kunnen, met ons mee, naar Nederland. Synthia heeft een paar keer een briefje geschreven aan Eva, onze kleindochter (ook 11) in Goes, Eva had ook teruggeschreven met een klein cadeautje. Ik had al eens wat foto’s van Eva laten zien op de laptop en Synthia is denk ik gaan dromen….dromen mag toch? Maar is het wel reëel? Zo’n meisje uit Benin even op reis naar Nederland? Voor een volwassen persoon is dat al een hele cultuurshock. Hoe zou zo’n meisje dat allemaal ervaren, hoe zou ze terugkomen?
Toen we Synthia voor het eerst ontmoetten, vroegen we haar wat ze later wilde worden; “soeur” zei ze. Zoals in Nederland veel meisjes zeggen dat ze verpleegster willen worden, denk je waarschijnlijk, maar nee, Synthia vertelde dat ze soeur, non, wilde worden. Liefst als onderwijzeres op een katholieke school of verpleegster in een ziekenhuis was ook wel goed. Hoe komt zo’n meisje daarbij?
Wij logeren tegenwoordig geregeld bij de Soeurs de Notre Dame in Cotonou. Nu we geen collega’s daar meer hebben is er ook geen vast logeerplekje daar meer voor ons. Zo nu en dan gaan we naar Hotel Du Lac, een beetje luxueuzer, met een restaurant en een heerlijk zwembad. Maar tegenwoordig dus ook bij de soeurs, dat is minder luxueus, maar wel heel wat goedkoper. Het is daar heel basaal, een kamertje voor ons tweeën, een douche, w.c. en we kunnen zelfs met airco kiezen, er is zelfs een klein ontbijtje van brood, jam, thee en een sinaasappel. We zien daar hoe soeurs hier leven. Ook heel basaal, maar wel veilig lijkt mij, zo samen. Ze eten samen, in de ochtend vroeg zingen ze samen het ochtendgebed, s ’avonds hoor je ze weer samen zingen, voor het avond eten, ik hoor ze ook lol hebben samen. Ze hebben overdag allemaal een taak, ze doen volgens mij allemaal een soort maatschappelijk werk, in de wijken, in scholen, bij allerlei kinderopvang. Ze werken hard, ze leven niet met overvloed en luxe, maar het lijkt me wel veilig, rustig, weten waar je aan toe bent en dat je ergens bij hoort. En dat ziet zo’n meisje als Synthia, ze ziet de soeurs op school, in hun kerk, in het dorp. En ze vergelijkt ze met de andere vrouwen om haar heen, haar moeder, haar oma’s , haar tantes. Het leven van vrouwen is hier niet erg gemakkelijk, niet veilig. Ik zeg niet dat het leven van alle vrouwen in Nederland makkelijk is, maar het is hier echt anders, echt moeilijker, en harder, wat voor mooie romantische dingen je maar ook wilt bedenken over ‘down to earth life’ en ‘back to basics’ in het zonnige, nietwesterse Afrika! Het leven voor vrouwen hier is vaak echt niet fijn!
Synthia ziet dat, heeft het zelfs zelf meegemaakt! Toen ze heel klein was is haar vader overleden en omdat haar moeder niet de eerste vrouw was van haar vader, kreeg haar moeder niets en werd ze zelfs weggestuurd uit het huis dat ze met haar man, de vader van haar drie kinderen, deelde. In het begin kon haar moeder nog wel voor zichzelf en de kinderen zorgen, want ze vond een baantje bij de Artsen Zonder Grenzen, maar die hield op en toen kon ze niet meer zelf voor haar kinderen zorgen. Die werden ondergebracht bij familie en Synthia’s moeder ging samen wonen met een man, als tweede vrouw, hij beloofde om voor haar te zorgen, maar niet voor haar kinderen. Synthia en haar twee broertjes woonden ieder op een andere plek, elk in een ander gezin, niet veilig bij eigen broertjes en moeder, haar eigen gezin. Het leven van Synthia’s oma is het zelfde verhaal als die van haar moeder, ook een tweede vrouw van een man en ook weer verlaten, haar tantes zitten ook vaak in de zelfde situatie en als ze naar de generaties eerder kijkt, was het ook niets beter, haar andere oma is ook een van vier vrouwen, haar overgrootvader had iets van vijftien vrouwen of zelfs meer. Ze ziet de jalousie tussen vrouwen zoals haar moeder en de andere vrouwen, haar tantes en hun mannen. Ze ziet de armoe doordat de mannen hun grote gezinnen niet (kunnen) onderhouden. De moeders die hard moeten werken en maar geen geld genoeg hebben om hun kinderen te kleden en te voeden en naar school te sturen. Grote, uitgebreide gezinnen die niet gezellig en veilig bij elkaar wonen.
En dan ziet Synthia die soeurs, die op school werken, in hun mooie blauwe jurken en hun mooie verpleegsterskapjes. Ze kijken vaak blij en vriendelijk, ze hebben een leuke baan en wonen meestal in een groot huis, samen met andere vrouwen zoals zij. Ik kan het begrijpen dat dat haar keuze is voor later….. veiligheid en geborgenheid.
Maar sinds een jaar woont ze weer samen met haar moeder en haar nu inmiddels, vier broertjes, ze wonen samen in het huisje achter het kantoor van DVN. Na de vakantie gaat ze voor het eerst naar het voorgezet onderwijs van de katholieke kerk. Haar moeder werkt nu voor de jovo Pasteur en Madame, die in een auto rijden, in een mooi huis met een grote, groene tuin wonen en die ook nog foto’s aan haar laten zien van hun kleinkinderen in Nederland. Een foto van Eva op haar sportschool, één van dat ze met vakantie is; ze hoort dat Eva op de fiets naar school gaat en in een mooi huis woont met haar hele gezin, inclusief haar vader. Toch heel logisch dat Synthia mij dat die eerste keer vroeg? “Madame, ik zou heel graag met jullie naar Nederland willen, kan dat?”
Ik zou het haar van harte gunnen, haar broertjes ook. Ik zou het zo veel mensen gunnen, ook vaak als ik in Madjrè ben en die lieve Rebecca zie of Edo of anderen daar. Wat zou het in Nederland een stuk beter zijn voor hen, wat zouden ze daar veel meer kansen hebben!
Maar is het wel reëel? Zo’n lief meisje uit Benin even op reis naar Nederland? Het zou zo mooi kunnen zijn, even alles meemaken, alles even zien van hoe een meisje zoals Eva leeft. Een mooi huis, een luxe school, mooi speelgoed, een fiets, vriendinnen waar je zo maar even de stad mee in kunt gaan, een gezin dat compleet is, die samen in een huis woont, met een pappa en een mamma die van elkaar houden. Maar dan moet ze weer terug, naar haar familie, naar haar land. Zelfs al wilde ze het, Synthia zou hier niet eens mogen en kunnen blijven, geen kans. Ze zou weer terug moeten, ze zou nooit een verblijfsvergunning krijgen. En dan zou ze teruggaan en wat dan, hoe zou ze alles in Benin dan weer ervaren? Nee, het zou niet goed zijn als ze met ons mee ging….
Nee, ik zeg heus niet dat Nederland beter is, dat wij het allemaal beter doen. Ik zie in Benin ook heus wel prachtige dingen, moeders die van hun kinderen houden, vaders die van hun kinderen houden, vaders die wel bij hun ene vrouw wonen en van haar houden, meisjes die wel de kans krijgen om te studeren en een leuke baan en man vinden. In Nederland is er ook vaak verdriet in gezinnen, gebroken gezinnen, ook armoe en ziekte, ook kinderen die daar onder gebukt gaan. Maar toch, de kinderen in Nederland hebben wel veel meer kansen. Kinderen daar hebben in ieder geval hun rechten en vrouwen ook en dat is het grote verschil met een land zoals Benin.
Ik hoop en bid dat Synthia een mooie toekomst heeft, in Benin, of misschien ergens anders, met wat voor opleiding of baan ook, iets waar ze haar talenten kan gaan gebruiken, met iets wat haar gelukkig maakt. Wij helpen haar moeder met het schoolgeld voor de kinderen, we willen dat ook blijven doen, als wij straks weer in Nederland zijn. Ik hoop dat Synthia daardoor wat meer kansen krijgt en als ze wil, kan ze soeur worden. Wij spraken een van de soeurs in Cotonou en die zei dat ze voor haar werk een paar keer in Nederland was geweest. Misschien krijgt Synthia die kans ooit ook, je weet maar nooit!
Die lieverd!









