zaterdag 29 juni 2013

Och, die lieverd...

“Pasteur, hebben jullie er al over na gedacht? “ “Waarover?”, “over mijn reis naar Nederland met jullie…” Och, hoe reageer je daar nu op? Die vraag werd vorige week aan Joe gesteld, door Synthia, de 11-jarige dochter van onze Mariëtte. Zijn eerste reactie was, even haar een knuffel geven en: “Och, mijn lieverd, dat gaat niet zo gemakkelijk, dat kan niet zo maar. Het is heel duur, je hebt een paspoort nodig en een visum….”
Een paar weken geleden vroeg Synthia mij dat de eerste keer. “Madame, ik zou heel graag eens met jullie naar Nederland willen, kan dat?” Dat was zo terloops, tussendoor, ik kwam haar even tegen, toen ik net iets moest doen. Het enige wat ik toen antwoordde was: “Dat lijkt me heel leuk, maar dat gaat niet zo gemakkelijk.” Meer niet, maar ze had dus nog steeds hoop dat het zou kunnen, met ons mee, naar Nederland.  Synthia heeft een paar keer een briefje geschreven aan Eva, onze kleindochter (ook 11) in Goes, Eva had ook teruggeschreven met een klein cadeautje. Ik had al eens wat foto’s van Eva laten zien op de laptop en Synthia is denk ik gaan dromen….dromen mag toch? Maar is het wel reëel? Zo’n meisje uit Benin even op reis naar Nederland? Voor een volwassen persoon is dat al een hele cultuurshock. Hoe zou zo’n meisje dat allemaal ervaren, hoe zou ze terugkomen?                                                                    
Toen we Synthia voor het eerst ontmoetten, vroegen we haar wat ze later wilde worden; “soeur” zei ze. Zoals in Nederland veel meisjes zeggen dat ze verpleegster willen worden, denk je waarschijnlijk, maar nee, Synthia vertelde dat ze soeur, non, wilde worden. Liefst als onderwijzeres op een katholieke school of verpleegster in een ziekenhuis was ook wel goed. Hoe komt zo’n meisje daarbij?
Wij logeren tegenwoordig geregeld bij de Soeurs de Notre Dame in Cotonou. Nu we geen collega’s daar meer hebben is er ook geen vast logeerplekje daar meer voor ons. Zo nu en dan gaan we naar Hotel Du Lac, een beetje luxueuzer, met een restaurant en een heerlijk zwembad. Maar tegenwoordig dus ook bij de soeurs, dat is minder luxueus, maar wel heel wat goedkoper. Het is daar heel basaal, een kamertje voor ons tweeën, een douche, w.c. en we kunnen zelfs met airco kiezen, er is zelfs een klein ontbijtje van brood, jam, thee en een sinaasappel. We zien daar hoe soeurs hier leven. Ook heel basaal, maar wel veilig lijkt mij, zo samen. Ze eten samen, in de ochtend vroeg zingen ze samen het ochtendgebed, s ’avonds hoor je ze weer samen zingen, voor het avond eten, ik hoor ze ook lol hebben samen. Ze hebben overdag allemaal een taak, ze doen volgens mij allemaal een soort maatschappelijk werk, in de wijken, in scholen, bij allerlei kinderopvang. Ze werken hard, ze leven niet met overvloed en luxe, maar het lijkt me wel veilig, rustig, weten waar je aan toe bent en dat je ergens bij hoort. En dat ziet zo’n meisje als Synthia, ze ziet de soeurs op school, in hun kerk, in het dorp. En ze vergelijkt ze met de andere vrouwen om haar heen, haar moeder, haar oma’s , haar tantes. Het leven van vrouwen is hier niet erg gemakkelijk, niet veilig.  Ik zeg niet dat het leven van alle vrouwen in Nederland makkelijk is, maar het is hier echt anders, echt moeilijker, en harder, wat voor mooie romantische dingen je maar ook wilt bedenken over ‘down to earth life’ en ‘back to basics’ in het zonnige, nietwesterse Afrika! Het leven voor vrouwen hier is vaak echt niet fijn!
Synthia ziet dat, heeft het zelfs zelf meegemaakt! Toen ze heel klein was is haar vader overleden en omdat haar moeder niet de eerste vrouw was van haar vader, kreeg haar moeder niets en werd ze zelfs weggestuurd uit het huis dat ze met haar man, de vader van haar drie kinderen, deelde. In het begin kon haar moeder nog wel voor zichzelf en de kinderen zorgen, want ze vond een baantje bij de Artsen Zonder Grenzen, maar die hield op en toen kon ze niet meer zelf voor haar kinderen zorgen. Die werden ondergebracht bij familie en Synthia’s moeder ging samen wonen met een man, als tweede vrouw, hij beloofde om voor haar te zorgen, maar niet voor haar kinderen. Synthia en haar twee broertjes woonden ieder op een andere plek, elk in een ander gezin, niet veilig bij eigen broertjes en moeder, haar eigen gezin. Het leven van Synthia’s oma is het zelfde verhaal als die van haar moeder, ook een tweede vrouw van een man en ook weer verlaten, haar tantes zitten ook vaak in de zelfde situatie en als ze naar de generaties eerder kijkt,  was het ook niets beter, haar andere oma is ook een van vier vrouwen, haar overgrootvader had iets van vijftien vrouwen of zelfs meer. Ze ziet de jalousie  tussen vrouwen zoals haar moeder en de andere vrouwen, haar tantes en hun mannen. Ze ziet de armoe doordat de mannen hun grote gezinnen niet (kunnen) onderhouden. De moeders die hard moeten werken en maar geen geld genoeg hebben om hun kinderen te kleden en te voeden en naar school te sturen. Grote, uitgebreide gezinnen die niet gezellig en veilig bij elkaar wonen.
En dan ziet Synthia die soeurs,  die op school werken, in hun mooie blauwe jurken en hun mooie verpleegsterskapjes. Ze kijken vaak blij en vriendelijk, ze hebben een leuke baan en wonen meestal in een groot huis, samen met andere vrouwen zoals zij. Ik kan het begrijpen dat dat haar keuze is voor later….. veiligheid en geborgenheid.
Maar sinds een jaar woont ze weer samen met haar moeder en haar nu inmiddels, vier broertjes, ze wonen samen in het huisje achter het kantoor van DVN. Na de vakantie gaat ze voor het eerst naar het voorgezet onderwijs van de katholieke kerk. Haar moeder werkt nu voor de jovo Pasteur en Madame, die in een auto rijden, in een mooi huis met een grote, groene tuin wonen en die ook nog foto’s aan haar laten zien van hun kleinkinderen in Nederland. Een foto van Eva op haar sportschool, één van dat ze met vakantie is; ze hoort dat Eva op de fiets naar school gaat en in een mooi huis woont met haar hele gezin, inclusief haar vader. Toch heel logisch dat Synthia mij dat die eerste keer vroeg? “Madame, ik zou heel graag met jullie naar Nederland willen, kan dat?”
Ik zou het haar van harte gunnen, haar broertjes ook. Ik zou het zo veel mensen gunnen, ook vaak als ik in Madjrè ben en die lieve Rebecca zie of Edo of anderen daar. Wat zou het in Nederland een stuk beter zijn voor hen, wat zouden ze daar veel meer kansen hebben!
Maar is het wel reëel? Zo’n lief meisje uit Benin even op reis naar Nederland? Het zou zo mooi kunnen zijn, even alles meemaken, alles even zien van hoe een meisje zoals Eva leeft. Een mooi huis, een luxe school, mooi speelgoed, een fiets, vriendinnen waar je zo maar even de stad mee in kunt gaan, een gezin dat compleet is, die samen in een huis woont, met een pappa en een mamma die van elkaar houden. Maar dan moet ze weer terug, naar haar familie, naar haar land.  Zelfs al wilde ze het, Synthia zou hier niet eens mogen en kunnen blijven, geen kans. Ze zou weer terug moeten, ze zou nooit een verblijfsvergunning krijgen. En dan zou ze teruggaan en wat dan, hoe zou ze alles in Benin dan weer ervaren? Nee, het zou niet goed zijn als ze met ons mee ging….
Nee, ik zeg heus niet dat Nederland beter is, dat wij het allemaal beter doen. Ik zie in Benin ook heus wel prachtige dingen, moeders die van hun kinderen houden, vaders die van hun kinderen houden, vaders die wel bij hun ene vrouw wonen en van haar houden, meisjes die wel de kans krijgen om te studeren en een leuke baan en man vinden. In Nederland is er ook vaak verdriet in gezinnen, gebroken gezinnen, ook armoe en ziekte, ook kinderen die daar onder gebukt gaan. Maar toch, de kinderen in Nederland hebben wel veel meer kansen. Kinderen daar hebben in ieder geval hun rechten en vrouwen ook en dat is het grote verschil met een land zoals Benin.
Ik hoop en bid dat Synthia een mooie toekomst heeft, in Benin, of misschien ergens anders, met wat voor opleiding of baan ook, iets waar ze haar talenten kan gaan gebruiken, met iets wat haar gelukkig maakt. Wij helpen haar moeder met het schoolgeld voor de kinderen, we willen dat ook blijven doen, als wij straks weer in Nederland zijn. Ik hoop dat Synthia daardoor wat meer kansen krijgt en als ze wil, kan ze soeur worden. Wij spraken een van de soeurs in Cotonou en die zei dat ze voor haar werk een paar keer in Nederland was geweest. Misschien krijgt Synthia die kans ooit ook, je weet maar nooit!
Die lieverd!

dinsdag 25 juni 2013

Vovokame

Vorig jaar september kwamen voor het eerst in contact met de jonge mensen die een kerkje wilden beginnen in Vovokame. Onze vriend Grégoire wil graag dat iedereen enthousiast wordt over God, de Bijbel, de kerk. Daarom had hij vaak over ‘de weg, de waarheid en het leven’ gehad met de inwoners daar. En hij had een groepje van jonge mensen gestimuleerd om samen een kerkje te beginnen daar. Daar heb ik een vorige blog al eens over verteld…..
Ik schreef ook over de leider (L) van dit groepje, L en zijn vrouw en de tweeling waarvan eentje gestorven was. Ik schreef dit toen later: “na de afloop van de lessen zijn we nog met L naar zijn huisje geweest. Het gaat niet goed met het overgebleven meisje van de tweeling. Ze groeit niet, ze is erg ziek, menselijk gesproken gaat ze ook sterven. We hebben met hem gesproken en met hem gebeden, hem bemoedigd.”
Vorige week zagen we dit gezin, een blijde vrouw met een heel lief gezond klein meisje op haar schoot. Ja, alles was goed en gezond en het was alsof het baby’tje mij wilde laten zien dat alles goed was, ze lachte zo lief naar me zoals een klein kindje van een half jaar alleen maar kan doen. God is goed, hij heeft naar de gebeden geluisterd! Maar hoe gaat het verder in Vovokame? Deze brief schreef ik gisteren naar mijn broer, die hier al twee keer geweest is en inmiddels een goede vriend van Grégoire is geworden:

Maandag, 24 juni 2013
Lieve Jurrien,
Ik heb zin in dat je komt, Joe trouwens ook. Lekker, nog even en jij bent er. Grégoire heeft er ook zin in. Hij ziet er naar uit om je kennis te laten maken met het groepje jongelui in zijn geboortedorp Vovokame. Grégoire heeft zo’n hart voor de zaak daar! Na jouw vertrek in augustus is hij echt bezig gegaan in zijn geboortedorpje. Hij was al langere tijd bezig om de mensen uit zijn dorp over zijn verandering te vertellen en de mensen daar zagen zijn verandering ook. Ze waren nieuwsgierig naar de reden en wilden dat zelf ook. Hij merkte dat er vooral jongelui waren die op een andere manier kerk wilden zijn dan de kerk in hun dorp. In hun dorp is er al jaren een kerk, ‘Reveil’, een soort Pinkstergemeente. Het is een grote kerk, maar volgens hen een kerk met  veel mensen en zelfs leiders, die het heidendom nog niet echt afgezworen hebben. Dat zie je hier veel, nog veel gewoonten en angst daardoor. Ook waren er bij dat groepje jongelui een paar die niet eerder naar een kerk gingen. En er waren drie (jonge) volwassenen mannen, L(de leider), zijn broer X en J-M (die Grégoire had gekozen als diaken) en natuurlijk Grégoire, maar hij wil niet de leider zijn. Hij is dus begonnen met dat groepje, met ondersteuning van ons en Théophile en nu ook Romain (de nieuwe pasteur). We vonden het toen eigenlijk wel snel, hoe hij een leider en een diaken had uitgekozen, maar toen we echt de eerste officiële dienst hadden, hoorden we dat iedereen met die keuze blij was en er mee eens was. Achteraf was het toch niet een goede keuze, maar hoe konden wij dat weten….L, de gekozen leider, de persoon waar ik al eens over had geschreven, toen zijn vrouw een tweeling kreeg en een van de tweeling snel stierf, was achteraf geen goede leider. Hij en zijn broer X, leken erg blij te zijn met de nieuwe groep, ze wilden een echte gereformeerde kerk, zoals Grégoire hen uitgelegd had. Maar achteraf hebben we gemerkt dat zij het alleen voor financiële winst wilden doen.  L blijkt achteraf ook alcoholist te zijn en staat in het dorp bekend als iemand die niet te vertrouwen is. Waarom had Grégoire hem dan gekozen? Hij dacht echt dat L en zijn broer een nieuw begin wilden maken, dat ze echt de Here wilden volgen. Jammer, maar achteraf heeft L dus laten zien dat hij toch niet te vertrouwen is……
We hadden, nog voor we naar Nederland gingen afgelopen april, gezegd dat we ze wel wilden helpen om een dak te maken voor hun kerkje. Het palmbladeren dakje was niet goed voor in het regenseizoen en niet sterk genoeg tegen de wind. Als zij, als groep, samen het geld bij elkaar zouden brengen voor de frame en die zouden maken, dan zouden wij het dak als cadeau geven. Joe en Grégoire en L en nog een andere jongen zijn langs wat plekjes geweest waar ze metalen dakplaten verkochten en ze zouden samen kijken wat de beste prijs zou zijn. Joe had toen het gevoel dat L het niet leuk vond dat Joe mee was, om zelf te zien wat de prijs zou zijn en dat hij het zelf ook wilde betalen. Toen het gekocht en betaald was, zouden de dakplaten naar Vovokame gebracht worden met onze auto. Maar Joe merkte dat L ruzie met Grégoire aan het maken was en hij vertrouwde het allemaal niet meer zo. Hij is toen naar ons huis gereden en toen ze daar stopten, zei hij dat er volgens hem iets aan de hand leek te zijn. Ze wilden het niet vertellen en Joe zei dat hij dan eerst de platen hier bij ons in de tuin wilde leggen en dat hij dan eerst wilde dat Grégoire  en L eerst samen gingen praten. Later hoorde Joe van Grégoire dat L een afspraakje had met verkoper waar hij de dakplaten wilde kopen en dat de verkoper aan Joe een bepaald bedrag zou zeggen en dan dat ze ( L en de verkoper) samen de winst zouden gaan delen. Hij was boos dat Grégoire aan de kant van de Jovo (blanke) stond. Joe heeft toen gezegd dat wij de dakplaten hier wilden houden totdat de ruzie gesetteld was. We hebben gezegd dat we eerst zes weken in Nederland zouden zijn en in die tijd hoopten en verwachtten we dat ze als groepje gewoon door gingen, met of zonder L en zijn broer. Pasteur Romain zou met de wekelijkse bijbellessen gewoon doorgaan en ze zouden samen de zondagse diensten organiseren en elke keer in een schriftje schrijven hoe veel mensen er elke keer aanwezig zijn bij de bijeenkomsten.
We zijn inmiddels weer terug uit Nederland. Maar de onenigheid is inmiddels erger geworden. De bijbels, de kinderbijbel, de kerkbankjes en de liturgieboekjes, die het kerkje van ons hadden gekregen, zijn bij L thuis en hij wil ze niet meer teruggeven. Zijn broer X staat achter hem. L en zijn broer zijn nog steeds boos en willen geen contact met de kerkgroep.
Maar de bijeenkomsten zijn trouw doorgegaan. Romain heeft elke week een les gegeven, de diensten zijn elke zondag doorgegaan. Steeds een groep jonge mensen, Grégoire en J-M (die achteraf ook niet zo’n goede naam heeft maar wel heel trouw is en hij wil heel graag) en een paar volwassen vrouwen ( bijv. de moeder van Grégoire)  We zijn heel erg blij hoe de groep jongelui het nog steeds wil, samen gemeente van Christus te zijn.
We hebben gemerkt dat het echt niet gaat lukken om geld in te zamelen voor een frame, de jongelui hebben gewoon geen geld en er zijn geen echte volwassen leiders. Wij hebben met Grégoire en Romain gesproken en samen zijn we tot de conclusie gekomen dat het nog te vroeg is om echt een kerk te institueren, met volwassen oudsten.  Maar we hebben wel gezien dat ze echt graag over de Bijbel willen leren en dat ze ook heel trouw zijn om bij elkaar te komen voor de bijbellessen en de diensten. Daarom blijven we elke zondag de lessen geven en houden ze elke zondag hun diensten , soms met Joe, of Romain of een andere voorganger van de ERCB, soms gewoon met z’n allen, als groep. Er wordt nu nog gewacht met het officieel beginnen van een kerk met een kerkenraad. Maar we wilden wel heel graag een goed gesprek met de oudsten van de andere kerk hebben. Ze hebben ons in het begin toestemming gegeven om als extra ‘kleine broer’ in hun dorp te werken, om samen het Woord in het dorp en de heidense omgeving te brengen. Een van hun leiders, Rigobert, heeft vaak de bijbellessen met ons mee gewoond en mee gedaan en samen met ons gebeden. Maar ze hebben inmiddels ook gezien dat het niet allemaal gegaan is zoals we hoopten.
En dat hebben we gisteren gedaan. We zijn uitgenodigd bij Rigobert thuis. De hoofdouderling van de dorpskerk, Paul,  was er ook bij, we hebben samen gesproken over de jongelui, die graag meer willen leren over God’ s woord, over de dingen die gebeurd zijn en aan het einde hebben we toestemming gekregen om als ‘kleine broer’ in hun dorp door te gaan en Paul heeft samen met ons gebeden of God het werk hier in Vovokame wil zegenen.
Dus het is nu goed en toen wij vertelden dat jij (Jurrien) met de hulp van wat jongelui in Nederland geld aan het sparen bent voor een frame voor het gebouwtje, waren ze allemaal zo ontzettend blij: “Dieu est grand!” Wij hadden Grégoire dit al verteld, de vorige week……. Je moest zijn gezicht toen eens gezien hebben! Hij straalde gewoon en hij was zo opgelucht dat het toch nog allemaal door kan gaan in Vovokame! We hebben toen ook samen gebeden. Hij heeft tegenwoordig ook veel aan Romain, de nieuwe dominee hier in de ERCB, en daar zijn we blij mee want wij blijven hier niet en Romain neemt het dan van ons over en zo moet het ook!
Ze zijn vandaag direct aan de slag gegaan met het vinden van boomstammen (die moeten gekocht worden van degene op wiens land ze staan), en de timmerman is al gevonden die het werk gaat doen. Als alles naar plan verloopt, staat het kapelletje er als jij arriveert, en kun jij bij de inhuldiging zijn. Mooi, he?
Dat was het verhaal van Vovokame, tot nu toe, dan ben je een beetje op de hoogte!
Veel liefs van ons, Joe en Marijke

Mooi he, we hebben heel duidelijk gezegd dat het geld niet van ons of de DVN komt, maar van Grégoire ’s vriend Jurrien en vrienden in Nederland. En nu weten jullie ook hoe het nu gaat in Vovokame!

zaterdag 15 juni 2013

Afscheid van Joël Havinga en zijn familie.


Daar gaat’ ie dan, die Joël, hij loopt daar zo stoer, zo groot en flink, hij draait zich even om, hij zwaait, “Da-ag, allemaal, dag papa, tot dinsdag!”
Jammer, ik heb mijn fototoestel niet bij me, maar ik herinner me het als een foto; een klein, smal jongetje, met blond-rossige krullen, een wit gezichtje. Heel opvallend hier tussen al die zwarte, meest grote mensen op het vliegveld. Zijn broertje Sem hangt bij mama op de buik in de kangoeroedrager, zijn zusje, Rachel zit in een karretje, geduwd door oom Alex ……en Joël, de oudste van het gezin, loopt er achteraan, zijn eigen koffertje op wieltjes achter zich aan trekkend ……en hij is stoer, hij is groot en hij is flink!
Vandaag, 12 juni, 2013, is de grote dag! Joël Havinga, zijn moeder Wianne, zijn zusje Rachel van drie, zijn broertje Sem, van bijna 1 jaar en zijn oom Alex (die speciaal gekomen is om ze op te halen!), gaan een grote reis maken, met het vliegtuig, naar Nederland.  Papa, Richard, blijft tot maandag, hij moet de laatste dingen nog regelen in Cotonou…..
Joël Havinga woont sinds november 2008 in de havenstad Cotonou in het West-Afrikaanse land, Benin. Zijn vader en moeder zijn kerkelijk opbouwwerkers werkers daar voor de ERCB (Eglise Reformée Confessante au Benin). Hij was nog maar 4 maanden oud toen hij daar kwam wonen, dus voor hem is Benin zijn land. Nederland was tot nu toe voor verlof en vakantie, het land van de sneeuw en van de fietsen, waar de opa’s en oma’s wonen, de tantes en ooms, de neefjes en nichtjes. Nu gaat hij niet met verlof, nu hij gaat daar wonen…….
Vandaag is hij voor het laatst naar zijn ‘Franse’ school geweest, afscheid genomen. Zijn cahier met al zijn werkjes van het afgelopen jaar erin geplakt. De laatste weken waren druk, afscheidsfeestjes, afscheid van de parttime Nederlandse school met juf Marloes. Het hele huis werd langzamerhand leger, speelgoed weggeven, heel wat koffers werden gepakt.
…….en nu loopt hij daar, zo stoer! Maria en Albertine, de vrouwen die zo lang hij zich kan herinneren de huishouding bij hen thuis hebben gedaan, zijn zo verdrietig! Maria en Albertine horen zowat bij het gezin, een soort tweede moeders voor de drie kinderen, ze hebben het erg moeilijk met het afscheid. We zijn allemaal bij het vliegveld en iedereen ziet die grote, kleine Joël door de schuifdeuren lopen, heel stoer en groot en flink, met zijn koffertje op wieltjes achter zich aan trekkend. Ontroerend!
Jammer, dat er geen foto gemaakt wordt!
Richard en Wianne Havinga en hun kinderen hebben bijna 5 jaar in Benin gewoond en gewerkt. Eerst met Gerrit en Titia de Broeder en de laatste tijd met ons, Johan en Marijke Plug. Zij werkten vooral in de stad Cotonou als ondersteuning van de kerkenraad en bij het opzetten van kleine bijbelstudiegroepen door de hele stad. In het begin bij het begeleiden van het sociaal economisch werk, en dat de laatste paar jaar weer afronden om de zelfstandigheid van de kerken te bevorderen; ook werd er lesgegeven aan het nieuw opgezette schooltje voor kerkleiders in Kpodaha. Ze hebben als gezin bijna 5 jaar gewoond en gewerkt in een heel andere cultuur, een heel arm land, met heel andere gewoonten, een heel ander klimaat, ver weg van familie en vrienden en nu gaan ze weer terug.
Dat wordt een grote verandering, weer wennen aan de Nederlandse cultuur, de gewoonten, het klimaat, weer weg van de vrienden en de mensen waar ze van houden, een andere omgeving, een andere school, ander werk, een andere kerk……
We hopen en bidden dat het goed mag gaan met dit stoere gezin. Dat ze goed opgevangen worden daar, een goede afronding krijgen van het werken en leven in een ver, arm land. Dat ze snel een fijne baan kunnen vinden, een plaatselijke kerk die ze met open armen ontvangt, een fijn plekje om te wonen……. Want ze zijn stoer, stuk voor stuk; Richard, Wianne, Joël, Rachel en kleine Sem! En wij, en de kerken hier, bedanken hen van harte voor al het werk, voor hun aanwezigheid, voor hun vriendschap. We zullen hen missen!
En als jullie daar in Nederland die stoere, ‘grote’, flinke Joël eens ontmoeten, vertel hem dat hij écht heel stoer is! En maak een foto van hem, voor mij, ik zal er heel blij mee zijn!

God gaat met hen, Hij zorgt voor hen, liefs Marijke.

maandag 10 juni 2013

Uitrusten in De Onthaasting

Afgelopen zaterdag zag ik een illustratie in het N.D. Deze illustratie komt uit het evangelisatieblad Echo van de Christelijke Gereformeerde kerken. Een beeldverhaal waarin het Bijbelverhaal van de verloren zoon in een moderne vorm wordt verteld. De jongste zoon vraagt bij zijn vader, eigenaar van het bedrijf De Koning & Zonen, zijn deel van de erfenis dat hij verbrast met vrouwen, drank en vrienden. De afloop is bekend. Berooid keert hij terug naar zijn vader die hem met open armen ontvangt (zie tekening).
Als je goed leest op de bevoorradingvrachtauto, dan lees je dat De Onthaasting catering het eten van het grote feest brengt. Dit plaatje was dus het verhaal van het verhaal van de verloren zoon, die door zijn vader heel blij begroet werd en een prachtig feest voor hem organiseerde, maar omdat ik de naam en het gebouw op de vrachtwagen herkende, dacht ik aan een ander verhaal: “Daar gaat mijn volgende blog over!”
Een paar weken geleden hadden wij een vergadering in Amersfoort. De locatie voor deze meetings (in de ochtend en in de middag) was in een restaurant ‘Lunchroom  De Onthaasting’ in Amersfoort . Deze informatie vond ik op internet over deze mooie plek van rust: ‘Lunchroom De Onthaasting is een leuke lunchlocatie schuin tegenover het centraal station. Het wordt gerund door personen met een geestelijke handicap. Door hun gemoedelijke instelling zul je al snel merken dat zij net zoveel genieten van het serveren van je lunch als dat jij van de lunch zelf geniet.’ Dus een ideale locatie voor een meeting.
En het is een mooie plek, met mooie mensen, met lekkere koffie (met koekje), lekkere lunch, ontzettend gastvrije service…… Als je binnenkomt neemt een van de gastheren je jas en brengt je naar je tafel, er wordt netjes gevraagd wat je wilt eten of drinken. De bestelling wordt netjes opgeschreven en binnen ‘no time’ staat je bestelling op je tafeltje. Bij de koffie of thee wordt gratis een koekje uit een mooie trommel aangeboden. Geregeld komt iemand van de bediening om te vragen of alles ons goed smaakt en bij een tweede kopje krijgt iedereen die een tweede kopje neemt, weer een koekje aangeboden. De regel is, geen tweede koekje voor degene die geen tweede kopje drinkt, dat was ik dus, zelfs toen ik zei dat ik straks nog wel een kopje wilde was de reactie: “Nou, dan krijgt u er straks eentje bij, nu niet!” Tegen lunchtijd was het restaurant vol, alle tafels waren òf vol òf besproken. Heerlijke soep en een heerlijk ‘broodje gezond’ voor lunch en de bediening was perfect! Mooi, dat er zulke plekken zijn! Mooi dat mooie mensen, zoals dezen, een vak leren en er ook nog heel goed in zijn ook, heel gastvrij met mooie manieren. Wat is Nederland toch gezegend dat mensen met een beperking er gewoon bij horen en een lunchroom runnen, die ook nog druk bezocht wordt ook! Het is echt een plek voor onthaasting, om verwelkomd en verwend te worden door die mooie mensen!
Ja, en vorige week bezochten we een andere plek, hier in Benin, ook een plek waar mensen met een beperking wonen en werken, ook hele mooie, lieve mensen. We kwamen weer langs, na 6 weken weg te zijn geweest en wat werden we blij ontvangen! Veel handen schudden, knuffels. Nieuwe bewoners kwamen zich voorstellen of stonden afwachtend ons op te wachten om een hand te schudden. Edo, gillend met open armen op ons afgerend, Rebeccah kwam naar me toe, zonder broekje aan. Haar kapotte broek in de hand, haar oude bloesje binnenstebuiten, vragend of ik haar broekje voor haar aan kon doen. Grote, autistische Pierre steeds achter mij aanlopend, terwijl hij steeds zei: “Welkom, welkom, je was lang weg, wanneer mag ik eens met jullie mee?”
 

René, de ‘leadzanger’ van de groep, was zo blij ons te zien, zei hij.  Op mijn vraag waarom hij zijn beide polsen in het verband had, zei hij dat hij bij zijn moeder was geweest, die erg ziek was. Ik hoorde later fluisterend van iemand anders dat hij zijn moeder bijna had vermoord, toen hij een dag even naar huis mocht. Al deze mensen, verstandelijk en psychisch beperkt, afgedankt, weggestopt, maar op hun eigen manier zo bijzonder en mooi,  zagen naar ons uit, verwachtten weer een bijbelverhaal, dat er gebeden werd voor hen. We gaan hier normaal elke week heen en als wij in Nederland zijn, doen wat mensen om ons heen de bezoekjes. Elke keer eerst wat groeten, praten, spelen, zingen, en een Bijbelverhaal. Dit keer ging het over de zondeval, de slang, de duivel, Adam en Eva. Velen kenden het verhaal, hingen aan Joe’s lippen, riepen ‘halleluja’ en ‘boeh’ en ‘amen’ en ‘praise the Lord!’ als ze het nodig vonden. De reacties en vragen kwamen; Satan heeft toch niet gewonnen, want Jezus, Hij leeft! Het is zo bijzonder hoe veel ze begrijpen van de Bijbelverhalen en hoe veel ze er mee bezig zijn, God houdt van ons, Hij vergeeft  onze zonden! Bid voor ons, zegen ons! We hebben weer gezongen, gedanst aan het einde gebeden en iedereen gezegend, stuk voor stuk.

En toen zag ik die illustratie op zaterdag. De vader, de Koning, die zijn weggelopen zoon ontvangt met open armen. De zoon, hij is een Koningszoon, is altijd welkom, is geliefd door zijn Vader, de Koning en hij mag thuiskomen en Zijn zegen ontvangen. Een groot feest, speciaal voor hem, gecaterd door De Onthaasting. De muziek door de coverband ‘BackHome’ met René, als de leadzanger. Rebeccah in mooie witte, schone kleding, een grote lach op haar gezicht. Pierre als gastheer, die iedereen gastvrij verwelkomt. Kleine Edo, als de clown van het feest. Allemaal Koningszonen en -dochters, ze krijgen allemaal een taak bij de bediening, ze mogen allemaal gewoon meedoen, ze horen er allemaal bij op het grote feest! De Vader ontvangt hen allemaal met open armen.
Kom allemaal tot mij, ieder die vermoeid en belast zijn en Ik zal jullie rust geven!
De grote familie, met en zonder ‘beperkingen’, uit allerlei landen, geen immigratiestatus nodig, allemaal welkom op het feest, gecaterd door De Onthaasting.
Als dat geen rust geeft!!

woensdag 5 juni 2013

God weet alles!

God weet alles! Hij wist al lang van te voren dat wij op 16 mei, 2013, 38 jaar getrouwd zouden zijn!
Mijn vorige blog schreef ik op 13 mei in Nederland. Intussen zijn we weer in Benin en ik denk nog steeds, “Wat gaat er allemaal gebeuren?”. Denken we dat niet allemaal vaak? Twee jaar geleden dacht ik dat ook al, “Wat gaat er allemaal gebeuren?”
Er is veel gebeurd, de laatste twee jaar. Ik kijk zo in mijn agenda van 2011 en ik lees op vrijdag, 20 mei, 2011: “Afscheidsfeest van Hoogezand-Sappemeer Noord.” en twee dagen later, op 22 mei: “we gaan morgen naar Benin, voor drie weken.” Dat hoorde bij de voorbereidingen. Drie weken lang in het klamme kantoortje van DVN in Cotonou, tegenover het huis van onze a.s. collega’s Richard en Wianne Havinga en kindertjes, waar wij gastvrij elke dag mochten eten. We zijn heel Cotonou rondgereden door Wianne en Richard, heel wat gezien. Vanaf de tweede dag, drie weken lang, elke dag, behalve het weekend, Franse les van Mr. Alexis Parisio, Mr. Bienvenue en van de Belgische Mevr. Aurelie.  Tussendoor  hebben we een beetje kennis mogen maken met Benin, in de weekenden met Dogbo, bij Gerrit en Titia, die we daar zouden gaan opvolgen. Ik lees nu zo mijn agenda door en ik denk: “Wow, dat waren volle, drukke én indrukwekkende weken!”
Daarna begon in Nederland de voorbereidingen voor onze uitzending als kerkelijk opbouwwerkers voor de ERCB in Benin. Eerst vooral gewoon bij ons thuis met Franse lessen en veel inlezen. Vanaf augustus, kregen we hier en daar een cursus, we zijn ‘van hot naar her’ gereden, veel gelezen en vergaderd.  Er waren ook nog andere voorbereidingen, zoals inentingen, medische check-ups, een twee wekenlang intensieve Franse cursus bij Ceran in Spa, België. Toen kwamen de afscheidsbezoekjes en -feestjes en -tranen en op zondag, 13 november  was de uitzenddienst in Gouda. Dat was een snel, intensief voorbereidings-half-jaartje! Op 23 november zijn we door onze kinderen en kleinkinderen uitgezwaaid op Schiphol. Waar waren we aan begonnen, wat ging er allemaal gebeuren? God wist het!
En sindsdien zijn we hier in Dogbo, Benin. De eerste weken nog met Gerrit en Titia, zij zijn begin januari 2012 weer naar Rijswijk in Nederland vertrokken. Daarna met z’n tweetjes, als team, Joe en ik.
Ik heb heel wat blogs geschreven, inmiddels,  en we hebben samen heel wat beleefd en veel mensen hebben van een afstand met ons meegeleefd. We zijn druk bezig geweest aan het ondersteunen van de kerk, veel mensen leren kennen, veel gedaan, veel geleerd. We zijn verscheidene keren terug geweest, er zijn inmiddels ook bezoekers hier geweest.
En nu is het alweer juni, 2013. En het is nog altijd: “Wat gaat er allemaal gebeuren?” Zo is het leven, òf je nu gewoon thuis bent in het huis waar je al jaren woont , met de baan, die je al jaren hebt, met de man en kinderen en vrienden, die je al jaren liefhebt, òf je bent ver weg, bezig in een andere cultuur, een ander land, onzeker over wat de toekomst brengt. Moeten we ons zorgen maken voor de dag van morgen? Wat gaat er allemaal gebeuren? Dat dachten mijn ouders ook al, toen ik werd geboren. We doen gewoon allemaal ons best op het plekje waar we zijn en niemand kan in de toekomst kijken, God weet het alleen, en dan is het goed!
Dank U dat Joe en ik zo lang gelukkig getrouwd mogen zijn, lieve Vader in de Hemel!
Hij wist het van te voren!