zaterdag 8 december 2012

Hij zorgt en Hij zal ons ook de weg wel wijzen

Het is vandaag zaterdag, 8 december. Precies een jaar geleden schreef ik het volgende in mijn blog:
“Iedereen groet zo enthousiast, iedereen wil even met je spreken, iedereen heet ons zo hartelijk welkom. Toen we thuis kwamen zei ik tegen Joe: “Wat kunnen we hier toevoegen, wat kunnen we hier voor de mensen betekenen? Ik voel me zo klein, de mensen vinden ons zo interessant en ze zijn zo lief voor ons, maar wat verwachten ze van ons en kunnen we dat wat ze verwachten wel waar maken?”
We zijn hier nu twee weken, het Frans begint wat beter te worden, het warme weer begint een beetje te wennen. We weten en merken dat God voor ons zorgt en we weten ook dat Hij ons de weg zal wijzen , en misschien door hier ‘er te zijn’, zoals we zijn, hoop ik iets van God aan de mensen om me heen te laten zien.”
Als ik dit lees wordt ik ontroerd en verdrietig. Nog steeds zijn de mensen zo vriendelijk, nog steeds voelen we ons hier erg welkom en geliefd. Nog steeds voel ik me erg klein en weet ik nog steeds niet goed wat ik hier voor de mensen kan betekenen. We zien dat er mooie dingen gebeuren en dat we een klein stukje daarvan iets mogen betekenen, maar nog steeds, “Wat kunnen ze en mogen ze van ons verwachten? Ik ben ook maar een klein mensje met misschien mijn talenten, maar zeker ook mijn gebreken!”
Ik zei toen, dat mijn Frans wat beter begon te worden en dat ik een beetje aan het weer begon te wennen, maar dat zijn ook echt nog steeds twee van mijn gebreken, mijn ‘mankementen’. Het is nog steeds moeilijk en lastig om echt een beetje intelligent in het Frans te kunnen spreken en het is nog steeds vaak heel erg warm en benauwd!
En het is nog steeds zo moeilijk om echt mijn ‘nut’ hier te vinden. O, er zijn ontzettend veel hulpvragen en behoeften om me heen om aan te pakken, maar zijn we er hier daarvoor?
Soms zeg ik tegen Joe, dat wat voor grote opgave het misschien wel zouden kunnen zijn, maar het mij toch gemakkelijker lijkt om met een opdracht als b.v. een weeshuis of  b.v. een inloophuis voor moeders hier op te zetten, dan hier te zijn met onze opdracht: hier te zijn voor de kerk, om ‘naast de mensen te staan’ en ‘het’ niet voor ze te doen. Er ‘hier zijn’ voor de ERCB om ‘hier overbodig’ te worden, zodat ze zelfstandig verder kunnen. Het lijkt allemaal misschien gemakkelijk en ik dacht ook altijd dat die manier van werken goed bij ons past en wat betreft de kerk lukt dat ook al behoorlijk. Maar wat zien we veel om ons heen! waar ook als Christen, als medemens mijn (ons) hart naar uit gaat, huilt….
Bijvoorbeeld de mensen in het ‘huis’ in Madjrè, en de kindertjes daar, zoals Rebecca en Edo. Nanavi, die nu misschien een rolstoel heeft, maar verder……? …...en zo komen er steeds weer mensen op ons pad. 

Deze week weer. Joyce, de baby, die eigenlijk allang geen baby meer kan zijn, omdat haar ouders niet voor haar konden zorgen. Joe heeft op zijn blog over haar geschreven:  (http://pluginbenin.blogspot.com) Joyce is een kindje van ongeveer een jaar oud, die achtergelaten is in het huis in Madjrè, de instelling voor mensen met een beperking. Er is daar nauwelijks eten, zorg en middelen genoeg voor de volwassenen daar, laat staan voor een klein ziek babymeisje! De tweede keer dat we haar zagen, zag ik het meteen, “Die baby is erg ziek!” We zijn met haar naar een ziekenhuis gegaan. De zusters daar zeiden dat als ze niet direct geholpen werd, dat ze de volgende morgen waarschijnlijk dood zou zijn.  We hebben gedaan wat we konden, Joe heeft bloed gedoneerd, we hebben betaald voor de medische zorg en medicijnen en eten. Met Raoul, de leider van de instelling  en met Mariëtte, onze hulp, hebben we afgesproken dat ze in ieder geval de eerste weken verzorgd wordt door Mariëtte thuis. Zij weet hoe ze met de medicijnen moet omgaan, wat voor eten Joyce nodig heeft. Zij weet hoe ze een baby moet verzorgen en wat liefde kan geven. Wat gaat er straks met Joyce gebeuren, wie zorgt er straks voor haar? Wat kunnen wij meer doen?

En weer de vraag: “Waarvoor zijn we hier? Wat verwachten ze hier van ons en kunnen we dat wat ze verwachten wel waar maken?” Waar zetten wij onze grenzen, of mogen we hier wel grenzen zetten?
Wij gaan nu voor een poosje naar Nederland, eigenlijk onverwachts, voor verscheidene redenen. Het is allemaal zo verwarrend, ik voel me vaak nutteloos en tegelijk zie ik overal hulpvragen, verdriet. Ik wil graag echt goed met de mensen praten, maar het lukt me nog niet echt, ik wil er zijn voor kinderen/ mensen hier en ik verlang er ook naar om er te zijn voor mijn eigen kinderen in Nederland, als ik merk dat het daar soms ook niet zo lekker gaat.
En dan is er de dader weer van 1-2-12. Weer op vrije voeten, en zitten we weer middenin het speur- en zoekwerk van commissaris ‘David’ en zijn ‘helpers’ .
Ik had het gevoel dat ik de moed aan het verliezen was. Joe kreeg ook een beetje hetzelfde gevoel, “Hoe moet het nu verder?” Daarom hadden we een gesprek met onze ‘uitzenders’ en die raadden ons aan om even op adem te gaan komen, een paar weekjes Nederland, hopelijk wat manieren proberen te vinden om er weer tegen aan te kunnen. Even weer een poosje intensief aan het Frans te gaan werken.

Onze taak hier is om overbodig te worden, wij zijn hier om ‘er te zijn om onnodig te worden’.
Oh, God, er zijn hier zo veel noden, er is zoveel hulp nodig! Maar wie zijn wij?
We zijn klaar om te gaan: maandagavond 10 december, als alles gaat zoals gepland, vliegen wij. We hebben veel geregeld de laatste paar dagen. De kerstpakketjes voor de mensen die met ons werken, de salarissen, de rekeningen, de laatste vergaderingen en regeldingen, de laatste verslagen, de zaterdagschool. Joseph, onze ‘eerste gardien’, gaat er voor zorgen dat er elke week een paar mensen naar Madjrè gaan, voor een uurtje aandacht, een Bijbelverhaal, samen zingen en bidden. Mariëtte zorgt ervoor dat zij en wat vrouwen om haar heen, er voor lieve kleine Joyce kunnen zijn.
En God blijft hier en gaat ook met ons mee, Hij is overal!
We weten dat Hij zorgt en we vertrouwen ook dat Hij ons de weg zal wijzen! 

 Marijke

zaterdag 1 december 2012

De balans Vrouwen versus Mannen in Benin

“Hoe zit dat eigenlijk, Mariette? Er worden ongeveer de helft jongens en meisjes in de wereld geboren, maar hoe zit dat dan hier in Benin, als de meeste mannen meerdere vrouwen nemen, hoe zit dat dan met al die mannen die dan overblijven?”
Dat was een vraag die ik aan Mariette stelde, we praten samen over allerlei onderwerpen. Goed voor mijn Frans en goed om deze ingewikkelde cultuur wat te leren kennen.
Mariette’s eerste man, die overleden is, toen ze drie kleine kinderen had, heeft meerdere vrouwen gehad en haar tweede man, die haar als tweede vrouw nam, heeft er inmiddels al weer een ‘copine’( vriendinnetje) bij. En om ons heen zien we dat het normaler is dat een man meerdere vrouwen heeft, dan maar één.
Ja, is het antwoord, er zijn veel mannen die niet getrouwd zijn, die geen zin hebben in een vaste vrouw en de verantwoordelijkheid voor kinderen, die ervan komen. Die mannen zijn   ‘célibataire’, het Franse woord voor  vrijgezel.  ‘Celibaat’, voor ons een woord, dat gebruikt wordt voor de eed die priesters afleggen om zonder vrouw, zonder aan de ‘vleselijke’ verleidingen toe te geven, door het leven te gaan. Een keuze voor God.
Nee, dat bedoelt men hier niet met ‘célibat’, hier betekent het gewoon, dat je je niet aan een vrouw gaat binden.
De pastoor en de priesters hier in Dogbo, Mariette weet het zeker, zegt ze, dat die wel ‘hun vrouwen’ hebben en dat er genoeg kinderen rondlopen, die zo’n vader hebben, die die eed gezworen heeft. De vrouwen mogen er niet over praten,  maar iedereen in de omgeving weet het, de vrouwen en de kinderen maken geen aanspraak op die ´vader´. Mensen in de omgeving kijken niet neer op zo´n vrouw, of op zo´n kind. Eigenlijk krijgen ze daardoor wel wat respect, ze wonen gewoon met hun familie en de kinderen mogen meestal op kosten van de ‘vader’ een opleiding volgen op een Katholieke college. Zij studeren dan ook vaak weer voor priester.
Anders is het met vrouwen, die ‘het doen’ met die andere ‘célibataires’,  de mannen, die niet gebonden willen zijn, die vrij willen. Die vrouwen hebben geen rechten, ze worden vaak een tweede vrouw van iemand als ze zwanger raken. Deze kinderen hebben helemaal geen rechten. Ze mogen soms, als tweederangs kinderen, in het grote gezin opgenomen worden, maar vaak gaan die kinderen naar andere familie, als de moeder met de man gaat samenwonen. De familie van de moeder ‘zorgt’ dan voor hen.
Zoals ik in een vorig verhaal al vertelde, deze kinderen worden bij de familie waar ze dan ondergebracht worden, vaak als slaafjes behandelt, ze moeten daar allerlei klusjes doen. Als ze geluk hebben mogen ze nog wel naar school.
Mariette zelf is vroeger ook bij een tante ondergebracht. De tante was rijker dan haar eigen familie en die beloofden om Mariette naar school te sturen op hun kosten. Dat is ook gebeurd, ze is naar school geweest, ze leerde er goed Frans spreken. Maar ze moest als klein meisje daar veel helpen. Ze vertelde me dat zij en een ander nichtje, altijd moesten wachten met eten tot de tante en haar gezin klaar waren met het eten: wat over was, was voor hen. Op een keer, Mariette was toen ongeveer 8 jaar oud, was Mariette bezig met het koken van de maaltijd, na een drukke schooldag. Ze had die middag na schooltijd nog niets gegeten en ze had honger. Ze moest kippenvlees van de botjes afhalen voor de vleessaus voor het avondeten en legde de schone botjes op een speciaal schaaltje. Toen ze klaar was met haar werk, kon ze niet langer wachten en begon aan de kale botjes te kluiven en toen kwam haar neef in de keuken en die ging heel hard schreeuwen. De tante heeft Mariette met een stok zo hard geslagen op haar gezicht, dat je nu, na 30 jaar, nog kan zien. Het bloedde heel erg en Mariette heeft het toen niet aan haar moeder of vader durven vertellen. Pas later, toen ze groot was heeft ze dat een aan hen verteld. En toen zei haar moeder, dat ze het er zelf vast naar gemaakt had.
Maar de balans van vrouwen versus mannen, daar had ik het over…….Mensen trouwen hier vaak niet officieel, zelfs in de kerken zien we dat. Vaak is de bruidsschat die de man aan de ouders van het meisje moet geven, zo groot, dat hij daar niet aan kan voldoen. Vaak is de afspraak dan met de schoonfamilie, dat de man dat dan maar later gaat betalen, als hij het geld eindelijk eens bij elkaar heeft gespaard. Dan kan er gedacht worden aan een officieel huwelijk, met alles erop en eraan en daar moet ook weer voor gespaard worden, want ook hier in Benin, wil men niet onder doen voor een ander. Vaak voordat het zover is, dat al dat geld bij elkaar is gespaard en betaald, heeft de man al weer behoefte aan een andere vrouw.
Ik dacht altijd, dat de rijkere mannen hier meerdere vrouwen hadden en dat zij zo voor de arme meisjes kunnen zorgen. Maar dat is niet zo, vaak zie je zelfs dat die vrouwen ook nog verantwoordelijk voor hun eigen kinderen zijn en dat de man het laat afweten. We kennen een gezin, waarvan de vader zeker wel rijk was en meerdere vrouwen had, die zijn eigen blinde dochter niet naar de blindenschool wilde sturen en daarom werd er bijstand bij DVN gevraagd via de diaconie.
“En de mannen mogen echt alles”, zegt Mariette. Er zijn hier ook hoertjes, daar gaan de mannen ook heen, maar die zijn er niet alleen de ‘célibataires’! Vrouwen weten gewoon dat hun mannen daar ook heen gaan, vooral als de vrouw zwanger is, of net een kindje heeft gehad of ziek is,….mannen hebben dat gewoon nodig, ze kunnen gewoon niet zonder seks.
Zijn dat gewoon haar eigen ervaringen hier? Of is het echt de gewoonte, de cultuur hier in Benin?

Toen Mariette hier kwam wonen, was haar huiselijke leven niet erg fijn. Ze woonde als tweede vrouw bij haar tweede man. Haar drie kinderen van haar eerste huwelijk, waren op allerlei plekken ondergebracht en ze had met deze man al snel weer een zoontje. Ze wist zeker dat haar man van haar hield en ze hield ook van hem, zegt ze. Maar de eerste vrouw van haar man pestte haar erg veel en ze wist dat haar man ook andere vriendinnetjes er op na hield. Ze wilde wel bij hem blijven, maar ze kon niet samen met zijn  eerste vrouw onder één dak wonen (trouwens het is niet onder een dak, meestal zijn er een stel kleine hutjes bij elkaar en woont de man in zijn eigen hutje en wonen zijn vrouwen ieder in een eigen hutje, elk met hun eigen kinderen). Ze heeft hem voor het feit gezet, “Zij weg, of ik weg!” En ze meende het!
Omdat haar nieuwe werk bij ons meer dan een half uur met de taxi was, kwam het haar ook wel goed uit om dichterbij te gaan wonen.
Ze woont nu dichtbij ons, met al haar vier kinderen.
Ik vroeg haar gisteren: “Wat denk je, ben je nu vrij van hem, ben je nu eigen baas? Je woont niet met hem, je bent nooit officieel met hem getrouwd en hij heeft er nu een andere vriendin bij.” “Ja, in zekere zin ben ik wel vrij, maar ik zou nooit verliefd mogen worden op een andere man. Hij vindt het goed dat ik hier nu woon, maar hij is nog steeds baas over mij.” “Maar hij heeft er wel een andere vrouw bij en jij mag dat niet doen?” “Hij zou hem gaan vermoorden! Voor hem ben ik ondanks alles, nog steeds zijn vrouw!”

Rechten van de vrouw, rechten van de man. Officieel heeft een vrouw hier misschien wel rechten, maar ze heeft geen ‘poot om op te staan’.  Bij wie zou ze hierover kunnen klagen? De politie, die leven zelf ook zo, de pastoor, die doet net zo goed mee. “We leren van onze moeders dat we respect voor onze mannen moeten hebben en dat staat ook in de Bijbel!” Ja, daar heeft ze gelijk aan……
“Maar mannen kunnen ook wel wat meer respect voor hun vrouwen hebben, door ‘fidèle’ te zijn aan hun eigen vrouw.” “Ze slaan hun vrouwen in ieder geval niet, als ze dat doen, dan krijgen ze de familie tegen hen, dan verliezen de omgeving en zijn vrouw  hun respect voor hem! Wij vrouwen laten toch zien dat wij wel ‘fidèle’ zijn en wij hopen zo een voorbeeld te zijn voor hem en voor onze kinderen!”
In Nederland is het heus niet allemaal beter dan hier, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben is dat de vrouw daar wel meer rechten heeft. Dat recht is een recht van wederzijds respect voor elkaar , vrouwen en mannen, en daar kunnen wij allemaal ook wel meer ons best voor gaan doen!
En zo werkt de balans vrouwen versus mannen hier dus in Benin.

Groet, Marijke

P.S.
We moeten uitkijken dat we niet altijd denken dat we alles beter weten en er beter mee omgaan dan onze  Afrikaanse broers en zussen.
Daarover dit Afrikaanse volksverhaal, dat Mariette mij vertelde:
“Toen God de mensen schiep, schiep Hij een blanke man en een zwarte man. Hij zei tegen deze twee personen dat ze beiden hun hand voor hun ogen moesten doen, omdat  Hij de engelen iets wilde laten zien en iets wilde leren, maar de mens mocht het niet weten.
De zwarte man deed zijn handen stevig voor de ogen en hij zag niets. De blanke man deed zijn handen voor zijn ogen maar hield zijn vingers gespreid, zodat hij kon zien. Hij zag de geheimen die God liet zien. Daardoor is de westerse wereld, de blanken dus,  zo veel verder met nieuwe ontdekkingen en  daarom weten zij zo veel.”
Ik weet niet precies wat ik hiervan moet denken.
a.       Moeten we blij zijn met oneerlijk verkregen wijsheid?
b.      Is het wel zo’n zegen om al die wijsheid en vooruitgang te hebben?
c.       En als we echt de wijsheid in pacht hebben, zijn we daardoor dan ook niet heel erg verantwoordelijk met hoe we hiermee in de wereld staan en zijn en leven?

maandag 26 november 2012

Zaterdagschool


‘Ecole Theologique de base’, ‘School voor basiskennis in kerkelijk werk’, ‘Discipleship Training School’,  of laten we het gewoon de ‘zaterdagschool’ noemen.
Dat zijn we hier begonnen, een echte school, een zaterdagschool, voor mensen die in de kerk graag iets willen doen.
De meesten mensen hier, volgen catechisatie voor ze een belijdend lid worden van de kerk, sommigen zijn gedoopt als kinderen, sommigen, omdat ze later tot het geloof kwamen, zijn later gedoopt, hebben zelf die keuze gemaakt. De kinderen gaan naar de zondagschool, horen de Bijbelverhalen, later volgen de meesten de catechisatielessen. Maar toch merken we dat er hier erg veel mensen zijn die weinig Bijbelkennis hebben.
Vaak komen de jongeren, die lid van de kerk zijn, uit gezinnen waar de ouders geen christenen zijn. Ik zeg expres niet ‘niet gelovig zijn’ want iedereen in Benin gelooft wel iets en dat is echt ook heel breed te trekken en het loopt ook nog erg door elkaar heen.
De meesten mensen die naar de ERCB gaan geloven in ieder geval wel dat we, alleen door geloof in Jezus, die gestorven is en weer opgestaan is en voor al onze zonden heeft betaald, een mooie toekomst en eeuwig leven mogen verwachten. En dat is de kern en het allerbelangrijkste, dat is dè basis om samen de kerk van Jezus Christus te mogen zijn!
En omdat er door de leden, die dit belijden, ook verwacht wordt dat ze een taak in de kerk mogen hebben, zijn er veel jongeren die dit dan ook werkelijk doen en dat is echt prachtig om te zien! Ze geven catechisatie, kinderbijbelschool, ze leiden soms zelfs de diensten op zondag.  Vaak omdat er maar één of helemaal geen ‘echte’ oudsten zijn in de gemeentes hier.
Tot nu werd er elk jaar allerlei cursussen/informatiedagen gegeven, speciaal voor de catechisatie leiders, de kinderbijbellessen, voor de diakens, voor de ouderlingen, voor vrouwen. Die ondersteuning is ook echt nodig voor deze ‘leiders’ om hun werk in de kerk zo goed mogelijk te kunnen doen.  Maar er was weinig samenhang tussen deze toerustingsactiviteiten, en als er dan weer een cursusdag was, kwamen er soms maar weinig mensen opdagen.
Nu hebben Joe, Théophile en Richard  (en ik een beetje), samen een opleidingstraject bedacht en opgezet. Een zaterdagschool, een echte school, met allerlei onderwerpen die nodig zijn voor leiderschap, een opleiding met modules, die handvatten kunnen zijn voor al die verscheidene taken in de kerk . Samen gevoegd en goed georganiseerd en uitgedacht door Joe, als ervaren leraar.
Het opleidingstraject is voorgelegd en uitgelegd aan de gezamenlijke kerkenraad (er zijn hier in de Mono Couffo, 13 kerkjes, die samen één kerkenraad hebben, van elke gemeente een afgevaardigde, een ouderling) en we zijn inmiddels met de zaterdagschool begonnen…..
Even wat achtergrondinformatie:
De laatste paar jaar heeft een groep ouderlingen al wel een Bijbelschool gevolgd, via de IBB in Cotonou en de I3B in Bohicon. Echt petje af voor deze mannen, naast hun normale werk, staan ze klaar voor de gemeente en hebben ze een 3-jarige Mbo-opleiding Kerkelijk Werk  gevolgd van 2 dagen of 4 dagen in de maand, drie jaar lang! Inmiddels zijn er weer een stel mannen die deze opleiding volgen, vanaf september dit jaar.
Toch zien we dat er nog steeds niet genoeg werkers zijn in de kerken en dat het voor de leiders nu nog steeds te veel werk is. We zien wel dat er veel jongeren zijn die zich echt willen inzetten, maar we merken ook dat, ondanks de liefde die veel van de jongeren hebben voor God en de kerk, dat er veel van die jongeren zijn die wel willen, maar eigenlijk te weinig weten en te weinig ervaring hebben om echt goede leiders te kunnen zijn.
Daarom hebben we samen bedacht om iets beters aan te bieden, dan zo nu en dan een informatie/cursusdag voor een speciale groep.
Joe, Théophile, Richard en straks Romain ( een jonge man die in december zijn Masters in Theologie af hoopt te hebben, dus een tweede volleerde Beninese dominee hier in de ERCB), ieder als docent met hun eigen specialiteiten. Ieder neemt dus bepaalde lessen onder zijn hoede. Elk onderwerp is een module van 4 keer een les en daarna een toets. Veel onderwerpen komen aan de orde, van Bijbelkennis tot vergaderen, van lesgeven tot pastoraal werken, enz.
Om de zaterdag is het nu zaterdagschool, een middag van 14.30-17.00u, sinds twee maanden. Elke keer eerst een bijbelstudie/ preekvoorbeeld, daarna een uur les van één van de docenten en daarna een uur les van een andere docent, 4 keer, om de twee weken, zodat ze in anderhalve maand 2 modules kunnen afmaken. De eerste twee modules zijn nu bijna afgelopen, over twee weken zijn  de eerste twee toetsen.
Tot nu toe zijn er elke keer 24 jongelui aanwezig geweest(waarvan 4 meisjes!) en 4 ouderlingen, die ook meedoen. Die ouderlingen zitten apart aan een grote tafel, het zijn de ouderlingen die niet naar normale opleiding kunnen, omdat ze òf de Franse taal niet spreken òf om een andere reden, er is bijv. één die blind is en iemand die heel slecht kan zien, zij hebben hulp van een andere ouderling die voor hen vertaalt en dingen uitlegt.

De mensen die meedoen zijn tot nu toe erg enthousiast, het voelt als een echte school voor ze, ook omdat we echt een driejaren plan hebben met modules die ze kunnen volgen en kunnen afronden om daarna weer een ander onderwerp te bestuderen.
De locatie is in het kerkgebouwtje van Kpodaha. Er zijn echte schoolbanken aangeschaft, want de kerkbankjes, zonder een lessenaar, zijn niet geschikt om les op te hebben. Er is een mooi groot nieuw schoolbord. Elke keer, voor de lessen beginnen, zetten de cursisten de banken en het schoolbord klaar en na afloop weer weg. Na de lessen krijgt iedereen een gratis maaltijd om geestelijk en lichamelijk weer gevuld naar huis te gaan.
Misschien geef ik te zijner tijd ook een module, die bij mij past, maar nu eerst ben ik gewoon elke keer aanwezig en ik vind het erg leuk om mee te maken. Ik vind het echt heel bijzonder om te zien hoe de studenten meedoen. Het is echt te merken dat ze gewend zijn om les te hebben op de ouderwetse manier, ‘de leraar vertelt en wij luisteren en maken aantekeningen en wat de leraar zegt is de waarheid’, nu moeten ze zelf meedoen in de discussie. Ze gaan in groepjes elkaar vertellen wat zij over iets denken en daar samen over discussiëren. Ze moeten nu zelf nadenken en er hoeft niet altijd één antwoord te zijn!
De eerste keer dat ze in groepjes moesten discussiëren, merkten we dat sommigen niet echt durfden en toen de discussies echt op gang kwamen en overal verhitte discussies in het lokaal ontstonden, stond één van de ouderlingen op, pakte een bel (die ze daar voor de kerkdiensten gebruiken) en zei dat iedereen stil moest zijn, “stilte in de klas!”  “Nee, nee!” riep Joe, “Luister niet naar hem, dit is nou theologie, samen discussiëren over de bijbel en daar hoort geen stilte bij!”
De zaterdag school.
Ik ben nieuwsgierig hoe het gaat worden, deze zaterdagschool. Het begin is er. Richard helpt nu nog mee, die gaat a.s. zomer weer voorgoed terug naar Nederland. Waarschijnlijk komen er dan weer nieuwe werkers uit Nederland, die ook gaan meehelpen met de school. Maar te zijner tijd gaan wij, uitgezondenen, ons terugtrekken. Langzamerhand loslaten, niet ineens, maar wij blijven hier niet, wij zijn hier gekomen om ons overbodig te maken, wij zijn hier maar tijdelijk. Dan is het aan Théophile, Romain, andere leiders van de ERCB……en zo hoort het!
Daarom werken we nu aan die leiderschap, om kennis over te brengen, om goede werkers in Gods akker te zijn. Het zou mooi zijn als we over een aantal jaren eens terugkomen,  en dat we dan een sterke, zelfstandige kerk aantreffen. Gods kinderen, gegroeid in aantal, maar vooral in kennis van Gods woord en in liefde voor Hem.
God blijft hier en wat Hij hier doet, overtreft alles wat wij hier ooit gedaan hebben. God is en blijft met Zijn kinderen in Benin, Hij is met hen, al de dagen van hun leven, tot aan de voltooiing van deze wereld!
Dat is waar we voor werken, waar we voor hopen en waar we voor bidden, nu een zaterdagschool, straks een grote groep discipelen van Jezus die hun lampen goed gevuld hebben om de grote Bruidegom te ontvangen. “Ja, ik kom spoedig!” Amen. Kom Heer Jezus! De genade van onze Heer Jezus zij met u allen!

Marijke

Wonder (Gastblog van Joe, in het Nederlands)

Nu een jaar geleden begon ik mijn eerste blog met deze woorden: Vandaag hebben we afscheid genomen van Nederland en is ons Afrikaanse avontuur in alle ernst begonnen. Ik kan me niet herinneren ooit zo volledig met liefde te zijn omringd als tijdens het uur dat we op Schiphol hadden. God heeft ons echt gezegend met een geweldige familie!” Er zijn zo veel dingen gebeurd in het afgelopen jaar, zo veel veranderd, maar één ding blijft. Zo mogelijk is het nog duidelijker geworden: familie is een Godswonder. Soms een wonder dat pijn doet om wat je mist. Maar ook een wonder dat geneest, als broers en zussen er zijn voor elkaar zijn om elkaar te steunen. We houden van jullie, onze kinderen! En God ook!
God houdt ook van Vovokame. Ik weet eigenlijk niet met zekerheid van hoe je dat moet schrijven. Er is geen naambord voor dit dorp op een paar kilometer afstand van Dogbo. Gewoon een modderpad dat links afslaat op de weg naar Ayomi. Het spoor gaat een halve kilometer langs rijstvelden, dan omhoog langs de maniok en de maïs, en tenslotte, daar is het: een dorp niet te onderscheiden van de vele andere dorpen hier in de Mono-Couffo. Leem en riet, leem en golfplaat, beton en golfplaat: huizen zonder zichtbaar patroon hutje mutje door elkaar. Bij de ingang van het dorp links een onvoltooide en enigszins onverzorgde kerk. Ook naamloos. En rechts aan een frame een buis die uit de grond komt, met water dat onophoudelijk blijft stromen, in een rafelige vijver plonst en dan wegloopt in de richting van de rijstvelden.
We waren er een paar weken geleden op uitnodiging van een groep jonge mannen. Gregoire, onze vriend en af en toe chauffeur uit Dogbo, komt oorspronkelijk van Vovokame. Vier of vijf jaar geleden was hij flink heidens, polygaam getrouwd met een tweede vrouw, en gevuld met jaloezie en hebzucht, zo zegt hij zelf. Maar God greep hem beet. Gregoire nam Christus aan en zijn leven kreeg een nieuwe richting. Voor ons buiten zicht, deed hij wat christenen doen: hij sprak van zijn geloof met zijn vrienden en familie in Vovokame. Ze hadden de veranderingen in zijn leven gezien en ze waren nieuwsgierig.
En toen ongeveer een maand en een half geleden, kwam hij met een verrassend nieuwtje: Pasteur, er zijn mensen in ons dorp die daar een gereformeerde kerk geplant willen zien. Kunt u met hen kennis komen maken bij mij thuis in Dogbo om uit te leggen wat er moet gebeuren? Dit was de eerste keer dat ik ooit van Vovokame gehoord had. Maar God ziet meer dan ik.
12 jonge mannen en jongens zaten die vrijdagavond in het huis van Gregoire ons op te wachten. Gregoire stelde ons voor en wees naar de oudste van het stel, een jonge man van tegen de 30. Dit is Lambert, de leider van de kerk. Daarna stelden de anderen stelden voor. Eentje maar was ooit gedoopt, in een Pinkstergemeente - of was het Apostolisch? - hij wist het niet zeker. De anderen waren nieuwe bekeerlingen of nog onderweg. Allemaal bevestigden ze: ja, een gereformeerde kerk is wat we willen voor ons dorp. We hebben gepraat, de Bijbel gelezen, gebeden, en we maakten een afspraak voor een bezoek aan Vovokame.
Zondagavond een week later waren we er. Samen met Norbert, ouderling in Agame, en Theophile, onze Beninse voorganger uit Cotonou. We liepen door de steegjes van Vovokame. Voorbij de naamloze kerk en de waterbron, tussen de huizen en over de erven. Ik struikelde bijna over een Legba: een kleiheuveltje versierd met fietsonderdelen, de horens van een buffel, en diverse messen, het geheel besmeerd met een vette pasta van bloed en veren en maïspap. Beeld van kracht en bescherming in de voodoocultuur. Gregoire had gezegd: 85% van de mensen in mijn dorp zijn nog steeds heidens. Links van ons werd een graf gegraven. Volwassen formaat. Vlakbij de veranda van het huis waar de overledene waarschijnlijk had geleefd. Doden en levenden nemen nooit echt afscheid in de traditionele Afrikaanse cultuur.
Een van de iets grotere huizen was voorbereid op onze komst: een tafel met drie of vier stoelen aan het ene eind voor ons, bankjes vulden de ruimte die overbleef. Norbert zei later: er waren minstens 50 mensen in die kamer! Kinderen, tieners, vrouwen, mannen. Opnieuw hadden we de kans om te praten, vragen te stellen, om motieven te verduidelijken en om mogelijkheden uit te leggen.
We vertrokken, bemoedigd, om niet te zeggen een beetje overweldigd. Kijk, zei iemand: dit is het perceel waar we onze kerk willen bouwen. Precies in het midden van het dorp. Ja, zei iemand anders, maar we hebben ook een ander perceel langs de weg naar het dorp, als u dat een betere plek vindt. Twee toekomstige leden hadden dus al een stuk bouwgrond toegezegd! We zeiden dat het beter zou zijn als zij zelf, onafhankelijk van ons, een keuze zouden maken. Niet op de hoogte van alle onuitgesproken werkelijkheden van Vovokame, wilden wij voorkomen dat wij verdeeldheid en afgunst zouden creëren.
We liepen terug naar de auto, langs de haveloze kerk aan de rand van het dorp. Een ding, zei ik. Voordat we iets beginnen: er bevindt zich reeds een kerk in Vovokame. En het zou niet goed zijn voor ons om te komen concurreren. We willen het evangelie delen. Maar we willen geen leden stelen van een andere kerk. Als we hier een gereformeerde kerk komen vestigen, moeten we eerst gesproken hebben met de oudsten van de gemeente die er al is! Onze metgezellen waren niet verrast. We hadden al verwacht dat u dat zou zeggen, zei één. Wij regelen zo snel mogelijk met hen een ontmoeting.
En dus waren we een week later wéér in Vovokame. Naast Gregoire hadden we deze keer Joseph, diaken in Dogbo, met ons mee. Drie ouderlingen en een diaken, meen ik, waren er om ons te ontmoeten in het huis van de hoofdouderling Rigobert. Ze waren vriendelijk en beleefd en verwelkomde ons zoals we hier inmiddels aan gewend zijn geraakt. Gregoire stelde ons voor, wij legden uit hoe we hier terecht waren gekomen en wat we wel en niet wilden doen in Vovokame.
U bent hier al als christelijke kerk, zei ik. Dit is uw dorp, Gods akker, waarin Hij u al aan het werk heeft gezet. In dit dorp bent u de oudste broer. En zouden we hier komen om een gereformeerde kerk te stichten, we zouden niet meer zijn dan een jongere broer, gekomen om u te helpen op Gods akker.
En toen sprak de hoofdouderling, Rigobert: in alle eerlijkheid, we werden wat onrustig toen we hoorden dat hier een blanke pasteur van een andere kerk was geweest. Was hij gekomen om onze leden te kapen? Zou de nieuwe kerk verdeeldheid onder de christenen van het dorp veroorzaken? Maar we kennen Gregoire. We weten wie hij vroeger was. En we hebben gezien hoe hij een nieuwe persoon is geworden. We hebben uw woorden gehoord. En we begrijpen waarom u hier bent. Namens onze raad en al onze leden willen wij u van harte welkom heten. We hebben u nodig. Gods akker hier is te groot voor ons allen.
Joseph, onze diaken, stelde een vraag. Wat zou u zeggen, als bijvoorbeeld een van uw eigen kinderen zou besluiten om zich bij de gereformeerde kerk aan te sluiten? Rigobert antwoordde: Ik zou gelukkig zijn. Ik, bijvoorbeeld, ben niet een goede vader voor mijn kinderen. Ik ben op zoveel manieren zo'n slecht voorbeeld. Hoe kan ik in ons dorp hopen anderen te overtuigen om Jezus Christus aan te nemen  als mijn leven zoveel fouten heeft? In alle eerlijkheid, ons leven als christenen schiet vaak te kort. Alstublieft, kom naar ons dorp en help ons opnieuw te beginnen.
Verootmoedigd namen we afscheid. God moet plannen voor dit dorp hebben, concludeerden wij. We nodigden de groep uit in om in Dogbo een kerkdienst te bezoeken en te zien hoe een gereformeerde kerkdienst loopt. Dat deden ze, een week later. Een stuk of tien, allen op elkaar gepropt in Gregoire’s vijfpersoons taxi. Ze kwamen, ze zagen, ze luisterden, ze deelden in een tijd van aanbidding.
En toen, vanmiddag, kwam Gregoire bij ons langs. Ik had hem een ​​pakket materialen voor de groep gegeven: Bijbels, catechisatieboekjes, liturgieboekjes. Vandaag was ik in Vovokame, zei hij. En de mensen daar hebben een besluit genomen. Sinds hun bezoek aan Dogbo zijn ze elke zondagmiddag bijeengekomen. En vandaag hebben ze besloten dat ze een gemeente gaan oprichten. Ze hebben gelezen wat Paulus aan Timotheüs schrijft over kerkleiders, en ze hebben bevestigd dat zij Lambert daartoe willen aanstellen. Zij zijn ook van plan om zo snel mogelijk een voorlopige kapel te plaatsen op het perceel in het midden van het dorp. En als ze klaar zijn, willen ze de oudsten van de ERCB vragen hen te accepteren als een nieuwe parochie binnen de kerk.

Wat konden we anders doen dan God loven? Ik begon Gregoire te vertellen wat DVN misschien zou kunnen betekenen qua financiële bijstand voor de bouw, maar hij onderbrak me. Nee, zei hij, God heeft een wonder gedaan. Ze hoeven en willen geen materiële hulp. Iedereen daar heeft toegezegd materialen te kopen en te helpen bouwen, het perceel is inmiddels schoon, en binnen vier of vijf dagen moet de kapel er staan. Aanstaande zondag komt er een inaugurele kerkdienst.
Raad eens waar we hopen te zijn, als God het wil, aanstaande zondagochtend om 10 uur? Ik denk dat het een mooie zondag wordt. Omringd door Gods liefde te Vovokame. Ook bij familie, maar dan van een andere soort. We missen nog altijd die van onszelf, soms meer dan we kunnen zeggen, maar zoiets als dit is een enorme bemoediging. Nog altijd gebeuren er wonderen.

(fotos van Jurrien)

Naschrift: We zijn er geweest, zondagochtend. Op aanraden van Grégoire wat later dan de aangekondigde aanvangstijd. We liepen weer door het dorp, langs het stomme afgodsbeeld, in de richting waar het geluid vandaan kwam: heldere stemmen van vrouwen en meisjes, daar onderdoor donker van de mannen, handgeklap. En daar waren ze: de kapel was een afdak van palmbladeren, met bankjes voor het publiek en vooraan een tafel met drie of vier stoelen voor de eregasten.
Toen het lied was afgelopen werden we welkom geheten, bedankt voor onze komst, en gevraagd om onze plek in te nemen. En onder leiding van de gekozen oudste, Lambert, ging de dienst verder. Zingen, dansen, bidden, luisteren: heel anders dan wat we in Nederland kennen, maar ook weer heel vertrouwd. Ik was gevraagd om te preken, en dat deed ik: Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus (Fil 1.6). Zo is het maar net. Wonderen zijn niet ons werk, maar dat van God. En wat God begint, dat komt af. Ik las de verklaring voor waar ze voor willen staan: wij, gelovigen te Vovokame, die verlangen om Jezus Christus te volgen en het evangelie te verkondigen aan onze naasten, zijn overeengekomen om ons vanaf vandaag te verenigen als gemeente…En één voor één kwamen ze naar voren om die te ondertekenen.

zondag 18 november 2012

Het gezin als hoeksteen van de samenleving!

Ik zit hier achter mijn laptop, de ventilator aan, en het geluid van de versterker bij de buren is zo hard, dat ik zelf geen muziek aan kan zetten. Het is weer eens vrijdag, het weekend begint. Het weekend is vaak de tijd voor de ceremonies. Meestal een begrafenisceremonie. Dit keer ook dus, er is een van de vorige weken/maanden iemand in de familie van de mensen naast ons overleden. Vandaag en vannacht veel lawaai uit de versterkers. Een versterker wordt hier niet gebruikt om de muziek beter over te brengen, maar om het zo ver de buurt in te verkondigen, met al het gepiep en gekraak als gevolg, overdag, maar ook tot diep in de nacht en de volgende ochtend vroeg weer op tijd te horen. En het zijn steeds dezelfde liedjes, niet veel variatie dus. (……….en het is de hele dag en de hele nacht doorgegaan, echt keiharde muziek! Ik kon me niet meer concentreren en ben gestopt met mijn blog en nu, op zondagavond ben ik weer aan het typen…)
Ceremonies, culturele gewoonten, we wonen er middenin. Interessant om te horen waarom ze bepaalde dingen doen. Vaak dingen die wij niet begrijpen en we kunnen wel zeggen, dat is Afrika, dat hoort hier zo, maar we hoeven er niet overal zelf mee eens te zijn.
Veel gewoonten horen hier en zijn goed hier en respecteren we hier, maar we komen ook dingen tegen, waar we gewoon niet aan kunnen wennen en misschien ook  niet aan willen wennen…..
Ik denk nu bijvoorbeeld aan de plek van kinderen hier….... overal zien we kinderen, in de kerk, in de buurt, als we aan het rondrijden zijn, als we de dorpjes ingaan. Kinderen zien er altijd blij en vrolijk uit, ze zwaaien naar ons, ze komen naar ons toe, ze vragen snoepjes en soms geld (van kinderen kan je dat verdragen, kinderen mogen dat doen). Kinderen zijn kinderen, overal op de wereld. Ze maken de wereld aangenamer, blijer, ‘Don de Dieu’, zo heten veel kinderen hier ook……. geschenk van God!
Toch is het leven van kinderen hier zo anders. Als ze heel klein zijn, zijn ze veel bij hun moeder, op de rug, aan de borst, heel veilig. Moeder werken met hun kindjes zo, ze gaan zo overal mee heen. (Waar ik trouwens net achter ben gekomen is dat kindertjes hier veel eerder lopen, acht/negen maanden is normaal).
Als kinderen iets groter zijn wordt het al anders dan dat wij gewend zijn. Ze helpen thuis mee, ze gaan zorgen voor hun kleinere broertje of zusje (je ziet kinderen van 4 jaar met hun broertje/zusje rondlopen, die dragen ze ook in een doek op hun rug). Ze helpen met het werk, om het huis en in de akkers, ze dragen water van de pomp naar huis in een bak op hun hoofdje. Ze krijgen ook veel vrijheid, het is heel normaal als je een kindje van 2 of 3 jaar zomaar zonder een oppas over de straat loopt, zelfs in de avond, als het al donker is. Kleintjes vanaf 4 jaar lopen vaak zelf naar school, langs de drukke weg hier. Geen grote groepen moeders hier bij de scholen om de kindertjes op te halen. De kleintjes lopen mee met anderen, maar ook vaak alleen, zonder oppas.
Kinderen groeien hier sneller op, ze hebben eerder hun verantwoordelijkheden, moeten snel zelf dingen doen. Het leven is harder,  je kan niet echt lang kind zijn, je moet meedoen, net als de volwassenen. Aan de ene kant is het goed, dat kinderen ook leren om mee te helpen, vooral in een cultuur zoals hier in Benin. Er is veel werk te doen en dan is het goed om dat vroeg te leren. Maar het heeft een minder mooie kant. Omdat iedereen z’n eigen taken heeft, de vrouwen doen dit, de mannen doen dat, de kinderen dat, heeft iedereen gescheiden taken, zijn eigen rooster. Volgens mij is er daardoor niet veel van een gezinsleven. Bij elkaar zijn, als papa, mama en kinderen, komt hier bijna niet voor. Ieder voor zichzelf. Moeders koken wel, maar iedereen eet als die daar zin in heeft. Niet samen in de kring en tegelijk gezellig eten en als je moe bent, ga je slapen, niet op een bepaalde tijd voor jong of oud….
En dan komen wij hier, met onze Nederlandse gewoonten, ons huis een veilige haven, onze goed Gereformeerde gezinsgewoonten, ‘het gezin als hoeksteen van de samenleving’ , samen sterk in de grote gevaarlijke wereld.
Kunnen wij de mensen hier vertellen dat ze het allemaal verkeerd doen? We moeten de samenleving waar we wonen respecteren, alles wat wij altijd gedacht hebben is ook niet altijd de beste manier, maar we mogen er toch wel over praten, vooral als de mensen er naar vragen?
Die vraag krijgen we…..

Vorige week waren we in Vovokame.  Het dorpje van de familie van Grégoire, de taxichauffeur. Grégoire had al een poos contact met een groepje jongelui uit dit dorp. Ze hadden aan hem gezien dat hij anders was geworden, sinds hij christen was. Verantwoordelijker, eerlijker, vriendelijker (wow, ik hoop dat anderen dat ook aan mij kunnen zien!). Een paar van deze jongens waren ook van huis uit christen, de anderen kenden alleen mensen die christen waren. Sommigen kenden de Bijbel, anderen alleen van verhalen van Grégoire. Grégoire had hen verteld over zijn kerk, over zijn ervaringen daar en de jongelui wilden er meer over horen. We waren door deze jongelui uitgenodigd en we hebben naar de groep geluisterd en met hen gesproken, “Waarom willen jullie een andere kerk in jullie dorp; er is toch al een kerk daar?  We gaan niet zomaar een tweede kerk in een dorp beginnen als er al een kerk is.”
Toen kwam er weer dat verhaal over wat we hier steeds weer tegenkomen, het verhaal van ‘ieder voor zich’. Ze hadden gehoord dat de gereformeerde kerk er voor iedereen is, dat de kinderen er bij ons in de kerk net zo goed bij horen als de volwassenen. Hun kerk (Reveille) is alleen een kerk van volwassenen, de kinderen worden niet gedoopt, er wordt niets voor de kinderen gedaan, ook geen lesgegeven. De kinderen zijn wel welkom, maar als de kinderen vragen hebben wordt er niet naar geluisterd. En vooral geen vragen over hoe je als christen hoort te leven, want veel van de gedoopte kerkleden leven volgens de jongelui een dubbelleven, een christelijk en een heidens leven. “Wij willen Jezus volgen zoals het in de Bijbel staat, met ons hele leven en niet zoals het voorbeeld van onze ouders!”
Wow, dat klonk hard! Wat moesten we hiermee? Het was een echte vraag van jongelui, die Jezus echt willen volgen.
De afspraak was dat ze de volgende zondag bij ons in Dogbo naar de kerk zouden gaan en ‘s avonds zouden we een afspraak hebben met de leiding van het bestaande kerkje in het dorp. We wilden laten zien dat we deze vraag van de jongelui hadden gekregen, maar dat het geen gewoonte van ons is om een rivaal van een andere kerk in een dorp te worden.
Nou, dat was een goede afspraak. We waren daar met twee van de personen, die een nieuwe kerk willen beginnen, met Grégoire, met een ouderling en een diaken van onze kerk en drie oudsten van de dorpskerk.
En we hebben zo’n goed gesprek gehad! We hebben kunnen uitleggen hoe de vraag bij ons gekomen was en dat we als volgers van dezelfde God heel graag naast hun kerk willen staan, niet als rivalen. Ze oudsten vertelden dat ze eerst wel bang waren voor een tweede kerk in hun dorp. Maar intussen hadden ze de verhalen van de jongelui gehoord en de reacties op de dienst in onze kerk in Dogbo deze morgen. “We hebben jullie hulp nodig hier in het dorp, wij weten niet meer hoe we een goed voorbeeld moeten zijn voor onze jongelui. We geven geen goed voorbeeld met het leven dat we leiden. We nodigen jullie uit om een kerk te beginnen in ons dorp, waar de jongeren misschien een voorbeeld kunnen worden voor de ouderen!”  Nou, dat was wat om te horen! Een van de oudsten had een zoon in het groepje en hij stelde zich zo kwetsbaar op: “Ik ben geen goed voorbeeld voor mijn kinderen!” Zo’n open, kwetsbare vraag, zo’n wonder, dit hadden we niet zo verwacht! Even schrok ik, “wow, wat een verantwoordelijkheid krijgen we daar in onze schoot geworpen, kunnen we dit wel aan?” We hebben de vraag bij de kerkenraad hier in de Mono-Couffo gelegd. Zij moeten nu verder met deze vraag, het is een grote uitdaging. Wij moeten nu een stapje achteruit nemen en op de achtergrond meedenken, ondersteunen. Maar met Gods hulp gaan hier vast mooie dingen gebeuren. Dat is juist wat de kerk van Jezus Christus moet betekenen in de wereld, er zijn voor de ander, en met Gods hulp.

Vandaag is het weer zondag en we hebben we weer met een groep vrouwen gesproken, deze keer vrouwen van de gemeente van Tokpohoue.  Joe had daar vandaag gepreekt over de vijf wijze en vijf dwaze meisjes. Wij zijn allemaal verantwoordelijk voor onze eigen lampen en voor de extra olie. Ons leven als christenen moet steeds vol blijven met de olie, we moeten ervoor zorgen dat de olie niet opraakt. Maar wij moeten elkaar daar ook bij helpen. En vooral wij, als ouders moeten ons best doen er voor te zorgen dat de lampen van onze kinderen gevuld blijven. Tijd met ze nemen, niet alleen op zondag, maar elke dag. Zelfs al is het leven vaak heel druk, elke dag even tijd nemen als gezin, samen bidden, samen de bijbel lezen en erover praten. Ouders hebben een hele grote verantwoordelijkheid, mede door hen kunnen de kinderen klaar zijn of niet klaar zijn voor de Bruidegom!
De meeste gezinnen hebben geen kinderbijbel, de meeste moeders kunnen niet eens lezen! Wij hebben vijf verhalen, met plaatjes uit een kinderbijbel gekopieerd en er een boekje van geniet. Het eerste verhaal is het verhaal van de moeders die hun kinderen naar Jezus brachten. We hebben dat verhaal met de moeders (en een vader) besproken. Jezus houdt heel veel van kinderen, Hij liet dat ook zien als voorbeeld voor ons in dit verhaal, dat de kinderen er echt bij horen. Ze kunnen dit verhaal ook met hun kinderen thuis bespreken. Het idee is dat de vrouwen nu elke week samen als groep een van de verhalen gaat lezen en bespreken en dan kunnen ze elke week weer een ander verhaal thuis aan hun kinderen vertellen. Dat hebben we ze aangeraden en we hopen dat ze dat echt gaan doen. En ook bidden, elke dag, samen als gezin, even samen. We hopen dat deze goede gewoonte hier ook een gewoonte mag gaan worden.
Het gezin is ook hier in Benin de hoeksteen van de samenleving

God, wilt u voor alle kinderen in de hele wereld zorgen? Bedankt dat U zoveel van ze houdt!

Moeder en Oma Marijke

(fotos van Marloes)

zaterdag 10 november 2012

Onze grootste en beste bewaker is onze grote Vader die in de Hemel is!

Sinds mijn vorige blog, is er weer heel wat gebeurd. 't Is ook al weer meer dan een week geleden, dat ik schreef.
Wat even een domper gaf op ons werk hier, was ons bezoek aan de gevangenis in Ouidah, afgelopen dinsdag. Dat is waar onze overvaller zou zitten, sinds maart, voor een ander misdrijf. We moesten daar heen voor de voorbereidingen van onze rechtszaak die deze maand zou beginnen. Ik zag er niet zo naar uit, we zouden hem daar weer ontmoeten en we moesten de hele dag met die vreemde, rare commissaris van politie doorbrengen. Maar het ging anders dat we hadden gedacht.
Dit schreef Joe, aan het einde van die dag aan Pieter, van de DVN en naar onze collega’s Richard en Wianne:
‘Zojuist teruggekeerd van weer een bezoek aan de gevangenis in Ouidah (inclusief vooraf bezoeken aan allerlei andere gerechtelijke instanties). En wat blijkt: onze overvaller is op 15 oktober vrijgelaten vanwege een algemeen presidentieel pardon voor kleine criminelen. Iemand was op één of andere manier vergeten dat hij ook nog vastgehouden moest worden voor onze zaak...
Dus hij is foetsie. Wat een teleurstelling! De commissaris is optimistisch dat ze hem op korte termijn weer te pakken zullen krijgen, maar wat ons betreft is het eerst zien en dan geloven.
Deze teleurstelling doet best wel veel met ons, merken we. Vorige week was al heel onrustig vanwege het bezoek aan de procureur in Lokossa: het rakelde heel veel op wat we achter ons dachten te hebben. Maar nu dit. We weten niet of we bang moeten zijn, of boos omdat dit maar weer bewijst dat het apparaat hier voor geen meter functioneert, of wat dan ook, maar het is verre van leuk.

Wat nu? Niet leuk dus, even laten settelen. Niet ongerust worden, hoor!
We geloven dat hij niet in de buurt durft te komen, we hebben dag en nacht bewakers, en onze grootste en beste bewaker is onze grote Vader die in de Hemel is!

Maar hoe is het verder met Rebecca en Edo?

Vorige week zijn we er met een Nederlandse vriendin, die in Cotonou werkt, geweest. Zij had mijn verhaal over Rebecca en Edo ook gelezen en zij was ook erg onder de indruk van het opvanghuis in Madjrè. We hebben samen de mensen begroet, wat rondgelopen, bellen geblazen, ballonnen opgeblazen, gezongen, gebeden, verhaal geluisterd.  
Die lieve Rebecca is echt aan het veranderen, ze was zo blij, ze wilde steeds bij een van ons lopen, zitten, om bellen en ballonnen lachen.
We hebben met Raoul (de leiding) gesproken, waar komt Rebecca vandaan? Hoe hebben jullie haar gevonden, heeft ze familie?
Rebecca is een van de vele kinderen, die ‘alleen op de wereld zijn’. Raoul hoorde van iemand dat er in een bepaald dorp een jong meisje op straat leefde. Niemand wist wie ze was, waar ze vandaan kwam, maar wel dat ze verstandelijk niet normaal was. Ze liep altijd naakt, sliep buiten, schooide wat eten van de mensen. De mensen hadden wel medelijden, maar ze vonden het ook wel lastig. Niet dat mensen haar lastig vielen (of misschien wel), maar niemand nam haar in huis.
Zo’n meisje is erg kwetsbaar, natuurlijk, zo alleen op de wereld! Raoul vertelde dat het vaak gebeurt dat hij zulke meisjes/vrouwen zwanger aantreft. Hij hoort meestal via, via dat er ergens weer iemand is, die misschien een plekje kan krijgen bij hem, op de ‘Centre d’accueil.’  Raoul probeert dan, met behulp van anderen uit te vinden waar deze persoon vandaan komt, welk dorp, welke familie. Vaak kunnen ze dat uiteindelijk wel vinden, soms ook niet. Bij het opvanghuis loopt een jonge zwangere vrouw rond, ook aan de kant van de weg gevonden. Raoul weet waar ze vandaan komt. Als de baby er is gaat die naar de familie in haar dorp.  De vrouw blijft dan eerst in het opvanghuis, misschien voor een poosje, misschien voor altijd…
Rebecca’s dorp en familie zijn nog niet gevonden, hoe lang zal zij hier blijven? Het gaat nu ‘behoorlijk goed’ met haar, ze krijgt haar medicijnen, ze krijgt eten, ze heeft een dak boven haar hoofd, ze heeft mensen die om haar geven en ze heeft weer wat kleren aan. Gisteren waren we er weer. We hadden koekjes voor iedereen bij ons en ‘geestelijk voedsel’(zingen, dansen een bijbel verhaal, een zegen aan het einde) en ik had een jurkje voor haar gekocht. Raoul had me gewaarschuwd dat ze waarschijnlijk de jurk niet aan zou willen.  Ik pakte het jurkje uit het plastic zakje, hield het voor haar om te zien hoe het leek en of het haar maat wel was en weet je wat ze deed? Rebecca rende heel hard weg, naar de andere kant van het pleintje. Ik dacht “Ze wil niet, ze is bang!”  Maar ineens trok ze de t-shirt die ze aan had uit en rende spiernaakt weer naar me toe, met de handen omhoog. Ze wilde de jurk aan, ze wreef over het stof, ze wilde met mij dansen en ze lachte, ze was zo blij!

Rebecca heeft de jurk in ieder geval aan gehouden totdat we weg gingen. Ik weet niet of ze het aanhoudt, maar ze genoot er wel van. Later vroeg ik aan Raoul of hij wel onderbroekjes had, omdat Rebecca steeds zonder gaat. Ja, maar Rebecca doet die ook steeds weer uit, dat komt vanzelf, zei hij. Maar hij kan altijd onderbroeken en kleding gebruiken, dus….…
En zo zien we weer steeds mensen, mensen die zelf nauwelijks zelf door hebben dat ze zelf echt mensen zijn, omdat men ze nooit zo behandeld heeft, omdat ze anders zijn, psychisch ziek, verstandelijk beperkt, achtergelaten….. alleen op de wereld.
De vorige week, toen onze vriendin met ons was, lag er een man op de grond op het plein van het opvanghuis. Hij bleek net opgehaald te zijn door Raoul, vastgeketend in een hutje, naakt, ergens in een dorpje. Daar lag hij, hij was erg bang, op zijn enkels de wonden die gemaakt waren door de kettingen waarmee hij waarschijnlijk al jaren vastgeketend was. Zo’n vreselijk gezicht, zo onmenselijk! Gisteren zat hij wezenloos voor zich uit te staren op een bankje, met nieuwe kleren aan. Toch nog wat toekomst voor hem?

Gisteren waren we ook even bij het kerkje van de Celestes, waar we soms een bezoekje maken. Toen we daar even zaten, zag ik in de verte, achter het kerkje, een vrouw. Het leek een kind en ze was helemaal naakt, ze lag te rollen in het zand. Ze zwaaide heel uitbundig naar ons, ik zwaaide terug. De mensen moesten erom lachten. Ja, dat was de ‘fou’(de gek) die net naar hen gebracht was. Een beetje zoals ‘Kijk, ons nieuwe hondje, lief he?’ Ze wordt ‘verzorgd’ en krijgt ‘medicijnen’ van de Celestes, natuurlijke medicijnen, ‘feuilles’ noemen de die, ‘bladeren’, waar ze van gaat slapen. Ja, wat kunnen ze anders hier voor haar doen? Ze doen hun best op hun manier……en ze heeft nu eten, wat aandacht…
Toen we afscheid namen, zag ik dat de vrouw opstond en begon te springen en iets te schreeuwen. “Ze zegt dat ze wil dat je hier blijft” zei iemand van de Celestes. Ik ben naar haar toegelopen. Ze was naakt, heel vies van de rode stof, ik denk dat ze niet ouder was dan dertig, ze keek heel blij naar mij, ik gaf haar een hand……haar greep was erg sterk om mijn hand, ze wilde niet loslaten, ik schrok er een beetje van. Het enige wat ik tegen haar kon zeggen was  “Dag lieverd, que Dieu vous benit, au revoir!”  Ik zwaaide nog wat, de vrouw zwaaide terug en riep weer wat.
Oh, wat een verdriet, wat kan ik doen? Het is en blijft de wereld van Benin, zo hard, zo moeilijk, zo anders! De cultuur kan ik niet veranderen, de gewoonten….? Ik weet het niet. Even wat liefde delen, even wat aandacht geven, even laten zien dat ze mens zijn…. en voor ze bidden, misschien met ze bidden en als de kans er is over Jezus vertellen en een klein beetje de liefde van Jezus uitstralen?
Ik probeer maar steeds een beetje deze vraag aan mijzelf, te volgen: WWJD? (wat zou Jezus zelf doen, in deze situatie?), ik kan natuurlijk nooit tippen aan wat Hij zou doen…. maar….. ik weet in ieder geval zeker wie ook voor hen de grootste en beste bewaker is, ja, dat is onze en hun grote Vader in de Hemel!

Liefs, Marijke
(fotos van Marloes)