Ik noemde haar: “Joyce, de baby, die eigenlijk allang geen baby meer kan zijn, omdat haar ouders niet voor haar konden zorgen”. Ik vertelde toen dat Joyce een kindje was, die achtergelaten was in het huis in Madjrè, de instelling voor mensen met een beperking en een psychische aandoening. Het is goed dat er zo’n plek is, maar het is zeker geen plek voor baby’s ! Er is daar nauwelijks eten, zorg en middelen genoeg voor de volwassenen daar, laat staan voor een klein babymeisje! De tweede keer dat we Joyce zagen, daar op de rug van een van de patiënten, zag ik het meteen, “Die baby is erg ziek!” We zijn toen met haar naar een ziekenhuis gegaan. De zusters daar zeiden dat als ze niet direct geholpen werd, dat ze de volgende morgen waarschijnlijk dood zou zijn geweest. We hebben toen gedaan wat we konden, Joe heeft bloed gedoneerd, we hebben betaald voor de medische zorg en medicijnen en eten. Met Raoul, de leider van de instelling waar we haar gevonden hadden en met Mariëtte, onze hulp, hadden we afgesproken dat ze in ieder geval de eerste weken verzorgd zou worden door Mariëtte thuis. Zij weet hoe ze met de medicijnen moet omgaan, wat voor eten Joyce nodig heeft. Zij weet hoe ze een baby moet verzorgen en wat liefde kan geven. Want dat kan ze zeker! We wisten toen nog niet wat er verder met Joyce zou moeten gaan gebeuren, wie er later voor haar zou gaan zorgen. Wij samen waren er nu voor haar, wij financieel en Mariëtte voor de zorg. Mariëtte had de politie en het Maatschappelijk Werk ingelicht over dat zij Joyce tijdelijk in huis had, maar dat zij niet de uiteindelijke verantwoordelijke voor Joyce was. Heel goed van haar dat ze daaraan dacht, je weet nooit wat er kan gebeuren!
Sinds die tijd heeft Mariëtte voor haar gezorgd, vanaf begin december tot nu, eind maart! En echt heel goed, als een liefhebbende moeder voor Joyce! Ondanks dat ze nog wel wat achterstand heeft, is ze nu een gezond, blij klein meisje. Ze houdt van veel eten en van zingen. Mariëtte’s kinderen zijn als broertjes en zusje voor Joyce geweest. Inmiddels heeft Mariette er zelf een zoontje bij, Rabi, geboren op 11 februari, maar ze wilde Joyce zolang het nodig was in haar gezin hebben. Maar voor hoe lang?
We hielden contact met het Maatschappelijk Werk en de familie van Joyce en nu na drie maanden is het toch zo ver…… kleine Joyce gaat weer terug naar haar eigen familie.
Het is allemaal een lang verhaal en zelfs als ik het uitleg, begrijpen wij, Nederlanders er nog niet veel van.
Achteraf blijkt Joyce een nichtje van Raoul, de leider van de instelling in Madjrè, te zijn. Dat had hij eerst niet tegen ons gezegd. Waarom? Schaamde hij zich? Dacht hij “dit is de oplossing voor mijn probleem?” De vader van Joyce blijkt zijn broer te zijn (die volgens Raoul psychische problemen had) en de moeder was ook een patiënt daar in het opvangcentrum, maar zij heeft hele erge psychische problemen. De vader was al lang weer weg uit het centrum en de moeder is na de geboorte ontsnapt, ze hadden de baby daar achtergelaten, dit alles volgens Raoul ( Mariëtte vraagt zich trouwens af of dat de hele waarheid is, “want hier praten ze vaak om het probleem heen”, zegt ze, “mensen schamen zich vaak om de waarheid te vertellen!”)
Raoul zijn vrouw had in het begin een poosje voor Joyce gezorgd, maar toen kreeg zij zelf een baby en het werd allemaal te veel. Toen heeft Raoul uit nood maar één van zijn patiënten voor Joyce laten zorgen, met al de gevolgen van dien. En hoe we haar toen vonden, meer dood dan levend!
In Nederland zou dat gewoon kindermishandeling zijn, hier ligt dat anders, maar toch…..
Raoul had te veel op zich genomen, en omdat de verdere familie van Joyce haar niet wilde, moest Raoul het maar doen. En toen zijn vrouw het niet meer aankon, heeft hij die onbegrijpelijke, rare stap gezet door haar aan een van de patiënten toe te vertrouwen…..
Maar nu, na vele gesprekken, met het Maatschappelijk Werk, met Mariëtte, met Raoul en zijn vrouw, zijn we toch samen tot een beslissing gekomen. Joyce moet volgens de wet bij familie ondergebracht worden. Die zijn hier in Benin de eerstverantwoordelijken, de moeder is weg, en volgens haar familie niet in staat, de vader laat wel geregeld van zich horen, maar hij zegt dat hij niet voor Joyce kan zorgen. De opa’s en oma’s en andere familie zien het niet zitten, dus daarna komt Raoul als oom van Joyce en hij heeft met zijn vrouw gesproken en samen hebben ze besloten dat ze Joyce in huis willen nemen. Wij hebben met ze gesproken en ze hebben beloofd dat zij haar echt in liefde in de familie willen opnemen. “Joyce wordt als een derde dochter voor ons!” Raoul is dus de leider van de instelling in Madjrè en zijn vrouw heeft daarnaast ook nog een klein kraamkliniekje, met een kleine apothekerspost. Ze heeft daar hulp van een verpleegkundige en dan ook nog een meisje in de huishouden, die voor de kinderen zorgt (zij hebben zelf twee meisjes van 9 maanden en van vier jaar). Ze woont met de kindertjes achter het kraamkliniekje. Heel basaal en derdewereld, maar netjes en het ziet er verzorgd uit.
Mariëtte vindt het goed zo, vooral nu we het allemaal officieel met de politie en het Maatschappelijk Werk geregeld hebben. Als het niet goed gaat daar bij Raoul thuis, halen ze haar daar weer vandaan, want voor Mariëtte en voor ons en voor het Maatschappelijk Werk is het heel belangrijk dat Joyce op een veilige, liefdevolle en goede plek zit.
Wel moeilijk, helemaal voor Mariëtte, ze is erg gehecht aan Joyce, maar zij vond dit ook het beste. Ze wil nu ook niet langer wachten, het is goed zo; “mission accompli!” zegt ze. Zij weet, en de maatschappelijk werker zegt het ook en zelfs Raoul zegt het, dat het kan gebeuren, dat als de ouders dat willen, ze Joyce zomaar kunnen ophalen. Daar houden ze recht op. En er is een grote kans dat dat kan gebeuren als ze op huwbare leeftijd is, want dan kunnen ze een bruidsschat voor haar krijgen en daar ziet elke ouder van een meisje hier naar uit!
Wat een verhaal, he!
We hebben Joyce gisteren weggebracht. Zo verdrietig voor haar en voor Mariëtte en haar kinderen. We waren al eerder even langs geweest om Joyce een beetje te laten wennen, ze moest toen niets van haar ‘nieuwe familie’ hebben, maar gisteren moesten we haar daar dan toch achter laten. Mariette is er een uurtje gebleven en ze heeft alles over Joyce uitgelegd aan de nieuwe ‘moeder’, over hoe ze slaapt, hoe ze eet, waar ze blij van wordt. Ze heeft een tas met kleren meegebracht, en een tas met eten voor Joyce, een paar speelgoedjes van Joyce.
‘Mission accompli’ , zegt Mariëtte, maar wel hartverscheurend om te zien! Ze was een hele goede moeder voor haar, en Joyce zal wel moeten wennen aan een ander huis, aan een andere familie. Het was erg moeilijk en we hebben wel gehuild bij het afscheid.
Mariëtte zei vanochtend dat ze steeds wakker werd vannacht, want Joyce sliep altijd bij haar in bed en wilde s ’nachts altijd even iets eten en drinken en haar eigen baby slaapt nu al de hele nacht door.
We hopen dat het daar een goede plek voor Joyce gaat zijn. We hebben beloofd dat we zo nu en dan samen met Mariëtte een kijkje gaan nemen. Volgende week nemen we Mariëtte en haar kinderen een dagje uit naar Grand Popo, het strand, de zee en een etentje bij een restaurant. Even iets leuks en blijs doen samen!
Ja, met die dingen zijn we hier bezig! Dat kan je je in Nederland gewoon niet voorstellen, he!
Ik ga Joyce ook missen, ik ben ook bezorgd hoe het zal gaan met Joyce, daar bij haar ‘familie’. Maar het is goed zo, God zorgt daar ook voor haar en ik blijf voor haar bidden!
‘Mission accompli!’
En Mariëtte, goed gedaan , je bent een voorbeeld voor velen, dank je hartelijk daarvoor!
‘Que Dieu vous bénisse!’
Liefs, Marijke





