vrijdag 29 maart 2013

'Mission accompli!’ maar wel hartverscheurend……

In december, afgelopen jaar vertelde ik in mijn blog over Joyce.
Ik noemde haar: “Joyce, de baby, die eigenlijk allang geen baby meer kan zijn, omdat haar ouders niet voor haar konden zorgen”. Ik vertelde toen dat Joyce een kindje was, die achtergelaten was in het huis in Madjrè, de instelling voor mensen met een beperking en een psychische aandoening. Het is goed dat er zo’n plek is, maar het is zeker geen plek voor baby’s ! Er is daar nauwelijks eten, zorg en middelen genoeg voor de volwassenen daar, laat staan voor een klein babymeisje! De tweede keer dat we Joyce zagen, daar op de rug van een van de patiënten, zag ik het meteen, “Die baby is erg ziek!” We zijn toen met haar naar een ziekenhuis gegaan. De zusters daar zeiden dat als ze niet direct geholpen werd, dat ze de volgende morgen waarschijnlijk dood zou zijn geweest. We hebben toen gedaan wat we konden, Joe heeft bloed gedoneerd, we hebben betaald voor de medische zorg en medicijnen en eten. Met Raoul, de leider van de instelling waar we haar gevonden hadden en met Mariëtte, onze hulp, hadden we afgesproken dat ze in ieder geval de eerste weken verzorgd zou worden door Mariëtte thuis. Zij weet hoe ze met de medicijnen moet omgaan, wat voor eten Joyce nodig heeft. Zij weet hoe ze een baby moet verzorgen en wat liefde kan geven. Want dat kan ze zeker! We wisten toen nog niet wat er verder met Joyce zou moeten gaan gebeuren, wie er later voor haar zou gaan zorgen. Wij samen waren er nu voor haar, wij financieel en Mariëtte voor de zorg. Mariëtte had de politie en het Maatschappelijk Werk ingelicht over dat zij Joyce tijdelijk in huis had, maar dat zij niet de uiteindelijke verantwoordelijke voor Joyce was. Heel goed van haar dat ze daaraan dacht, je weet nooit wat er kan gebeuren!
Sinds die tijd heeft Mariëtte voor haar gezorgd, vanaf begin december tot nu, eind maart! En echt heel goed, als een liefhebbende moeder voor Joyce! Ondanks dat ze nog wel wat achterstand heeft, is ze nu een gezond, blij klein meisje. Ze houdt van veel eten en van zingen. Mariëtte’s  kinderen zijn als broertjes en zusje voor Joyce geweest. Inmiddels heeft Mariette er zelf een zoontje bij, Rabi, geboren op 11 februari, maar ze wilde Joyce zolang het nodig was in haar gezin hebben. Maar voor hoe lang? 
We hielden contact met het Maatschappelijk Werk en de familie van Joyce en nu na drie maanden is het toch zo ver…… kleine Joyce gaat weer terug naar haar eigen familie.
Het is allemaal een lang verhaal en zelfs als ik het uitleg, begrijpen wij, Nederlanders er nog niet veel van.
Achteraf blijkt Joyce een nichtje van Raoul, de leider van de instelling in Madjrè, te zijn. Dat had hij eerst niet tegen ons gezegd. Waarom? Schaamde hij zich? Dacht hij “dit is de oplossing voor mijn probleem?” De vader van Joyce blijkt zijn broer te zijn (die volgens Raoul psychische problemen had) en de moeder was ook een patiënt daar in het opvangcentrum, maar zij heeft hele erge psychische problemen. De vader was al lang weer weg uit het centrum en de moeder is na de geboorte ontsnapt, ze hadden de baby daar achtergelaten, dit alles volgens Raoul ( Mariëtte vraagt zich trouwens af of dat de hele waarheid is, “want hier praten ze vaak om het probleem heen”, zegt ze, “mensen schamen zich vaak om de waarheid te vertellen!”)
Raoul zijn vrouw had in het begin een poosje voor Joyce gezorgd, maar toen kreeg zij zelf een baby en het werd allemaal te veel. Toen heeft Raoul uit nood maar één van zijn patiënten voor Joyce laten zorgen, met al de gevolgen van dien. En hoe we haar toen vonden, meer dood dan levend!
In Nederland zou dat gewoon kindermishandeling zijn, hier ligt dat anders, maar toch…..
Raoul had te veel op zich genomen, en omdat de verdere familie van Joyce haar niet wilde, moest Raoul het maar doen. En toen zijn vrouw het niet meer aankon, heeft hij die onbegrijpelijke, rare stap gezet door haar aan een van de patiënten toe te vertrouwen…..
Maar nu, na vele gesprekken, met het Maatschappelijk Werk, met Mariëtte, met Raoul en zijn vrouw, zijn we toch samen tot een beslissing gekomen. Joyce moet volgens de wet bij familie ondergebracht worden. Die zijn hier in Benin de eerstverantwoordelijken, de moeder is weg, en volgens haar familie niet in staat, de vader laat wel geregeld van zich horen, maar hij zegt dat hij niet voor Joyce kan zorgen. De opa’s en oma’s en andere familie zien het niet zitten, dus daarna komt Raoul als oom van Joyce en hij heeft met zijn vrouw gesproken en samen hebben ze besloten dat ze Joyce in huis willen nemen. Wij hebben met ze gesproken en ze hebben beloofd dat zij haar echt in liefde in de familie willen opnemen. “Joyce wordt als een derde dochter voor ons!”  Raoul is dus de leider van de instelling in Madjrè  en zijn vrouw heeft daarnaast ook nog een klein kraamkliniekje, met een kleine apothekerspost. Ze heeft daar hulp van een verpleegkundige en dan ook nog een meisje in de huishouden, die voor de kinderen zorgt (zij hebben zelf twee meisjes van 9 maanden en van vier jaar). Ze woont met de kindertjes achter het kraamkliniekje. Heel basaal en derdewereld, maar netjes en het ziet er verzorgd uit.
Mariëtte vindt het goed zo, vooral nu we het allemaal officieel met de politie en het Maatschappelijk Werk geregeld hebben. Als het niet goed gaat daar bij Raoul thuis, halen ze haar daar weer vandaan, want voor Mariëtte en voor ons en voor het Maatschappelijk Werk is het heel belangrijk dat Joyce op een veilige, liefdevolle en goede plek zit.
Wel moeilijk, helemaal voor Mariëtte, ze is erg gehecht aan Joyce, maar zij vond dit ook het beste. Ze wil nu ook niet langer wachten, het is goed zo; “mission accompli!” zegt ze. Zij weet, en de maatschappelijk werker zegt het ook en zelfs Raoul zegt het, dat het kan gebeuren, dat als de ouders dat willen, ze Joyce zomaar kunnen ophalen. Daar houden ze recht op. En er is een grote kans dat dat kan gebeuren als ze op huwbare leeftijd is, want dan kunnen ze een bruidsschat voor haar krijgen  en daar ziet elke ouder van een meisje hier naar uit! 
Wat een verhaal, he!
We hebben Joyce gisteren weggebracht. Zo verdrietig voor haar en voor Mariëtte en haar kinderen. We waren al eerder even langs geweest om Joyce een beetje te laten wennen, ze moest toen niets van haar ‘nieuwe familie’ hebben, maar gisteren moesten we haar daar dan toch achter laten. Mariette is er een uurtje gebleven en ze heeft alles over Joyce uitgelegd aan de nieuwe ‘moeder’, over hoe ze slaapt, hoe ze eet, waar ze blij van wordt. Ze heeft een tas met kleren meegebracht, en een tas met eten voor Joyce, een paar speelgoedjes van Joyce.
Mission accompli’ , zegt Mariëtte, maar wel hartverscheurend om te zien! Ze was een hele goede moeder voor haar, en Joyce zal wel moeten wennen aan een ander huis, aan een andere familie. Het was erg moeilijk en we hebben wel gehuild bij het afscheid.
Mariëtte zei vanochtend dat ze steeds wakker werd vannacht, want Joyce sliep altijd bij haar in bed en wilde s ’nachts altijd even iets eten en drinken en haar eigen baby slaapt nu al de hele nacht door.
We hopen dat het daar een goede plek voor Joyce gaat zijn. We hebben beloofd dat we zo nu en dan samen met Mariëtte een kijkje gaan nemen. Volgende week nemen we Mariëtte en haar kinderen een dagje uit naar Grand Popo, het strand, de zee en een etentje bij een restaurant. Even iets leuks en blijs doen samen!
Ja, met die dingen zijn we hier bezig! Dat kan je je in Nederland gewoon niet voorstellen, he!
Ik ga Joyce ook missen, ik ben ook bezorgd hoe het zal gaan met Joyce, daar bij haar ‘familie’. Maar het is goed zo, God zorgt daar ook voor haar en ik blijf voor haar bidden!
Mission accompli!
En Mariëtte, goed gedaan , je bent een voorbeeld voor velen, dank je hartelijk daarvoor!
‘Que Dieu vous bénisse!’
Liefs, Marijke

 

zondag 17 maart 2013

Feest van Genade

Vanmiddag hadden we zin om naar een Nederlandse kerkdienst te luisteren. Dat is zo fijn dat dat kan, zo maar op dezelfde tijd als het daar in Nederland gebeurd meeluisteren!
We besloten om naar de dienst van 16.30uur in Hoogezand te luisteren. Onze oude vertrouwde Nanno Siertsema op het orgel en de piano en ouderling Pieter Braam deed de preek. Het voelde goed en we waren weer even in onze vertrouwde ‘eigen’ gemeente…….
We hoorden dat de gemeente de laatste weken bezig is met een gemeenteproject ‘Feest van genade’. Vandaag was week vier.
Even een korte uitleg over dit project: 40 dagen: Feest van genade is een verdiepend gemeenteproject, waarin je als gemeente wordt stilgezet bij het wonder van Gods genade. Zes weken lang laat je als gemeente even al het andere rusten en ga je samen op ontdekkingstocht naar de drijfveer van het - missionair - gemeente-zijn.
De liefde van Jezus Christus is zo overweldigend, dat het mensen radicaal verandert. Als je gegrepen wordt door díe liefde, ga je op Jezus lijken. Dan toon je zijn liefde aan anderen, binnen de gemeente én daarbuiten. Zodat door jou echt iets zichtbaar wordt van Gods koninkrijk en ook anderen Hem zullen leren kennen als hun Heer en Redder. Hoe dat dan gebeurt en hoe je dat in je eigen leven kunt gaan ervaren? Daarvoor zul je op ontdekkingstocht moeten!
Vandaag was het onderwerp: liefde voor elkaar in de gemeente.
Het was mooi om te luisteren, we kennen de gemeente, we weten ongeveer hoe het daar is, wie daar allemaal in de kerk zitten te luisteren, mee te zingen. We luisterden mee, we zongen mee. Het ontroerde ons.
Het is Gods genade dat ze daar bij elkaar zitten en het samen hebben over de liefde van Jezus Christus. Ze zijn samen als gemeente bezig met die ontdekkingstocht, dat je als je gegrepen wordt door die liefde dat je dan op Jezus gaat lijken….en toch…. God is allang met hen bezig en ze zijn ondanks alles toch steeds bezig met die liefde die ze van Hem geleerd hebben, wel met vallen en opstaan, met al de zonden en gebreken. Daarom is het ook zo nodig en goed dat  door een project zoals deze, er weer eens bij stil wordt gestaan om het steeds weer vol te houden, elkaar liefhebben, zoals Hij ons liefheeft.
Ik zag al die gezichten voor me, oud en jong, met hun blijde en verdrietige dingen, allemaal op hun eigen manier. Ik hoorde die lieve grote Jonathan Niemeijer zingen, zoals hij dat al jaren doet, met veel enthousiasme, altijd samen in de kerk, met zijn moeder die zo veel van hem houdt, maar ook kind van de hele gemeente, die heel veel om hem geeft. Ik meende Gijs Verkade te horen, ook erg geliefd door zijn ouders en de hele gemeente. Er is daar zeker liefde in die gemeente van Christus, binnen de gemeente en daarbuiten.
Ik wordt er een beetje verdrietig van. Heb ik mijn best gedaan daar in Hoogezand om die liefde van Jezus uit te stralen aan de mensen om me heen?

Eigenlijk is mijn verblijf hier in Benin eigenlijk een ontdekkingsreis voor mij. Soms voelt het als een verbannen zijn,  ‘boete doen’; het is soms moeilijk hier voor mij. Het is ontzettend warm steeds, we hebben weinig contact met westerse mensen, ik mis mijn kinderen en kleinkinderen erg. Maar toch, wat kan ik hier een boel liefde geven en wat is dat hier gemakkelijk, maar tegelijk ook heel moeilijk!
Overal waar ik maar ga of wandel of zelfs rijd, mensen zien ons, de blanken en zwaaien en komen naar ons toe. Een beetje aandacht een woordje, soms een cadeautje, een vriendelijke lach, even aandacht voor een moeder met een baby, een paar kindertjes die ons naroepen.

Alleen deze week al.
De wekelijkse visite naar een dorpje van een van de gemeenten, waar we weer eens een baby met een baby op haar rug zagen en toen we daar een foto van wilden nemen, moesten de mensen zo lachen. Het is zo normaal dat een klein zusje van vier haar pasgeboren broertje/zusje op haar rug heeft om de moeder te ontlasten en gewoon door het door heenloopt. We maken dan een praatje, we worden zelfs gevraagd of we even voor hen kunnen bidden of ze willen zegenen.
In datzelfde dorp zien we een meisje met een baby, het blijkt haar baby te zijn en ze is nog maar 14 jaar. Ach, zegt men, dat is hier heel gewoon!
En dan de geboorte van de gezonde dochter, Zita, van François (een van onze bewakers) en zijn vrouw Primaëlle; de baby wordt met Pasen gedoopt.
De wekelijkse Bijbelstudie in Vovokame, de kerkdienst vanochtend in Noumonvihoue met al die jongen mensen die hun best doen om kerk van Jezus Christus te zijn in een heidens dorp. De wekelijks visite naar Madjrè, de opvang voor verstandelijk en psychisch beperkte mensen. Hoe we daar steeds weer met enthousiasme ontvangen worden en steeds weer verwacht worden om met hen te zingen, een Bijbelverhaal te vertellen, te bidden, te zegenen. Waar we moeilijke, maar ook heel mooie dingen zien gebeuren. Zoals een vrouw, die onder zonden gebukt gaat, van ons hoort dat God haar zonden wil vergeven en dat ze daar zo blij over is dat ze gaat lachen en zingen!
De zaterdagschool in Kpodaha, met al die jonge mensen die graag opgeleid willen worden om in de kerk te werken.
Het is mooi om steeds weer te merken dat er zo veel te doen is, dat mensen ons waarderen, onze aandacht en liefde vragen, maar wij zijn ook maar Joe en Marijke. Wij komen dan ook weer thuis en we danken God dat wij iets hebben kunnen doen, maar als je dan merkt hoe veel meer we zouden kunnen doen, hoe veel kunnen we doen, waar ligt onze grens?
Wij zijn Jezus niet, wij kunnen zelfs niet aan Hem tippen!   
En, moeten we die liefde hier uitstralen? Is dit die plek, hier in Benin? In Nederland wonen ook veel mensen waar we onze liefde en aandacht aan zouden kunnen geven, gewoon aan de mensen om ons heen, onze familie, onze vrienden, onze kerkfamilie en ik mis ze zo! Ook tijdens zo’n dienst via internet!
Maar toch merk ik dat ondanks we maar gewoon Joe en Marijke zijn, dat Jezus in ons werkt en dat Hij door ons heen Zijn liefde laat zien aan anderen om ons heen, waar dan ook. Dat wij Zijn liefde kunnen uitstralen en dat vind ik echt een feest van genade!

Genade zo groot!

maandag 4 maart 2013

Lees je Bijbel, bidt elke dag, dat je groeien mag!

Verhalen van nieuwe gemeenten, groeiend en enthousiast, zijn de allermooiste verhalen. Ze maken ons blij, we schrijven erover, we danken de Heer ervoor.
Maar het gebeurt ook dat we enthousiasme zien afnemen, de klad komt erin, de mensen laten de moed zakken.
Dat zien we hier ook, net zoals overal op de wereld, er zijn bergen en er zijn dalen, je kunt ergens voor gaan en enthousiast over zijn, maar na een tijd merk je dat er minder enthousiasme is en je laat de moed zakken, je wordt moe. Je begint met iets nieuws, waar je energie van krijgt, je gaat er samen voor, je merkt dat God je bevestiging geeft en dan komt er een tijd van, “Ik weet het niet meer, waar doe ik het eigenlijk allemaal voor?” Het gebeurt in ons persoonlijk leven, in ons werk, maar het gebeurt ook in de kerk. Ook hier in Benin…..
We gaan elke week langs de dorpjes, de zondag daarna gaan we dan meestal naar de kerk in het dorp dat we dat week bezocht hebben. Soms komen er veel mensen ons opwachten en er klinken enthousiaste verhalen, maar dan een volgende keer komen we langs dezelfde gemeente en dan horen we een heel ander verhaal.   
Nog niet eens een half jaar geleden waren we er ook, in Fanahenhoué. We werden toen rondgeleid door Jacob en een paar andere jongens. Ze hebben ons toen verteld over de gemeente, hoe veel leden, hoeveel geregelde bezoekers. We zijn door het dorp gewandeld, mensen thuis ontmoet, gesproken, met ze gebeden.
Vorige week waren we er weer, Fanahenhoué was weer eens aan de beurt en van de kerkenraad hadden we gehoord dat het daar de laatste tijd niet erg goed liep. “Boniface, de leider, ziet het niet meer zitten en laat de gemeente maar een beetje aan hun lot over,” werd er gezegd. Dus wij hebben een afspraak gemaakt en met onze trouwe gids/vertaler, Samuel, was deze gemeente dus het doel van de reis.
We kwamen daar aan, bij het kleine kerkje, gemaakt van rode aarde, een metalen dak, een paar houten bankjes en voorin een grote tafel, met een mooi schoon tafelkleedje erop  en drie stoelen erachter. Boniface wachtte ons op, met Jacob, Jacobs vader en een groepje vrouwen en kinderen. Wij moesten op de stoelen, achter de tafel, met het mooie, schone kleedje, de rest op de bankjes.
“Hoe is het hier?  Hoe gaat het met de gemeente, met de broers en zussen, met de zondagse diensten? Hoe gaat met jou, Boniface, kan je het allemaal nog aan, als leider van deze gemeente?” We hebben een fijn gesprek gehad, vooral met Boniface.  Hij was erg eerlijk, “Het is zo moeilijk, zoveel!” Hij is de enige leider van dit groepje, hij heeft nauwelijks tijd om te leiden, laat staan om echt deel te zijn van de kerkenraad. Hij is gevraagd om de vergaderingen te bezoeken, ze hebben hem gevraagd om naar de cursussen voor de ouderlingen te gaan. Hij kan het niet, hij heeft het al zo druk met zijn familie, met zijn werk, met de kerk….
We zien een man die wel graag wil, maar gewoon veel te druk is met al zijn verantwoordelijkheden. Jacob was er de laatste jaren om te helpen in de kerk, de zondagschool, de diensten leiden, maar Jacob is nu maar eens per maand in het dorp, omdat hij in Lokossa studeert. Jacobs vader helpt ook wel, als diaken, maar  het is niet genoeg.
We hebben met Boniface gesproken, met de anderen, ze begrijpen Boniface. Het is veel werk, elke zondag weer. Er komt geregeld een ouderling of een dominee preken, maar er is meer hulp nodig, iedereen was het ermee eens. De gemeente bestaat verder uit moeders en kinderen. We hebben besproken hoe de hele gemeente er voor elkaar moet zijn, iedereen heeft een verantwoordelijkheid.
“Zijn er geen anderen of jongeren die bijvoorbeeld de zondagschool kunnen overnemen?” De moeders kunnen geen van allen lezen of schrijven en ze zijn ook allemaal druk erg met hun gezin. Er zijn een paar jongelui, maar die zijn hoogstens 15/16 jaar oud.
We hebben toen gevraagd of die wilden gaan staan, twee meisjes van 14 en 15 en een jongen van 16 jaar. Wij vertelden dat de kerk hen echt nodig had en dat wij een leuk idee hadden. “Als wij a.s. zondag een mooie kinderbijbel voor jullie meenemen, zouden jullie daar dan elke zondag voordat de kerk begint voor alle kinderen een stuk uit kunnen lezen? Een van jullie leest en een ander gaat het dan in het Adja vertalen.” Dat leek hun een goed idee. We hebben Jacob gevraagd dat als hij eens per maand in Fanahenhoué zou zijn, de jongeren zou kunnen vragen hoe het gaat en waar ze tegenaan lopen enzovoorts. Jacob vond het een goed idee, hij wilde hun leider wel zijn, zei hij. We hebben gevraagd of de leider van de dienst dan in de dienst de kinderen zou kunnen vragen waar het verhaal die dag over ging en dat de moeders dan als ze thuis waren met de kinderen ook aan de kinderen zouden kunnen vragen of ze het verhaal nog eens zouden kunnen navertellen. Zo kunnen de moeders de verhalen uit de Bijbel ook weer beter leren. Dat leek iedereen een heel goed idee, iedereen klapte in de handen. We hebben ook gezegd dat de moeders, hoe druk ze ook zijn, echt niet vergeten moeten om te bidden voor de leiders van de kerk, voor de gemeente en voor al de kinderen en voor elkaar. God gaat de kerk dan zeker zegenen!  “Lees de Bijbel en bid elke dag dat je groeien mag!”
Afgelopen zondag zijn we weer naar Fanahenhoué gegaan.
De kerk was voller, meer moeders, meer kinderen. Joe heeft voorgedaan hoe je de kinderbijbel aan kinderen voorleest, met veel bewegingen en emotie, dat kan hij goed, als onderwijzer! De jongen van 16 mocht vertalen, eerst ging dat wat onzeker, maar later deed hij net als Joe, met passie!
Joe heeft gepreekt over gastvrijheid, er voor elkaar zijn en voor anderen om je heen.
Na de collecte nam Boniface de tijd om aan de kinderen te vragen waar het kinderbijbelverhaal over ging. Drie meisjes vertelden uitgebreid waar het over ging en de moeders klapten enthousiast in de handen. Ze waren erg blij en ze beloofden dat ze er thuis ook nog over zouden gaan vragen.
We hebben nog een stapel ‘Jezus Messias’ stripboeken , vertaald in het Adja, aan Boniface gegeven. Die kan hij gebruiken op de doordeweekse dienst op vrijdagavond.
Ook nog een paar biscuitjes voor iedereen. En daarna werden we door de hele gemeente uitgezwaaid.
Op de volgende vergadering van de kerkenraad moet deze gemeente toch weer eens goed onder de aandacht komen en dat ze horen dat Boniface echt veel steun van hen nodig heeft.
We hopen gauw eens weer langs te gaan om te zien of door het bidden en lezen van de Bijbel de kerk aan het groeien is (in ieder geval in enthousiasme en liefde voor hun Heer!)

“Lees je Bijbel, bidt elke dag, dat je groeien mag!”