dinsdag 9 april 2013

Reizen naar Benin, reizen door Benin, en weer terug naar Nederland: “Here we come!”

Op dit moment is er een delegatie van De Verre Naasten/ Benincommissie op weg naar Benin. Ze komen om alles goed te bekijken en van alles te bespreken.
Ze reizen per KLM, via Parijs. De reis vanaf Schiphol is zoals elke andere reis gewoon, als je vaker reist. Heel internationaal, allemaal mensen van allerlei achtergronden, stammen en natiën …
En dan in Parijs zoek je naar de pier en de nummer van de vlucht naar Benin, Cotonou ….en dan begin je het gevoel van Afrika te krijgen…….. donkere mannen in vaak nette pakken, met stropdas,  met  grote indrukwekkende handbagage. Zwarte vrouwen, in strakke westerse kleding op hele hoge hakken en vrouwen in kleurrijke Afrikaanse gewaden, hun haar vaak ingevlochten op de mooiste manieren. Kindertjes, netjes aangekleed voor de reis. Heel veel handbagage, meer dan normaal toegestaan is. Zo nu en dan zie je een westerse man of vrouw, vaak gekleed in kaki-kleuren, wandelschoenen, rugzak als handbagage, een paar zakenmensen of ambassadepersoneel, maar die gaan dan meestal eerste klasse.
De reis verloopt meestal rustig en iedereen gaat slapen of een filmpje kijken, maar schrik niet als iemand je na het eten vraagt of hij je halflege bord mag hebben om leeg te eten, dat is in Afrika heel normaal. Zelfs mannen in nette pakken doen dat!
Zo gauw je geland bent begint het duwen, iedereen wil er uit. Maar als je eruit bent, komt de  drukkende warmte je tegemoet. Dan moet je nog even in een bus en als je pech hebt moet je op de tweede of derde bus wachten, in de warmte in je warme Nederlandse kleren (als je die nog steeds aan hebt).
Voor je door de douane gaat wordt je gele boekje gecheckt, kijken of je de inentingen allemaal hebt gehad, vooral de belangrijkste, de gele koorts. En dan kom je bij de bagageband, daar moet je hier vaak heel veel geduld voor hebben en als je niet oplet wordt je gekaapt door een purser, een man met een bagagewagentje. Zo gauw hij je koffer op zijn karretje heeft, wil hij die pas afgeven na de check out en na betaling. “Ach” denk je dan “die mensen moeten ook wat verdienen!” Maar je hebt alleen maar ‘groot geld’ en zij hebben nooit wisselgeld, dus uitkijken wat je ze geeft! (Dit is trouwens een goede voorproef op geldgebruik in Benin, mensen hebben hier nooit wisselgeld en hopen dat je zegt van “laat maar zitten!”) Maar dan heb je je koffers en je denkt, “nu ben ik er!” , dan wordt er bij de bagagecheck gevraagd of je je bagagebonnetje hebt, voor controle. Ik vind dat trouwens heel goed dat dat gebeurt, dan kan er nooit iemand met mijn bagage er vandoor gaan, maar ik had dat nog nooit meegemaakt (en ik heb al heel wat gevlogen!) Als je het bonnetje niet meer hebt, dan krijg je je koffer ook niet!
Dan ben je er, in Benin, iedereen wacht op jou, lijkt het wel. “Moet je naar een hotel?”, “Wil je met de taxi?”, “Kan ik je helpen?”, komt van allerlei kanten.
Het verkeer is hier ook heel iets anders dan in Nederland, Canada, Australië en andere westerse landen waar ik ooit geweest ben.
Overal rijden hier brommers, vaak zijn het brommertaxi’s, beladen met mensen (vier is heel normaal), met boodschappen, met van alles wat maar mogelijk en onmogelijk op een brommer te vervoeren is. En bang voor hun leven zijn ze hier niet, ze rijden overal voor langs, tussen  langs, ze nemen altijd voorrang, ze toeteren. Dan heb je mensen die op straat lopen, de kippen, geiten, varkens, hondjes, die zich ook nergens iets van aantrekken. En die auto’s hier! Auto’s geïmporteerd uit Europa, meestal verroest en oud, vaak door de as gezakt, personenauto’s, busjes, volgepropt met passagiers, hoog opgeladen met van alles en nog wat. Vrachtwagens, vaak met de naam van de Europese eigenaar er nog op, verroest, voller dan vol en zo schuin op de weg dat hij zo kan omvallen ( en dat gebeurt ook geregeld) . Joe en ik rijden in een mooie stoere auto, een Toyota HiLux. Hoog op de wielen, vierwielaandrijving. Joe geniet als de stoere man, van het autorijden hier, met al zijn gevaren. Hij heeft inmiddels zijn rijbewijs, maar die zijn hier gemakkelijk te krijgen, als je genoeg geld geeft haal je altijd je rijbewijs. Maar Joe kan het heel goed, het rijden hier! Hij is echt de ‘king of the road’. Hij toetert net zo hard met de anderen mee, hij haalt iedereen in, hij neemt ook gewoon voorrang zo gauw als hij de kans heeft.
Vooral als we in de grote stad Cotonou zijn wordt hij ‘real mean!’ Als wij zo samen door de stad rijden, moet ik me er niet mee bemoeien en ik doe het ook maar niet. Het is soms zo zenuwslopend en angstaanjagend! Heel vaak als het te veel wordt, doe ik gewoon mijn ogen dicht en dan laat ik hem maar….
Ik heb besloten hier niet te gaan rijden, hij doet het maar, ik laat me wel rijden! Hij is misschien de ‘king of the road’, ik ben de ‘koningin’!
Wij rijden hier veel, er is hier niet veel op loopafstand, wat ons werk betreft. Naar de dorpjes, naar de kerken, andere bezoekjes, de bank, de markt. Eens in de twee weken rijden we naar Cotonou, voor een vergadering, voor de boodschappen, naar het strand, om even te zwemmen. Het is een rit van bijna drie uur, langs de grote weg naar Cotonou, via allerlei dorpjes.  Een paar stukken verharde weg, maar met heel veel gaten, vooral als het weer geregend heeft. Hele stukken zijn niet verhard, van zand, met gaten en hobbels. Nee, geen mooie snelwegen hier!
Als we naar de dorpjes in de buurt rijden is het nog erger (of leuker en interessanter, hoe je het maar ziet). Allemaal zandwegen, hobbels en bobbels, veel weggespoelde stukken weg. In de regentijd moeten we door modderpoelen en onderspoelde stukken weg.  Joe kent de weg altijd en op onze auto kunnen we tot nu toe echt rekenen. Ik heb het volste vertrouwen!
Maar het mooiste van de ritjes door de dorpjes is dat ik me bijna altijd net echt de ‘koningin’ voel en dat is niet alleen omdat ik een eigen chauffeur heb…..
Een voorbeeld: Joe en ik gaan naar een dorpje, voor een bezoekje, voor een cursus…….
We sluiten de voordeur van ons huis, we gaan de auto in, die meestal heel erg warm is, Joe doet de motor en de airco aan…en daar gaan we. Onze bewaker doet de poort open, wenst ons een goede reis en we rijden weg. De buren zwaaien, kleine kinderen in de straat zwaaien. We rijden de weg op door het dorp, er wordt door mensen gezwaaid en geroepen: “Daar gaan de Jovo’s!”  We zwaaien terug, net als de koningin, ja, we zijn nog steeds bijzonder hier, de enige blanken zowat.
We claxoneren als we langs de schoenenkraam van Didi (de moeder van Mariette) rijden, die zwaait terug . We rijden door het vaak ontzettend drukke dorp, vooral als het marktdag is (die is om de vier dagen). We rijden het dorp uit, langs de hobbelwegen, de plassen, de geulen. Overal lopen er mensen langs de weg, op weg naar de markt naar hun werk, met grote manden op hun hoofd. Groepen kinderen in hun kaki uniformen op weg naar school, vaak met hun boeken of zelfs boekentassen op hun hoofd. Brommertjes beladen met van alles proberen ons in te halen of gaan aan de kant voor ons of soms juist niet. Hele gezinnen met papa en mama en verscheidene kindertjes op een brommer, zonder helmen, moeders vaak met hun baby op de rug.
Mensen zijn aan het werken in de velden, kinderen werken net zo hard mee, allemaal zijn ze druk bezig. Maar bijna iedereen, die we zo tegenkomen zwaait, groet ons en schreeuwen: “daar gaan de Jovo’s!” Als we ergens stoppen komen vooral de kinderen op ons af, “Jovo, jovo!” Ze willen ons een hand geven, ons begroeten. Wat een aandacht…bijzonder toch!
Eergisteren reden we weer langs een weg, op weg naar Dogbo, we kwamen van een kerkdienst in een van de dorpjes. Weer zagen we een paar vrouwen lopen, met hun waar in manden op hun hoofd, op weg naar de markt in Dogbo. Soms moeten ze uren lopen om er te komen, “Waar gaan jullie heen, willen jullie meerijden?” Ja, graag, wat een verrassing!
Achterin de auto, met hun spullen, een eindje verderop, weer een paar vrouwen en later weer een paar…we hadden onze wagen volgeladen, vol met ……en toen we op de markt kwamen….. Waarschijnlijk voor sommigen van de vrouwen de eerste keer in een auto! En wij zouden ons niet kunnen voorstellen zonder en auto te leven…. vooral hier niet!
Volgende week gaan we weer reizen, met onze koffers, eerst met de auto naar Cotonou, daarna met het vliegtuig verder naar Nederland, een poosje op vakantie. Dan zullen we weer moeten wennen aan het rijden in Nederland en ons weer netjes aan de verkeersregels houden. Het wordt ook wel weer even wennen om even niet zo bijzonder te zijn, weer gewoon ‘Joe en Marijke’ . Maar we hebben er wel heel veel zin in! Heerlijk even naar de familie! En op 30 april de kroning van de nieuwe koning!
Dus Nederland: “Here we come!”

Liefs, Marijke

7 opmerkingen:

  1. Mijn ouders, koning en koningin! Maakt dat mij prinses? Xxx

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtig stukje, mamarijke, en dankzij ons reisje naar Benin super herkenbaar! Kan niet wachten tot ik jullie in Brussel mag komen ophalen. Dan ben ik jullie koninklijk chauffeur.... X Eef

    BeantwoordenVerwijderen
  3. je hebt schrijftalent Marijke. Dus als je geen koningin meer kunt zijn dan wordt je toch "gewoon"schrijfster. Dan mag je je boeken signeren en op die manier ben je tóc
    h nog beroemd! Maarre....voor mij hoeft dat niet hoor. Ik mag je zoals ik je ken: "gewoon" lieve Marijke :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. eh...unaniem is in bovenstaand stukje en in dít geval Marion ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ach, Marijke! I just love the way you write.! Thank you for giving me such pleasure! And pretty soon you will be home again. On different and healthier terms this time and that is good! Love you! Co

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Hoi Marijke

    Leuk om zo jullie leven daar zo te volgen!!!
    En ook leuk om jullie binnenkort weer in levende lijve te zien.
    We wensen je samen met Joe nog een goede tijd daar en tot ziens!

    Groetjes van Henk Erna en Ruben

    BeantwoordenVerwijderen