Monsieur, pouvez-vous
expliquer ... En toen volgde een vraag die me meenam, ver terug naar mijn
kindertijd. Toen ik een kleine jongen was, misschien 9 of zo, dacht ik over veel
dingen na. Er waren dingen die ik wist. Bijvoorbeeld, ik wist van in-en-uitademen
tot ik ongelooflijk duizelig werd, en dan veel langer onderwater blijven dan
iemand voor mogelijk hield. Ik wist ook over de Bijbel. Bijvoorbeeld dat David
de schokkende uitdrukking gebruikt: tegen
de wand pissen. Op mijn rode OXO metalen boterhamtrommeltje had ik dezelfde
initialen gekrast die Hansje Vermeulen en Andy Wagenaar er ook op hadden staan:
BM. Niemand anders wist van wie die initialen waren. Maar na 51 jaar moet het
geheim eruit: Bloody Man. Zonder
voorkennis had Simi David op de meest effectieve manier mogelijk (voor
Nederlands-Australische jongens die alleen de King James kenden) vervloekt, 2
Samuël 16:2. Bloody was ongeveer het
slechtste woord dat je zou kunnen bedenken.
Terug naar mijn verhaal. Op die leeftijd dacht ik dacht erg veel
na. Misschien wel omdat mijn wereld in verwarrende stukken was uiteengevallen
met de dood van mijn vader. Het was me duidelijk dat die Australiërs een
uitstekende bijbel hadden geërfd uit het thuisland. Zelfs goed genoeg voor ons:
om op school en in de Engelstalige diensten van onze Free (NIET NEDERLANDS!) Reformed
Church. (Hoewel mijn vader het bij ons thuis niet toestond. Daar bleef het uitsluitend
Nederlands: de Taal Waarin je Vaderen Geleden en Gestreden Hebben!) Echter,
twijfelden mijn onrustige gedachten, hoe kon het zijn dat al die Australiërs
wel een goede Bijbel hadden, maar geen christenen waren? Want het was me volkomen
duidelijk dat de enige christenen in Albany, dat wil zeggen de echte
christenen, bij ons kerkten.
En denk niet dat dat beeld verdween met de verschijning van
de Revised Standard Version, betwist als die was onder ons was. In 1975 (twee
jaar na dato), trouwden Marijke en ik. We lieten onze trouwfoto’s maken door
Toews Photography in Abbotsford. De eigenaar was Mennoniet, en op één of andere
manier raakten we verzeild in een discussie over de Bijbel. Op een gegeven
moment zei hij: nou, ondanks onze
verschillen, later zijn we allemaal bij Jezus. Waarop ik niet zei, maar wel
dacht, dat herinner ik me héél duidelijk: daar
zou ik niet zo zeker van zijn als ik jou was ... En ik bedoelde niet dat er twijfels over waren dat ik daar terecht zou komen. Ja, ik schaam
me echt dat ik ooit zo gedacht heb. Maar daar moest ik aan denken toen de vraag
kwam: Monsieur, pouvez-vous expliquer
...
De jonge man die de vraag stelde was ongeveer 18 jaar oud,
lid van de Celestes ... Weten jullie
het nog, die van een paar blogs terug? Aanhangers van een religie van eigen
Beninese bodem, die beweren christen te zijn. Sindsdien heb ik onderzoek gedaan.
Beproef de geesten, enz. Nu weet ik tenminste
iets meer van de Celestes af. We
waren opnieuw op bezoek bij Rosa, die er nog steeds werd opgevangen na een
psychiatrische crisis. We hadden met haar gesproken. Maar toen waren er al die
anderen. Niet de ongeletterde pastor van het eerste bezoek. Maar zijn
assistent. En zijn zoon, degene die bijbels en de gereformeerde literatuur die
ik achter had gelaten zou gaan lezen. Een paar andere jongens in hun late
tienerjaren. En een aantal vrouwen van onbepaalde leeftijden. Schertsend had ik
gezegd, toen ik de zoon zag: heej, je
bent gekleed in het rood! Dat is toch verboden voor jou? Dat is één van de
dingen die ik nu weet. Het is de Celestes
verboden om rood of zwart te dragen, tenzij het strikt noodzakelijk is voor hun
werk. (McDonalds, je bent welkom in Benin, hoe vervelend ik het ook vind om dat
te zeggen.) U heeft gelijk, zei hij. Eigenlijk mag ik kleren als dezen niet aan
hebben ... En dat leidde tot een prachtige discussie over de vele, vele
regels en voorschriften die het leven van de Celestes beheersen. Inderdaad, werden wij het erover eens, het zijn
geen Bijbelse regels, maar regels die hun leiders hen hebben opgelegd. En vandaar
voerde onze discussie naar de vrijheid die we in Christus hebben. En de vrijmoedigheid
waarmee we toegang hebben tot de troon van God door de bemiddeling van Christus
(geen noodzaak om met blote voeten in het heiligdom te verschijnen, een andere
regel van de Celestes.) En toen kwam
zijn vraag. Monsieur, pouvez-vous
expliquer ...
Oh, nee, sorry. Daarvóór was er nog een andere vraag. Kunt u ons vertellen wat het verschil
eigenlijk is tussen onze kerk (de Celestes) en al die anderen? Kun je het geloven? Mij in de schoot
geworpen. Deze ongelooflijke kans! Ik zei: waarschijnlijk
is het belangrijkste dit. Jullie oprichter, Samuel Bilehou Joseph Oshoffa,
beweerde visioenen te hebben ontvangen van God. En op basis van deze visioenen heeft
hij jullie kerk gesticht. Al die regels, verboden en geboden die jullie leven beheersen
zijn niet gebaseerd op de Bijbel, maar op Oshoffa en zijn visioenen. Natuurlijk
kan niemand controleren of hij écht deze visioenen heeft ontvangen. Niemand
anders was er bij, niemand anders zag wat hij beweerde gezien te hebben of hoorde
wat hij beweerde gehoord te hebben. Ja, dit zijn allemaal dingen waar ik
inmiddels vanaf weet. En ze knikten. Ze merkten dat ik goed op de hoogte was. Maar wat denkt u dan? vroeg één van hen,
een beetje aarzelend. Nou, met alle
respect voor jullie oprichter, en ik wil niet jullie of wie dan ook beledigen,
maar ik geloof niet dat het echt God was die tot hem sprak. Ik vroeg of ze
mij een Bijbel wilden brengen. En daar kwam die: de Bijbel die ik ze ongeveer
een maand geleden had gebracht. Samen met een andere Bijbel in Adja. En een
ander gescheurd oud exemplaar van de
Schrift. Zou King James zijn geweest, als het Engels was, stel ik me voor. Laten we de laatste paar verzen in de Bijbel
lezen, stelde ik voor. Wat staat er?
En één van hen las de waarschuwing tegen het toevoegen van zelfs iets aan wat
God heeft geopenbaard. (Ik weet het, nu neem ik even een paar hele snelle
stappen.) De assistent-pastor las dezelfde woorden in Adja, en knikte
bedachtzaam. Daarom, zei ik, kan ik niet geloven dat, als jullie oprichter visioenen heeft gehad, ze van
God kwamen. God zelf heeft gezegd dat hij niets toe te voegen heeft aan wat er
in de Bijbel staat. Dat lijkt mij vrij duidelijke taal. Natuurlijk, toen moest
ik uitleggen wat ik dan dacht van de oorsprong van deze visioenen. Ik weet, zei ik, dat jullie oprichter een zeer oprechte wens had om religie van alle
soorten van bijgeloof te zuiveren, en Benin te ontdoen van allerlei gri-gri
(voodoo-praktijken). Daar waren zijn hart en geest echt vol van. Ze
knikten. Het was duidelijk dat dit iets was waar de Pasteur bekend mee was. Je weet dat wanneer je geest ergens vol van
is, je geneigd bent om van die dingen ’s nachts te dromen. Als je op een
bepaalde manier veel aan vrouwen denkt, komen ze zo in je dromen op je af. Wij
mannen knikten allemaal instemmend. Als
je altijd maar denkt aan je bedrijf en het verdienen van veel geld, kan dat je
dromen in die richting beïnvloeden. En dan is dat niet God die iets tegen je
zegt, dat is wat je geest doet. Misschien is dat de verklaring. Ik weet het
niet, maar we hebben net in de Bijbel gelezen wat God zelf zegt over Zichzelf
en over zijn openbaring. Daarom kan ik dus niet geloven dat wat uw oprichter
gezien of gehoord heeft werkelijk van God was.
En toen kwamen we weer uit bij die vele, vele regels en
voorschriften. Dat gaf me een opening om ze Hebreeën 9 te laten lezen, over de
oude alliance met al haar regels en
voorschriften, en de nieuwe alliance
in Christus, die dat alles heeft veranderd. (Sorry, ik weet niet meer wat
'verbond' is in Adja, maar het was geweldig om de assistent er over te horen lezen!)
En toen, eindelijk, kwam de vraag waar ik jullie nu zo lang
mee geplaagd heb: Monsieur, pouvez vous
expliquer… Meneer, kunt u ons uitleggen hoe het komt dat andere christenen ons weigeren
te begroeten wanneer we hen op weg naar de kerk ontmoeten? En zoals ik al
zei, die vraag nam me terug naar mijn kindertijd. Naar de tijd toen het
absoluut en zonder twijfel duidelijk was (niet dat we verboden werden andere te
begroeten, al hoorde het eigenlijk niet om met Georgie Holzmann van twee huizen
verder te spelen), wie echt een christen was en wie niet.
Ik vond een manier om de vraag te beantwoorden. Al was het net
zo goed een antwoord op mijzelf als op de vraag van deze serieuze jonge man. Ja, zei ik. Ik begrijp het en ik kan het uitleggen. Maar het is desondanks heel erg
verkeerd. (Is dat geen mooi staaltje kerkdiplomatie, aangescherpt door 10
jaar Deputaten Betrekkingen Buitenlandse Kerken?) Misschien kan ik gebruik maken van een voorbeeld. Stel je voor dat wij samen
een gezin vormen. En dan stap ik op, loop ik weg, weiger ik vanaf dat moment om
iets met de rest van de familie te maken te hebben. Ik alleen heb de waarheid
in pacht, en jullie hebben het helemaal verkeerd. Ik wil voortaan geen part
noch deel van jullie. Kun je je voorstellen hoe dat voelt voor degenen die ik
heb achtergelaten? Ja, dat konden ze zeker! Afrikanen zijn bijzonder goed
afgestemd op het begrip familie. Dat is weer iets waar ik inmiddels van af weet.
Kunnen jullie je voorstellen dat degenen
die ik achtergelaten heb zo boos zijn dat ze weigeren mij te begroeten als ze
mij ergens ontmoeten? Ja, dat konden ze zeker. En toch, zei ik, zou dat helemaal
verkeerd zijn. Familie blijft familie, wat er ook maar gebeurt. En het is
hetzelfde in de familie van het christendom. Zelfs wanneer iemand er om de
verkeerde redenen een breuk in slaat, allerlei fouten maakt, en zelfs beweert
dat niemand buiten zijn kerk werkelijk Christus volgt ...
En dat is waarom we
hier vandaag zijn. Om jullie wél te begroeten. En om jullie uit te nodigen
terug te komen, als je je weg kunt vinden, terug naar het gezin.
Wordt vervolgd. Daarvan ben ik vrij overtuigd...

Prachtig.
BeantwoordenVerwijderenGa nooit heen zonder te groeten.
BeantwoordenVerwijderenMooi, papa!
BeantwoordenVerwijderen