zondag 8 juli 2012

Familie (Gastblog...)

Monsieur, pouvez-vous expliquer ... En toen volgde een vraag die me meenam, ver terug naar mijn kindertijd. Toen ik een kleine jongen was, misschien 9 of zo, dacht ik over veel dingen na. Er waren dingen die ik wist. Bijvoorbeeld, ik wist van in-en-uitademen tot ik ongelooflijk duizelig werd, en dan veel langer onderwater blijven dan iemand voor mogelijk hield. Ik wist ook over de Bijbel. Bijvoorbeeld dat David de schokkende uitdrukking gebruikt: tegen de wand pissen. Op mijn rode OXO metalen boterhamtrommeltje had ik dezelfde initialen gekrast die Hansje Vermeulen en Andy Wagenaar er ook op hadden staan: BM. Niemand anders wist van wie die initialen waren. Maar na 51 jaar moet het geheim eruit: Bloody Man. Zonder voorkennis had Simi David op de meest effectieve manier mogelijk (voor Nederlands-Australische jongens die alleen de King James kenden) vervloekt, 2 Samuël 16:2. Bloody was ongeveer het slechtste woord dat je zou kunnen bedenken.
Terug naar mijn verhaal. Op die leeftijd dacht ik dacht erg veel na. Misschien wel omdat mijn wereld in verwarrende stukken was uiteengevallen met de dood van mijn vader. Het was me duidelijk dat die Australiërs een uitstekende bijbel hadden geërfd uit het thuisland. Zelfs goed genoeg voor ons: om op school en in de Engelstalige diensten van onze Free (NIET NEDERLANDS!) Reformed Church. (Hoewel mijn vader het bij ons thuis niet toestond. Daar bleef het uitsluitend Nederlands:  de Taal Waarin je Vaderen Geleden en Gestreden Hebben!) Echter, twijfelden mijn onrustige gedachten, hoe kon het zijn dat al die Australiërs wel een goede Bijbel hadden, maar geen christenen waren? Want het was me volkomen duidelijk dat de enige christenen in Albany, dat wil zeggen de echte christenen, bij ons kerkten.
En denk niet dat dat beeld verdween met de verschijning van de Revised Standard Version, betwist als die was onder ons was. In 1975 (twee jaar na dato), trouwden Marijke en ik. We lieten onze trouwfoto’s maken door Toews Photography in Abbotsford. De eigenaar was Mennoniet, en op één of andere manier raakten we verzeild in een discussie over de Bijbel. Op een gegeven moment zei hij: nou, ondanks onze verschillen, later zijn we allemaal bij Jezus. Waarop ik niet zei, maar wel dacht, dat herinner ik me héél duidelijk: daar zou ik niet zo zeker van zijn als ik jou was ... En ik bedoelde niet dat er twijfels over waren dat ik daar terecht zou komen. Ja, ik schaam me echt dat ik ooit zo gedacht heb. Maar daar moest ik aan denken toen de vraag kwam: Monsieur, pouvez-vous expliquer ...
De jonge man die de vraag stelde was ongeveer 18 jaar oud, lid van de Celestes ... Weten jullie het nog, die van een paar blogs terug? Aanhangers van een religie van eigen Beninese bodem, die beweren christen te zijn. Sindsdien heb ik onderzoek gedaan. Beproef de geesten, enz. Nu weet ik tenminste iets meer van de Celestes af. We waren opnieuw op bezoek bij Rosa, die er nog steeds werd opgevangen na een psychiatrische crisis. We hadden met haar gesproken. Maar toen waren er al die anderen. Niet de ongeletterde pastor van het eerste bezoek. Maar zijn assistent. En zijn zoon, degene die bijbels en de gereformeerde literatuur die ik achter had gelaten zou gaan lezen. Een paar andere jongens in hun late tienerjaren. En een aantal vrouwen van onbepaalde leeftijden. Schertsend had ik gezegd, toen ik de zoon zag: heej, je bent gekleed in het rood! Dat is toch verboden voor jou? Dat is één van de dingen die ik nu weet. Het is de Celestes verboden om rood of zwart te dragen, tenzij het strikt noodzakelijk is voor hun werk. (McDonalds, je bent welkom in Benin, hoe vervelend ik het ook vind om dat te zeggen.) U heeft gelijk, zei hij. Eigenlijk mag ik kleren als dezen niet aan hebben ... En dat leidde tot een prachtige discussie over de vele, vele regels en voorschriften die het leven van de Celestes beheersen. Inderdaad, werden wij het erover eens, het zijn geen Bijbelse regels, maar regels die hun leiders hen hebben opgelegd. En vandaar voerde onze discussie naar de vrijheid die we in Christus hebben. En de vrijmoedigheid waarmee we toegang hebben tot de troon van God door de bemiddeling van Christus (geen noodzaak om met blote voeten in het heiligdom te verschijnen, een andere regel van de Celestes.) En toen kwam zijn vraag. Monsieur, pouvez-vous expliquer ...
Oh, nee, sorry. Daarvóór was er nog een andere vraag. Kunt u ons vertellen wat het verschil eigenlijk is tussen onze kerk (de Celestes) en al die anderen? Kun je het geloven? Mij ​​in de schoot geworpen. Deze ongelooflijke kans! Ik zei: waarschijnlijk is het belangrijkste dit. Jullie oprichter, Samuel Bilehou Joseph Oshoffa, beweerde visioenen te hebben ontvangen van God. En op basis van deze visioenen heeft hij jullie kerk gesticht. Al die regels, verboden en geboden die jullie leven beheersen zijn niet gebaseerd op de Bijbel, maar op Oshoffa en zijn visioenen. Natuurlijk kan niemand controleren of hij écht deze visioenen heeft ontvangen. Niemand anders was er bij, niemand anders zag wat hij beweerde gezien te hebben of hoorde wat hij beweerde gehoord te hebben. Ja, dit zijn allemaal dingen waar ik inmiddels vanaf weet. En ze knikten. Ze merkten dat ik goed op de hoogte was. Maar wat denkt u dan? vroeg één van hen, een beetje aarzelend. Nou, met alle respect voor jullie oprichter, en ik wil niet jullie of wie dan ook beledigen, maar ik geloof niet dat het echt God was die tot hem sprak. Ik vroeg of ze mij een Bijbel wilden brengen. En daar kwam die: de Bijbel die ik ze ongeveer een maand geleden had gebracht. Samen met een andere Bijbel in Adja. En een ander gescheurd oud exemplaar  van de Schrift. Zou King James zijn geweest, als het Engels was, stel ik me voor. Laten we de laatste paar verzen in de Bijbel lezen, stelde ik voor. Wat staat er? En één van hen las de waarschuwing tegen het toevoegen van zelfs iets aan wat God heeft geopenbaard. (Ik weet het, nu neem ik even een paar hele snelle stappen.) De assistent-pastor las dezelfde woorden in Adja, en knikte bedachtzaam. Daarom, zei ik, kan ik niet geloven dat, als jullie oprichter visioenen heeft gehad, ze van God kwamen. God zelf heeft gezegd dat hij niets toe te voegen heeft aan wat er in de Bijbel staat. Dat lijkt mij vrij duidelijke taal. Natuurlijk, toen moest ik uitleggen wat ik dan dacht van de oorsprong van deze visioenen. Ik weet, zei ik, dat jullie oprichter een zeer oprechte wens had om religie van alle soorten van bijgeloof te zuiveren, en Benin te ontdoen van allerlei gri-gri (voodoo-praktijken). Daar waren zijn hart en geest echt vol van. Ze knikten. Het was duidelijk dat dit iets was waar de Pasteur bekend mee was. Je weet dat wanneer je geest ergens vol van is, je geneigd bent om van die dingen ’s nachts te dromen. Als je op een bepaalde manier veel aan vrouwen denkt, komen ze zo in je dromen op je af. Wij mannen knikten allemaal instemmend. Als je altijd maar denkt aan je bedrijf en het verdienen van veel geld, kan dat je dromen in die richting beïnvloeden. En dan is dat niet God die iets tegen je zegt, dat is wat je geest doet. Misschien is dat de verklaring. Ik weet het niet, maar we hebben net in de Bijbel gelezen wat God zelf zegt over Zichzelf en over zijn openbaring. Daarom kan ik dus niet geloven dat wat uw oprichter gezien of gehoord heeft werkelijk van God was.
En toen kwamen we weer uit bij die vele, vele regels en voorschriften. Dat gaf me een opening om ze Hebreeën 9 te laten lezen, over de oude alliance met al haar regels en voorschriften, en de nieuwe alliance in Christus, die dat alles heeft veranderd. (Sorry, ik weet niet meer wat 'verbond' is in Adja, maar het was geweldig om de assistent er over te horen lezen!)
En toen, eindelijk, kwam de vraag waar ik jullie nu zo lang mee geplaagd heb: Monsieur, pouvez vous expliquer…  Meneer, kunt u ons uitleggen hoe het komt dat andere christenen ons weigeren te begroeten wanneer we hen op weg naar de kerk ontmoeten? En zoals ik al zei, die vraag nam me terug naar mijn kindertijd. Naar de tijd toen het absoluut en zonder twijfel duidelijk was (niet dat we verboden werden andere te begroeten, al hoorde het eigenlijk niet om met Georgie Holzmann van twee huizen verder te spelen), wie echt een christen was en wie niet.
Ik vond een manier om de vraag te beantwoorden. Al was het net zo goed een antwoord op mijzelf als op de vraag van deze serieuze jonge man. Ja, zei ik. Ik begrijp het en ik kan het uitleggen. Maar het is desondanks heel erg verkeerd. (Is dat geen mooi staaltje kerkdiplomatie, aangescherpt door 10 jaar Deputaten Betrekkingen Buitenlandse Kerken?) Misschien kan ik gebruik maken van een voorbeeld. Stel je voor dat wij samen een gezin vormen. En dan stap ik op, loop ik weg, weiger ik vanaf dat moment om iets met de rest van de familie te maken te hebben. Ik alleen heb de waarheid in pacht, en jullie hebben het helemaal verkeerd. Ik wil voortaan geen part noch deel van jullie. Kun je je voorstellen hoe dat voelt voor degenen die ik heb achtergelaten? Ja, dat konden ze zeker! Afrikanen zijn bijzonder goed afgestemd op het begrip familie. Dat is weer iets waar ik inmiddels van af weet. Kunnen jullie je voorstellen dat degenen die ik achtergelaten heb zo boos zijn dat ze weigeren mij te begroeten als ze mij ergens ontmoeten? Ja, dat konden ze zeker. En toch, zei ik, zou dat helemaal verkeerd zijn. Familie blijft familie, wat er ook maar gebeurt. En het is hetzelfde in de familie van het christendom. Zelfs wanneer iemand er om de verkeerde redenen een breuk in slaat, allerlei fouten maakt, en zelfs beweert dat niemand buiten zijn kerk werkelijk Christus volgt ...
En dat is waarom we hier vandaag zijn. Om jullie wél te begroeten. En om jullie uit te nodigen terug te komen, als je je weg kunt vinden, terug naar het gezin.
Wordt vervolgd. Daarvan ben ik vrij overtuigd...

3 opmerkingen: