zondag 29 juli 2012

De toekomst van de kerk


Kerkplanting en kerkelijk opbouwwerk zonder ophouden, totdat Jezus terugkomt!

We zijn nu al weer 8 maanden in Benin. Als ik mijn blogs zo bekijk, hebben we ook al heel wat meegemaakt. Mooie, bijzondere dingen, twijfel, onzekerheden, heimwee.  Maar toch merk ik dat we sterker worden, we gaan meer en meer zien dat ondanks onze twijfel en onzekerheden, we op een goede plek zijn, met onze gaven, onze levenservaringen, met ons tweetjes als team. Ik merk dat God bij ons is en dat het goed is, ondanks  ons vallen en opstaan. Ik kan niet in de toekomst kijken, ik weet niet hoe lang we hier gaan zijn, hoe het zal gaan, misschien zijn we hier maar voor een  korte periode,  misschien voor een langere periode. We zijn in ieder geval nu hier  en we willen nu graag ons best doen om onze kleine steentjes bij te dragen aan de toekomst van de ERCB.
Er zijn hier veel kerken in Benin, veel gelovigen. De meeste mensen hier noemen zich christenen en heel veel kunnen we ook echt onze broers en zussen noemen. We ontmoeten veel mensen hier die anders christen zijn, we praten met ze, we bidden met ze. We weten zeker, ze zijn ook echt onze broers en zussen als ze ook in de Vader, de Zoon en de heilige Geest geloven, in de Zoon, die voor onze zonden gekruisigd, gestorven en begraven is en die op de derde dag opgestaan is van de dood en nu in de Hemel voor ons spreekt.
Er zijn hier veel kerken, veel sekten, veel mensen die heel graag willen geloven, maar er is ook heel veel onkunde, veel mensen kennen de Bijbel eigenlijk niet of nauwelijks, ook in de ERCB. Er worden veel liederen over Jezus gezongen, er wordt veel ‘halleluja’ en ‘Dieu est grand’ en ‘amen’ geroepen. Overal aan de kant van de weg zie je kapperszaakjes, naaiateliers, supermarktjes, brommertaxis met Gods naam en allerlei teksten er op.
Wij, als westerlingen zouden daar nog heel wat van kunnen leren! Maar vaak, als je dan vraagt wat ze echt geloven, is het vaak heel weinig, ja, ‘Dieu est grand!’, maar leg dat dan eens uit? Heel veel mensen hier zijn ondanks dat ze christen zijn nog heel erg onder de invloed van heidense geloven en culturele gewoonten en ‘wetten’ over van alles.
Maar toch, zijn wij in onze rijke wereld eigenlijk niets beter? Wij zijn ook onder de invloed van onze eigen gewoonten en ‘afgodjes’. Wij zouden ook wel heel wat meer de bijbel mogen bestuderen, meer in ons dagelijkse leven over moeten Hem praten .
Daarom zou ik zeggen, je hoeft niet perse naar een land als Benin om met mensen te gaan bidden, met ze te praten over Zijn liefde voor ons allemaal! Jouw steentje bijdragen aan de toekomst van Zijn kerk (alle gelovigen) is misschien nog moeilijker om bij je eigen buren en collega´s te doen dan ver weg in Benin!
De ERCB is begonnen nadat er vanuit Benin hulp gevraagd werd voor ondersteuning  om gereformeerde kerk te zijn, hier in Benin. Via radio uitzendingen en andere contacten was hier een groepje mensen ontstaan die over die manier van kerk zijn enthousiast waren geworden. Heel bijzonder, eigenlijk, christenen in Benin, die geraakt zijn via radio uitzendingen en op die manier verder willen gaan!
Inmiddels is er nu heel wat jaren ondersteuning vanuit Nederland, kerkelijk, financieel en sociaal. De kerken zijn gegroeid, nieuwe kerken gestart, met ouderlingen en diakenen, veel mensen zijn gedoopt, er zijn bijbelstudiegroepen, catechesegroepen, zondagscholen, ouderlingen hebben cursussen gevolgd, er zijn nu (bijna) twee volledig opgeleide Beninse dominees. En steeds komen er weer kerkjes bij, meer gelovigen. In de buurt van de grote stad Cotonou en hier in de Mono Couffo.
Vorige week waren we weer een ´rondje kerken´ aan het maken. We hadden die ochtend twee gemeentegroepen, die we wilden bezoeken.
Eerst een bezoekje bij een van de nieuwste gemeenten, Noumonvihoue en daarna een bezoekje bij een van de eerste gemeenten van de ERCB, Doumahou.

Over deze ene  jonge gemeentegroep  heb ik al eens eerder geschreven in een van mijn vorige blogs. Een groep hele jonge mensen in een volledig heidens dorp leiden een kleine groep jonge christenen en willen graag volledig kerk zijn.
We hadden om half tien afgesproken. Toen we aankwamen, zaten er al een paar jongelui klaar, met bijbels en al. Een kerkje van een frame van boomstammetjes met een dak, er zijn geen muren, alleen een paar rieten wind/regenschermen. De bankjes en preeklessenaar en tafel netjes afgestoft. Even later kwamen er meer mensen aan, eigenlijk allemaal kinderen. Eén vrouw van over de veertig, verder allemaal 20 jaar en jonger. We hebben een heel mooi gesprek gehad. Wat merkten we dat ze daar ook echt kerk van God willen zijn, deze ontzettend enthousiaste jonge christenen, daarin dit kleine dorpje! De Geest werkt hier ook! Ze willen zo graag meer leiding hebben, meer hulp bij bijbelonderwijs, over hoe ze kerk moeten zijn. Er zijn inmiddels veel jongelui die gedoopt willen worden, er moet meer geëvangeliseerd worden.
Omdat de kerk nog zo ontzettend jong is, is er nog geen ouderling uit deze eigen gemeente. Twee van de jongens zitten op de voorbereidingscursus voor kerkleiders. De voorganger/ouderling van Dogbo is ook  hun ouderling. Maar die is de laatste tijd zelf erg druk met zijn studie en met zijn eigen kerk.

En dan jeuken onze vingers weer………!
Wat zou het mooi zijn om op deze vragen direct antwoord te kunnen geven. Om af te spreken dat wij het allemaal voor hen zouden kunnen gaan regelen. Ze hebben hier leiding nodig, en zo gauw mogelijk! Maar nee, wij zijn hier om de kerken te begeleiden, te stimuleren, naast de kerken te staan, wel om deze hulpvragen door te geven aan de kerkenraden, om raad te geven, maar dan ‘op onze handen te gaan zitten’! Dat is een lastige taak;  te zien dat er leiding en hulp nodig is, maar dan alleen de verantwoordelijke mensen er op te wijzen en weten dat die kerkenraad ook al erg druk is met allerlei andere zaken. Wij kunnen het alleen doorgeven, hen erop wijzen, hen er aan herinneren en dan naast hen staan om oplossingen te vinden, maar de verantwoordelijkheid niet van hen afnemen!
Dat bedoel ik nou, dit soort werken kan soms veel moeilijker zijn, dan er naar toe gaan en de handen uit de mouwen te gaan steken!
We hebben nadrukkelijk gezegd dat we ontzettend onder de indruk waren van deze jonge kerk, ze een hart onder de riem gestoken, dat God hun werkt zeker zegent. We vertelden ze dat ze voor financiële vragen naar de kerkenraad (van de Mono Couffo) kunnen gaan, die maken de beslissingen.  De oudere vrouw en vijf jonge vrouwen (allen onder de 18 jaar) wilden meer over de vrouwengroepen weten, het leek hen erg belangrijk om die op te zetten, voor henzelf, maar ook om andere vrouwen uit het dorp uit te nodigen, wow, mooi he! Samen hebben we nog gezongen en gebeden.
We hebben beloofd dat we op de volgende zondag naar hun dienst zouden gaan, Joe zou wel willen preken en na de dienst vertellen we de vrouwen over het nut van een vrouwen groep.
Dat hebben we afgelopen zondag gedaan. Jurrien, mijn broer, die bij ons op visite is, was ook heel erg onder de indruk van deze gemeente.  Mensen die drie jaar geleden (en sommigen nog minder) nog heidenen waren! Gods Geest werkt!
Jurrien heeft heel wat foto’s en een film gemaakt van de mooie kerkdienst. Deze film willen we heel graag eens laten zien aan de mensen in Nederland!

Daarna gingen we naar Doumahou, een van de eerste gemeentegroepen, waar Victor de ouderling van is.  
Victor is hier vanaf het begin de leider/ouderling. Hij spreekt alleen Adja en hij leest nauwelijks.  Onze indruk van hem is dat het een fijne, gelovige man is en zijn best doet, maar niet veel puf meer heeft om leider te zijn, hij lijkt altijd erg moe. Hij zat daar, voor in de kerk, met een stel jonge mannen, een paar vrouwen en wat kindertjes. Ons idee van dorpjes/gemeenten te bezoeken is eigenlijk door het dorpje heen te lopen en bij gezinnen op bezoek te gaan. Maar zij hadden begrepen dat wij in het kerkgebouwtje met iedereen wilden spreken. Het kerkje is een gebouw van cement met deuren en ramen (zonder glas)en ziet er netjes uit.
Hier merkten we ook dat vooral de jongelui graag een levende kerk willen zijn. Zij hadden ook heel goed door dat zelfs een kerk, die er al heel wat jaren is, toch nog steeds stimulans, verfrissing, vernieuwing, kerkopbouwwerk nodig heeft. We merkten dat de jongelui hier echt vooruit willen kijken, maar wel met respect voor hun kerk en hun ouderling. Een van de jongens stelde echt verstandige vragen, over het belang van vernieuwing, van goede catechese en woordbediening, van goede organisatie. Hij wilde een kerk zijn die aantrekkelijk voor nieuwe mensen is, verfrissend voor de huidige gemeente. Een van de problemen hier is dat de ouderlingen, die bij het begin van de kerkplant  ouderling zijn geworden, gewoon de ouderling blijven, niet voor een paar jaar, maar gewoon blijft. Het zou goed zijn om dat te veranderen, gewoon roteren, zoals wij dat gewend zijn. Maar in een cultuur waar ouderen heel erg veel respect krijgen is dat heel moeilijk om te veranderen, trouwens….wie zijn wij? Het is niet onze kerk! Wel weer een aandachtspunt voor ons die we met de kerkenraad/leiders ter sprake kunnen brengen. Ook die financiële en organisatorische afhankelijkheid kwam weer boven. Ze kunnen maar niet echt aan het idee wennen dat ze niet afhankelijk kunnen blijven van de Nederlandse kerken. Weer kwamen er vragen over financiële hulp, weer de uitleg dat Nederland een bepaald budget heeft voor de ERCB en dat de ERCB daar zelf verantwoordelijkheid voor heeft om dit verstandig uit te geven. Wij gaan daar niet over, als er financiële vragen zijn, dan moeten ze daar mee naar de diakenen van de Mono Couffo gaan, die beheren hun deel van het budget.
En toen kwam die vraag weer, “Wanneer gaan jullie weer eens beginnen met de vrouwengroep?”, gevraagd nota bene door een vrouw die destijds de ‘train-de-trainer’ vrouwengroep gevolgd heeft. “Ja, wanneer beginnen jullie hier in Doumahou daar eens mee?” We hebben weer uitgelegd over het belang en de eigen verantwoordelijkheid van de lokale vrouwen en dat wij er voor ze zijn, als de vrouwengroep er daadwerkelijk is en dat we dan graag met ze komen praten.
We willen hen zo graag laten merken dat zij zelf verantwoordelijke, zelfstandige gemeenten kunnen zijn. Dat ze op een bepaalde tijd zelfstandig moet gaan zijn, maar òf het is erg moeilijk om zelfstandig te zijn òf het is wel gemakkelijk als anderen voor hen blijven zorgen en ik denk dat wij een hele lange adem nodig hebben!
Maar toch is het prachtig om te merken dat de jeugd hier ook een zegen is voor de kerk, de toekomst van de kerk. Dat God deze kerken ook leidt, dat Zijn Geest hier ook Zijn grote werk doet. In die jonge kerk in Noumonvihoue, maar ook in Doumahou, de kerk die al heel wat jaren hier is.
Jongeren, samen met de ouderen met al hun ervaringen, die ervaringen, begeleiding en ondersteuning hebben ze zeker nodig. Dat is nu kerk van Jezus Christus zijn:  jong en oud, met enthousiasme en geloof naar de toekomst kijken, door steeds weer nieuwe kerkplanting en steeds weer opnieuw kerkelijk opbouwwerk. Geleid door de Geest!
Gemotiveerde, christelijke jongeren zijn zeker een zegen en de toekomst van de kerk, hier en overal op Gods wereld! Wat zorgt God toch goed voor Zijn kerk, he?

Liefs, Marijke
(foto’s bijgevoegd gemaakt door Jurrien Jongman)

maandag 23 juli 2012

Vrouwenwerk, wat is dat eigenlijk?


Ik ben er weer eens ingetrapt. Denken, dat mijn manier van werken geen echt belangrijk werk is!
Ik heb veel met vrouwen gewerkt. Ik houd van vrouwen, jonge vrouwen, moeders, onzekere vrouwen, oudere vrouwen, met allerlei cultuur- en levenservaringen. Vrouwen zijn mijn ‘medestrijders’ in het leven.
De reden waarom ik de opleiding Maatschappelijk Werk gedaan heb, ontstond toen ik werkte bij het project ‘Homestart’ in Delfshaven. Moeders, die andere moeders ondersteunen. Eerst als vrijwilligers, later als coördinator. En ook toen ik via het culturele werk daar, taallessen ging geven aan allochtone vrouwen. Wat ik mooi vond aan dat werk was dat die manier van werken vrouwen sterker maakte, zekerder, ‘empowerment’, noemden ze dat. Hetzelfde wat ik in een van mijn vorige blogs uitlegde over de ander geen vis geven, maar de ander een hengel geven om zelf te leren vissen. Naast vrouwen staan, ze ondersteunen, maar ‘op je handen blijven zitten’, niet hun verantwoordelijkheid van hen afnemen, en ook buitenlandse vrouwen de taal en gewoonten aanleren om zelf die vreemde Nederlandse wereld in te gaan. Beiden het mooiste werk dat ik ooit gedaan had!
Toen kwam ik hier in Benin. Ik had aangegeven dat ik met vrouwen werken heel mooi vond. “Ha, dat is hier echt nodig!” werd er gezegd.
Ik was hier nauwelijks, en ik hoorde van allerlei kanten, dat het vrouwenwerk hier nodig weer opgepakt moest worden. Jaren geleden toen er een andere ‘Madame Pasteur’ was, was er een florerende vrouwengroep. Een groep van vrouwen, onder leiding van ‘M.P.’ die samen allerlei onderwerpen bespraken, Bijbelstudie, maar ook andere onderwerpen. Op het kantoor van de DVN hier ligt nog van allerlei materiaal van die tijd. Ook werden er taallessen gegeven, ook door ‘M.P.’. Het was een goede tijd toen, iedereen leerde er veel van. Bijzonder, prachtig werk, petje af voor zulk mooi werk!
Van verschillende kanten merkte ik dat dit ook minstens van mij verwacht werd. Ook hoorde ik dat mijn voorgangster, de vorige ‘M.P.’ hier ook in het begin mee doorgegaan was, maar er na een tijdje mee was gestopt.
Waarom? Een van de redenen dat de vrouwengroep oorspronkelijk bedoeld was als een soort train-de-trainer groep. Uit elke gemeentegroep, een of twee afgevaardigden, die lid van deze groep mochten zijn, en dat ze dan uiteindelijk in hun eigen dorpen een eigen vrouwengroep zouden gaan beginnen. Dus hoe lang ga je met zo’n cursus door? Het grote probleem was nu ook, dat omdat deze vrouwen uit verschillende dorpen kwamen, er dus steeds gereisd moest worden, met een brommertaxi of een lange wandeling, daarom kregen ze voor elke vergadering geld voor ‘deplacement’. En ook niet een klein beetje ook, vaak meer dan zij en hun mannen in een week verdienden (al is dat soms niets of niet veel, omdat ze vaak van hun eigen tuintje leven). Dat was al die jaren zo gegaan, dus dat werd gewoon verwacht. De vorige Madame wilde wel met de groep doorgaan, maar niet met deze hoge onkostenvergoeding en door deze beslissing kwamen er steeds minder vrouwen en is de vrouwengroep doodgebloed.
Of ik deze vrouwengroep weer wilde opzetten?
Vrouwenwerk op die manier zag ik niet zitten en ik ben trouwens ook niet echt een leider van groepen. Ik ben nog nooit een domineesvrouw geweest en willen zijn, die de presidente van de vrouwenvereniging zou moeten zijn en hier in Benin ook niet!
Toch zei ik dat ik hierover wilde denken, maar mijn gevoel protesteerde tegen deze druk. Ik voelde me wel schuldig en ik voelde me zelfs minder goed dan de vorige ‘Madames’. “Eerst wil ik Benin, de gewoonten, de mensen en de Franse taal beter leren kennen, dan misschien!” was mijn antwoord aan anderen en aan mezelf, maar niet met enthousiasme. En hoe meer ik hoorde dat het toch wel echt nodig was om vrouwengroepen in de kerk te hebben, des te meer ik begon af te haken om dit op deze manier te willen doen.
Wij begonnen ook meer en meer te merken dat er toch wel een erge financiële afhankelijkheid in de kerken hier was. Overal werd geld voor gevraagd, voor elk reisje die er gemaakt werd voor kerkelijke vergaderingen en cursussen werd geld verwacht voor vervoer, of ze nu op de brommer, fietsend of zelfs lopend kwamen. Dat was altijd gedaan en het hoort zo. Bijna altijd als er iemand met ons wilde spreken, was het onderwerp financiële hulp. Ja, er is hier weinig geld en de mensen zijn arm, maar kan dat zo gemakkelijk, is er geen gevoel voor eigen verantwoordelijkheid, om samen met weinig er het beste van te maken? Hebben ze hier het gevoel dat het echt hun eigen kerk is, of denken ze dat de kerk hier eigenlijk de verantwoordelijkheid van de Nederlanders is? Wij zijn hier toch om hen te helpen zelfstandig te worden, hen te ondersteunen met het idee om ze langzamerhand los te kunnen laten? Zelf de verantwoordelijkheid op zich te gaan nemen, zelfstandige kerkgenootschap te zijn in Benin.
We zijn hier toch om hen te ‘empoweren’, hen ‘te leren vissen’?
Zelfs ook weer deze week. We waren we op visite bij een van de oudste gemeenten hier (15 jaar oud, dus voor een kerk toch behoorlijk volwassen, is te hopen?). Een vrouw, die de train-de-trainer cursus jaren geleden had gevolgd, zei dat het echt wel weer tijd was om de vrouwengroep zoals vroeger, toch echt weer eens op te starten! “Ja”, zei ik, “waarom zijn jullie daar nooit eens zelf mee begonnen, ik vind het ook echt tijd daarvoor!” Ze keek wel verbaasd, zo van: “Daar zijn jullie toch verantwoordelijk voor?”
Zoals ik eerder in een van mijn blogs schreef, heb ik een brief aan alle gemeenten gestuurd. Een oproep om vrouwengroepen in alle gemeentegroepen te beginnen. Dat de vrouwen van de ECRB samen een verantwoordelijkheid hebben om elkaar te ondersteunen, met elkaar te bidden, te praten over allerlei onderwerpen. Niet alleen een groep elite vrouwen, maar in elke gemeente een eigen groep van vrouwen, jong en oud!
En het lijkt vorm te krijgen!

Elke zondag worden we gevraagd om na de kerktijd met de vrouwen te praten, hen uit te leggen wat we bedoelen met zo’n groep. Hoe ze zoiets kunnen gaan organiseren, waarom het zo ontzettend goed voor de kerk is als vrouwen een voorbeeld zijn voor de kerk, maar ook voor het dorp. We bieden aan dat als ze samen een groep gevormd hebben, dat ik, misschien samen met Joe, zo nu en dan uitgenodigd kunnen worden om een bepaalde onderwerp met hen bespreken. Maar het is hun verantwoordelijkheid, hun eigen vrouwengroep!
Het geeft me een voldaan gevoel tot nu toe, zelfs al zouden er maar een paar groepjes vrouwen hier echt mee doorgaan.
Dit is hoe ik vrouwen wil stimuleren. Dit is mijn manier, hen oproepen, hen suggesties geven, naast hen staan, maar hen zelf als volwassen, verantwoordelijke vrouwen te behandelen. Ik ben blij, dat ik mijn eigen gevoel heb gevolgd, mijn manier van ‘er zijn’ voor de vrouwen hier. En ik maar denken dat ik hier geen ‘vrouwenwerk’ wilde doen!
Dit is volgens mij echt ‘vrouwenwerk’, hun gevoel van eigenwaarde stimuleren!
En daar ben ik nu ook echt mee bezig. Elke week gaan we de gemeenten bij langs. We komen bij de gezinnen thuis, we praten met ze en vragen over hun leven en hun zorgen, we bidden met ze. Ik geef vrouwen vaak even een knuffel, ik zit even bij ze, en praat met over hun kindertjes. We vertellen ze over wat een mooie manier is hoe je met je kinderen kunt bidden en over de Bijbel kunt praten. We zingen en dansen met ze. We laten zien dat wij, Joe en ik een team zijn en van elkaar houden en elkaar respecteren en blij zijn om dit werk samen te doen.
Vrouwenwerk wat is dat nou eigenlijk?
Ik ben er weer eens ingetrapt! Mijn eeuwige onzeker zijn, over dat mijn manier van werken geen echt belangrijk werk is!
Weer een stimulans voor jullie allemaal, luister naar jezelf! God heeft ons allemaal gaven gegeven, die bij ons passen. Je gevoel en je hart geven wel aan wat bij je past of niet, volgens mij is dat ook de Geest die in ons werkt.
Onderschat het niet en gebruik het, voor God, voor je naaste en voor jezelf !

Veel liefs, Marijke

maandag 16 juli 2012

Een paar onrustige dagen

Dinsdag, 10 juli, in de avond, de telefoon gaat. Het is Grégoire, de taxichauffeur en tegelijk vriend van de politiecommissaris van Dogbo. “Kan ik even langskomen, ik heb nieuws voor jullie!”, ”Wat dan?”, ”Nee, dat wil ik jullie zo even vertellen!”. Ach, denken we, het zal wel weer over de ‘bandit’ gaan, elke keer zegt de commissaris dat ze hem bijna hebben en dan komt er maar niets van. We vinden het eigenlijk niet eens meer leuk dat de commissaris ons maar steeds op de hoogte houdt en dan ook geregeld vraagt of we misschien wat geld voor hem hebben voor extra beltegoed, of zelfs geld voor benzine. Dat doet hij dan meestal via Grégoire. Raar maar waar, dat gebeurt hier echt, maar wij zijn tegenwoordig al zo ver dat we zeggen dat we pas wat geld geven als ze de ‘bandit’ echt te vangen hebben. Grégoire komt een uurtje later, met de commissaris, een beetje opdringerige man, die ontzettend veel en hard praat, maar niet bijzonder intelligent is (lijkt mij).
Ja, de ‘bandit’ is waarschijnlijk gevangen, er zit iemand in de gevangenis van Ouidah, die waarschijnlijk ‘Ben Ali’ is. Zijn echte naam is Calixte uit Agame. Hij heeft een iemand anders bestolen in Lokossa en hij zit daarvoor in de gevangenis. Morgen spreekt de commissaris met de commissaris en de procureur van Ouidah of wij kunnen komen bevestigen of het daadwerkelijk onze ‘bandit’ is. Morgen weet hij meer en misschien gaan we dan in de middag samen naar Ouidah. Nou, dat is goed nieuws. ‘Ben Ali’, onze overvaller, hij is waarschijnlijk echt gevangen! Maar nu eerst afwachten wanneer we er heen kunnen om hem te zien.  Onze agenda van deze week moet dus wat veranderd worden.

We gaan in ieder geval op woensdagochtend nog wel naar Madjrè, de mensen daar rekenen op ons en daarna nog even langs Rosa, bij de Celestes. Andere dingen van vandaag worden maar afgezegd, voor morgen misschien. En die middag is het wachten, op een telefoontje van de commissaris, en wachten op een telefoontje die maar niet komt, is lastig. De hele middag hangen we een beetje om het huis, tegen de avond kregen we een telefoontje van Grégoire, “Vanavond komen de commissaris en ik even langs, vandaag lukt de afspraak niet, misschien morgen, de commissaris is daar nu mee bezig!”. In de avond komt alleen Grégoire, ‘sorry, de commissaris was erg moe, hij komt niet!”. Hoi, wij blij, want we zijn moe.
“Maar morgen gaan we naar Ouidah, het is allemaal geregeld, om half tien halen we de commissaris op van het politiebureau, met jullie auto!” Dat is goed, zegt Joe, maar dan rij ik!

De volgende dag, donderdag, 12 juli, rijden we met Grégoire achterin naar het politiebureau van Dogbo. Zoals gewoonlijk is het eerst wachten en dan komt de commissaris er aan, met twee andere politiemannen, zijn secretaris en zijn bewaker. Ik zit gelukkig voor in en Joe achter het stuur. Zij kunnen dus met z’n vieren op de achterbank van onze HiLux. Vier mannen, een van hen behoorlijk dik.
Het is ongeveer 1 ½ uur van hier naar Ouidah. Op de meeste plaatsen is de weg verhard, asfalt, maar niet zoals in Nederland. Op veel plekken is het allemaal zand en gaten en hobbels en in de asfalt weg zitten ontzettend veel gaten. Zo nu en dan wordt de weg weer eens wat opgelapt, maar na het regenseizoen is het weer vol gaten. Wat sommige mannen en jongens zonder werk dan graag doen is met een touw een versperring over de weg maken en doen alsof ze druk bezig zijn om de gaten te repareren. Ze maken zelfs een dieper gat in de weg en zo gauw er een auto aankomt gaat het touw omhoog en willen ze geld. Soms zijn ze erg brutaal en eisen ze geld. Wij rijden dan meestal gewoon door en dan moeten ze het touw wel neerleggen. Maar toen de commissaris zag dat verderop  de weg een paar van deze mannen bezig waren zei hij dat Joe langzaam moest gaan rijden en bij de mannen moest gaan stoppen. Heel blij kwamen de mannen naar ons (en ook nog wel blanken!) toe met hun hand in bedelvorm en opeens… sprongen daar drie politiemannen uit onze auto. De mannen rennen! En dit gebeurde wel vier keer onderweg naar Ouidah. Wat hebben we gelachen, die verschrikte gezichten, als ineens een stel politieagenten uit onze auto sprongen, rennen…, springen in de bosjes, angstige gezichten! Ze weten het wel, dit mag niet, maar het is wel gemakkelijk verdiend geld.
We moesten eerst stoppen in Lokossa, om een permit te hebben om een persoon uit het rayon Ouidah te mogen ondervragen. In Ouidah moesten we eerst naar het politiebureau om met de commissaris van Ouidah over ons bezoek te praten, die zou ook alles met de gevangenis en de procureur besproken en geregeld hebben. Dat was dus niet zo, dus besloten we eerst maar met z’n allen te gaan eten in een ‘restaurantje’. Joe bood aan om te betalen. Toen we in het restaurant kwamen, waren er opeens tien mensen aan onze tafel. Wij, de vier mannen die met ons mee uit Dogbo kwamen, de commissaris van Ouidah en drie kennissen van hem die hij toevallig tegenkwam. Ik vroeg Joe zachtjes of hij dit allemaal ging betalen. “Ach, tuurlijk, het is toch niet zo duur! ”. Maar toen we klaar waren en Joe het meisje riep, bleek dat een van de kennissen van de commissaris al had betaald. “Jullie zijn onze gasten!” Aardig, bedankt!
Samen naar de gevangenis, we konden gewoon naar binnenlopen. We kwamen op een grote binnenplaats met allemaal mensen, bewakers, mannen en vrouwen met een gevangenis-hes aan (volgens mij de gevangenen), allemaal visite; mannen, vrouwen en kinderen, er liepen geiten en kippen rond. Maar we werden weer weggestuurd, men wist hier niet van onze komst, we moesten naar een ander gebouw, de rechtbank, eerst een briefje van de procureur, wachten, daarna weer naar de gevangenis en toen moesten we weer wachten, in een kantoortje.
En toen kwam hij,……. onze ‘bandit’, Calixte, alias Ben Ali. Hij keek ons aan, hij schrok even, hij keek weg, hij draaide zich half van ons weg  Wij keken, “Is dit Ben Ali? De Ben Ali, die ik me herinner heeft meestal kleurige kleren aan, is wat slanker, loopt rechtop. Nu zie ik een man die loopt met zijn schouders ingezakt, hij heeft vieze kleren en een gevangenis-hes aan en een stuk dikker! Is het hem wel?” “Niets laten merken”, zei de commissaris met zijn ogen. Er werden allerlei vragen aan hem gesteld. Hoe hij heette, waar hij vandaan kwam, of hij getrouwd was, kinderen, of hij familie had, nog andere broers? enzovoorts.
Al die tijd konden Joe en ik hem onderzoeken, hoe reageert hij, zijn er herkenbare dingen. Ik keek naar Joe, hij knikte, hij wist het zeker. Ik wist het niet zeker. Hier hangt heel veel van af. Als ik het niet echt zeker weet en wel zeg dat hij het is, wat voor gevolgen kan dat zijn voor deze man? Na een poosje zei de commissaris dat hij naar ons moest kijken en moest zeggen of hij ons wel kende; “Ik ken deze mensen niet, waarom zou ik ze moeten kennen?” Hoe hij tòen ook naar ons keek, nu wist ik het zeker, dit is hem, hij is het! De manier dat hij zo verontwaardigd kan kijken! Dat was ook een paar keer gebeurd toen hij bij ons kwam, als we hem iets vroegen wanneer we hem niet zo goed begrepen. “Heb jij nog een broer die veel op jou lijkt?” vroeg de commissaris, “Nee!” zei Calixte. Dat was precies de vraag die ik nog wilde stellen, dan moest het hem wel zijn! We hebben meer dan een uur daar met hem gezeten.
Daarna moesten we nog even naar het politiebureau in Ouidah en toen weer op de terugweg naar Dogbo. Onderweg naar Dogbo, weer mannen en jongens, die illegaal aan de weg ‘werkten’ laten schrikken. Dit keer kon ik er niet meer om lachen. Wij, blanke mensen, met veel geld, helpen de politie om de arme sloebers te laten schrikken. Ondanks dat het illegaal is, wat moeten ze anders? “Ze moeten werk zoeken!” zegt de commissaris, maar waar dan? De commissaris heeft altijd grote praat, ook bijvoorbeeld dat wij als blanken heel voorzichtig moeten zijn. “Zwarte mensen zijn niet te vertrouwen!”, zei hij (hij is zelf zo zwart als de nacht!) “Ach,” zeggen wij, “er zijn hier slechte en goede mensen, net zoals in Nederland en overal, maar we zullen voorzichtig zijn!”.
Eerst nog langs het politiebureau van Lokossa en om 18.00uur waren we in Dogbo. We hebben de vier mannen nog weer uit eten genomen bij een restaurantje in Dogbo ‘Sous le Paillotte’, weer uitgebreid gegeten en gedronken.

Vrijdag waren Joe en ik moe, erg moe. Ik heb niet veel gedaan, wat gelezen, wat gewandeld. We zijn beiden onrustig geworden van alles. Het gaat hier allemaal zo anders dan in een westers land. We hebben een uur met de ‘dader’ gezeten. We hebben de hele ondervraging meegemaakt, de politie denkt hier niet, “Wat kunnen we wel of niet bespreken met de slachtoffers?” Bovendien, een dader heeft toch ook bescherming nodig? Allemaal zo ingewikkeld en raar en het geeft een gevoel van onrust.

Zaterdagochtend zijn we naar de Rooms Katholieke kerk hier in Dogbo geweest. Stephan, de zoon van onze huishoudelijke hulp Mariette, werd die ochtend gedoopt. Ongeveer 40 jongelui, die voor verscheidene redenen niet gedoopt waren toen ze baby waren. Allemaal hun eigen beslissing om verder te gaan met God, heel mooi. Het was een lange dienst, van 9.00u tot 12.30u. Wel mooi om dat mee te maken, ook kinderen van God, in een andere kerk, maar jongelui die met God willen gaan!
In de middag weer een groep jongelui, die met God willen gaan. De voorbereidingscursus, die Joe en Théophile aan een twintigtal jongelui geven, jongelui, die graag t.z.t. de opleiding voor kerkleiderschap willen volgen. Théophile de theoretische les, Joe de praktijkles. Dat was weer een drukke dag, maar ook een goede dag, waar je ondanks al de drukte ook wel weer positieve energie van krijgt. Daarna een nog even een soort receptie voor de doop bij Mariette thuis, met eten en al en toen naar huis, heerlijk niets doen, een boek lezen! In de nacht heeft het heel erg geregend, 14 cm met onweer en bliksem! Een onrustige nacht!

Zondag, de  rustdag!
We waren er ook echt aan toe! In de ochtend naar onze kerk in Dogbo, waar ds. Théophile preekte over Mattheus 11: 28-30. Werkelijk rust vinden wij bij Hem, Zijn juk is zacht en Zijn last is licht! Ja, amen!  God is er om onze rust te vinden! In de middag samen naar een preek luisteren via internet, naar onze thuisgemeente in Gouda, met ds. Batteau. Een preek over Johannes 3: 36, dat God ons eeuwig leven belooft als we in de Zoon geloven.
We mogen genieten van deze rustdag,  gewoon samen thuis zijn, muziek luisteren en lezen, verder niets! Rusten zonder zorgen en zeker weten dat God onze Vader en Jezus Zijn Zoon is en dat wij met onze onrust naar Hem kunnen gaan.
Dat konden we wel even gebruiken aan het einde van deze onrustige dagen!

Liefs, Marijke

maandag 9 juli 2012

Een weekje bij ons in Benin

Het is vandaag 9 juli, 2012. Het is drie uur in de middag en ik ben net uit bed. Vandaag voel ik me niet zo lekker, misschien een griepje, misschien iets verkeerds gegeten of gedronken. Maar toch wil ik een stukje schrijven, mijn moeder ziet elke week uit naar een blog van mij.
Ik zal vandaag eens gewoon vertellen wat we de afgelopen week allemaal gedaan hebben.
Maandag, 3 juli, hebben we niet veel gedaan. Joe had verscheidene bezoekjes op zijn kantoor en ik heb mijn vorige blog geschreven, over een sterke vrouw.
Dinsdag zijn we maar eens naar Klaus, de Duitser (en enige andere blanke in ons dorp) zijn ONG gegaan, dat waren we al heel lang van plan. Hij heeft een grote bakkerij en een grote smederij waar ze allerlei dingen maken van ijzer, en hij heeft een cybercafé. Het zijn plaatsen om opleidingen en werkervaring op te doen voor mensen die zelf geen opleidingsplaats kunnen betalen. Klaus was er niet, op vakantie naar Duitsland, maar we werden hartelijk ontvangen door de leiding daar, op het kantoor, Derrick en Dennis. We kregen zelfs een echt saucijzenbroodje aangeboden, gemaakt in de bakkerij! De naam van deze organisatie heet ‘ProDogbo’ Deze organisatie ondersteunt  kinderen die geen geld hebben voor school d.m.v. een schoolgeldproject. ProDogbo wordt ondersteund door hulpverleningsorganisaties uit Duitsland. Het is groots opgezet en het gebied dat ze ondersteunen is een groot gebied in de buurt van Dogbo.  Iedereen die voldoet aan de eisen om hulp te krijgen, kunnen door hen geholpen worden. Wow, dat is goed, wij komen genoeg wezen en kinderen die die hulp kunnen gebruiken, tegen. Goed om dit alles te weten, dat is de waarde van netwerken! We moesten gauw eens weer langskomen, als Klaus er weer is, zeiden ze. Dat was echt heel leuk!
Op woensdag hebben wij het wekelijkse rondje langs de kerken  gemaakt, met Samuel weer als onze gids. Deze rondjes zijn echt heel waardevol en goed. We ontmoeten de mensen van de kerk in hun eigen wereldje, nu niet alleen in de kerk, maar we bezoeken ze nu thuis.
Die dag zijn we naar het dorp Agame geweest. Het eerste gezin dat we bezochten, was bij een gezin, waarvan de vader net een paar maanden geleden uit de gevangenis is gekomen. Hij had er twee jaar gezeten. Volgens hem was hij er door drughandelaars in geluisd. Hij wist er helemaal niets vanaf, maar omdat de politie geen andere dader kon vinden, was hij de dupe.  Dat hoor je wel vaker hier, er moet een dader gevonden worden!
Door Joël, een zoon van Jeanette, de diaken, zijn we aan allerlei andere gezinnen voorgesteld.  We hebben onder andere een weduwe, met zes kinderen, bezocht. Haar man was ongeveer een jaar geleden overleden. Ze lijkt niet ouder dan 35 jaar. Ze heeft een tuin, waar ze het eten voor haar gezin verbouwt. Ze zegt dat haar kinderen haar goed helpen.
Bij al de mensen, die we thuis bezoeken, praten we een beetje, we vragen hoe het gaat, of er moeilijke dingen zijn en we bidden met ze. We zijn steeds weer heel blij en dankbaar dat we dit we dit mogen doen.
Joël nam ons mee naar een adres, dat mij even liet schrikken! Het bleek namelijk precies tegenover het huis van Ben Ali te zijn, onze overvaller van 1 februari! Er waren allerlei mensen daar om het huis, het gaf een raar gevoel. Joël zei dat hij wist wie het was, hij woont er niet meer en iedereen denkt dat hij nu in Cotonou woont. Wat raar allemaal, iedereen weet wie hij is, waar hij misschien is en de politie heeft hem nog steeds niet gevonden! Voor mij was dat even heel raar!
Die dag hadden we geen internet, maar ‘s avonds gelukkig wel weer en dat was heel fijn, want onze dochter, Maria had een hele mooie fotoreportage op Facebook gezet, van haar (en haar zwangere buik) en haar lieve Bastiaan! Leve internet!

De volgende dag was het donderdag, onze dag om onze lieve vrienden in Madjrè  te bezoeken. Zoals elke keer, werden we heel hartelijk verwelkomd. “Gaan jullie weer uit de bijbel lezen, hebben jullie iets te eten voor ons?”, of zelfs “geld, geld!”. Iedereen even persoonlijk begroeten, even aandacht geven,  daarna wat voetballen en het hinkelspel op de grond getekend en samen gehinkeld, dat ging leuk! Sommigen waren heel goed en sommigen konden er niets van, maar het was wel heel erg leuk om samen te doen! Daarna heeft Joe het verhaal van David en Goliath voorgelezen. We hadden voor iedereen een kopietje van het verhaal en een mooie tekening van David en Goliath. Daarna hebben we voor hen gebeden, dat mogen we niet van hen vergeten! Heel mooi, zo’n ochtendje.
Daarna wilden we nog even langs Rosa, die nog steeds opgevangen wordt door de mensen van de Christianisme Celeste. Rosa was heel erg blij ons te zien en ook blij met de koekjes, die ze eerlijk deelde. Dat bezoekje werd langer dan we verwacht hadden, maar het werd ook een heel indrukwekkende bezoekje!
Er waren heel wat vragen, over het verschil met hun kerken en andere kerken, over waarom mensen uit andere kerken hen ‘vreemd en eng’ vinden. Het was heel bijzonder, omdat zij heel graag wilden praten en dat Joe net deze week van alles heeft gelezen over deze ‘sekte’. Het was erg mooi en respectvol en we hebben aan het einde met elkaar gebeden.
God opent wegen! “…..en de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt!” Vrijdag zijn we op tijd naar Cotonou gereden. Pierre, de ouderling van Kpodaha, achterin. De reden dat we naar Cotonou gingen was een feest. Morgen, dus zaterdag 7 juli, was de uitreiking van de diploma, voor 7 van de studenten Systematische Theologie (een soort MBO-Godsdienstopleiding).
Er zijn twee ouderlingen uit de Mono-Couffo en vijf uit Cotonou die deze opleiding in Cotonou doen, bij de IBB (Institut Biblique du Benin). (Er zijn vier studenten van de ERCB uit de Mono-Couffo, die ongeveer dezelfde studie in de I3B in Bohicon doen). De uitreiking van de IBB, Cotonou, zal plaats hebben in  het Paleis van de Sport, bij het grote stadion.
Nou, een stadion hadden ze nodig! Om 9.00uur kwamen we aan. Er waren al heel veel mensen buiten, maar toen we binnenkwamen in het grote stadion, was die nog lang niet vol. Joe en ik werden uitgenodigd om vooraan bij de bobo’s te zitten, op het podium. Dat hadden we niet verwacht en het was ook een beetje overdreven. En wat we ook mooi vonden, ondanks dat heel veel mensen laat aankwamen, begonnen we op tijd!! En hoe we begonnen! Eerst een gebed door de voorzitter en toen… een prachtig groot koor, zo mooi! 

Wij hadden een heel mooi uitzicht vanaf het podium. Voor ons zat de hele grote groep afgestudeerde studenten, allemaal met een mooie geel/gouden sjerp om. Ik heb niet geteld hoe veel studenten er waren, maar volgens mij wel 100. Ook liep het stadion al voller, ik denk dat er wel 3000 mensen waren. Heel bijzonder om dit eens mee te maken en dan vooral ook nog als bijzondere gasten. De enige andere blanke was James Krabill, een docent missiologie, die door Amerikaanse Mennonieten uitgezonden is voor deze taak op de IBB. Hij was ook de spreker en hij had een mooie speech. Het was wel een lange zit, al die diploma’s die uitgereikt werden, al die speeches, en toen mochten de beste studenten voorkomen, een van hen was onze ouderling, Bertin, uit Dogbo!

We begonnen dus om 9.00uur en het was afgelopen om 14.00uur en tot grote schrik van Joe, werd hij gevraagd om met al deze duizenden mensen, te eindigen met gebed.
Om een uur of half zes waren we ‘s avonds weer thuis in Dogbo.
En toen was het zondag, dat was gisteren. We zijn naar Agame naar de kerk geweest. Dat doen we het liefst, als we ergens die week op kennismakingsbezoek zijn geweest, diezelfde zondag naar die kerk. Het kwam ook erg goed uit, want Norbert, de ouderling van Agame had gisteren ook zijn diploma gekregen. Toen we naar voren kwamen om te vertellen waar wij deze week zo dankbaar voor waren, hebben we gezegd dat we heel dankbaar waren voor Norbert. Hij heeft drie jaar lang deze opleiding gevolgd, dat was niet makkelijk. Ook vorig jaar, toen hij en zijn vrouw een kindje verloren hebben, is hij toch doorgegaan met zijn studie, ‘Grace a Dieu!’.

We hebben ook nog zijn vrouw gefeliciteerd, want zonder zijn vrouw had hij het niet kunnen doen en samen hebben ze Gods zegen nodig. Joe en ik hebben samen een zegenlied voor hen (in het Engels) gezongen en uitgelegd wat het betekent. Joe heeft gepreekt en na de kerkdienst hebben we nog een gesprek gehad met de vrouwen van de kerk, ongeveer 15 vrouwen. We hebben hen ook weer op het hart gedrukt dat het heel belangrijk is voor de vrouwen om een vrouwengroep te beginnen. Er zijn voor elkaar, allerlei dingen met elkaar bespreken, de mooie en de moeilijke dingen, dingen die je als vrouwen moeilijk vind om met mannen te bespreken, om elkaar te helpen, te bidden voor elkaar.
Die middag hebben we nog naar ‘Nederland zingt’ op de BVN-wereld televisie gekeken en we hebben heerlijk Beninese garnalen gegeten. En toen was de week weer om!
Dat was dus een weekje bij ons in Benin!

Liefs en groetjes (en ik voel me al weer een stuk beter!)
Marijke

zondag 8 juli 2012

Familie (Gastblog...)

Monsieur, pouvez-vous expliquer ... En toen volgde een vraag die me meenam, ver terug naar mijn kindertijd. Toen ik een kleine jongen was, misschien 9 of zo, dacht ik over veel dingen na. Er waren dingen die ik wist. Bijvoorbeeld, ik wist van in-en-uitademen tot ik ongelooflijk duizelig werd, en dan veel langer onderwater blijven dan iemand voor mogelijk hield. Ik wist ook over de Bijbel. Bijvoorbeeld dat David de schokkende uitdrukking gebruikt: tegen de wand pissen. Op mijn rode OXO metalen boterhamtrommeltje had ik dezelfde initialen gekrast die Hansje Vermeulen en Andy Wagenaar er ook op hadden staan: BM. Niemand anders wist van wie die initialen waren. Maar na 51 jaar moet het geheim eruit: Bloody Man. Zonder voorkennis had Simi David op de meest effectieve manier mogelijk (voor Nederlands-Australische jongens die alleen de King James kenden) vervloekt, 2 Samuël 16:2. Bloody was ongeveer het slechtste woord dat je zou kunnen bedenken.
Terug naar mijn verhaal. Op die leeftijd dacht ik dacht erg veel na. Misschien wel omdat mijn wereld in verwarrende stukken was uiteengevallen met de dood van mijn vader. Het was me duidelijk dat die Australiërs een uitstekende bijbel hadden geërfd uit het thuisland. Zelfs goed genoeg voor ons: om op school en in de Engelstalige diensten van onze Free (NIET NEDERLANDS!) Reformed Church. (Hoewel mijn vader het bij ons thuis niet toestond. Daar bleef het uitsluitend Nederlands:  de Taal Waarin je Vaderen Geleden en Gestreden Hebben!) Echter, twijfelden mijn onrustige gedachten, hoe kon het zijn dat al die Australiërs wel een goede Bijbel hadden, maar geen christenen waren? Want het was me volkomen duidelijk dat de enige christenen in Albany, dat wil zeggen de echte christenen, bij ons kerkten.
En denk niet dat dat beeld verdween met de verschijning van de Revised Standard Version, betwist als die was onder ons was. In 1975 (twee jaar na dato), trouwden Marijke en ik. We lieten onze trouwfoto’s maken door Toews Photography in Abbotsford. De eigenaar was Mennoniet, en op één of andere manier raakten we verzeild in een discussie over de Bijbel. Op een gegeven moment zei hij: nou, ondanks onze verschillen, later zijn we allemaal bij Jezus. Waarop ik niet zei, maar wel dacht, dat herinner ik me héél duidelijk: daar zou ik niet zo zeker van zijn als ik jou was ... En ik bedoelde niet dat er twijfels over waren dat ik daar terecht zou komen. Ja, ik schaam me echt dat ik ooit zo gedacht heb. Maar daar moest ik aan denken toen de vraag kwam: Monsieur, pouvez-vous expliquer ...
De jonge man die de vraag stelde was ongeveer 18 jaar oud, lid van de Celestes ... Weten jullie het nog, die van een paar blogs terug? Aanhangers van een religie van eigen Beninese bodem, die beweren christen te zijn. Sindsdien heb ik onderzoek gedaan. Beproef de geesten, enz. Nu weet ik tenminste iets meer van de Celestes af. We waren opnieuw op bezoek bij Rosa, die er nog steeds werd opgevangen na een psychiatrische crisis. We hadden met haar gesproken. Maar toen waren er al die anderen. Niet de ongeletterde pastor van het eerste bezoek. Maar zijn assistent. En zijn zoon, degene die bijbels en de gereformeerde literatuur die ik achter had gelaten zou gaan lezen. Een paar andere jongens in hun late tienerjaren. En een aantal vrouwen van onbepaalde leeftijden. Schertsend had ik gezegd, toen ik de zoon zag: heej, je bent gekleed in het rood! Dat is toch verboden voor jou? Dat is één van de dingen die ik nu weet. Het is de Celestes verboden om rood of zwart te dragen, tenzij het strikt noodzakelijk is voor hun werk. (McDonalds, je bent welkom in Benin, hoe vervelend ik het ook vind om dat te zeggen.) U heeft gelijk, zei hij. Eigenlijk mag ik kleren als dezen niet aan hebben ... En dat leidde tot een prachtige discussie over de vele, vele regels en voorschriften die het leven van de Celestes beheersen. Inderdaad, werden wij het erover eens, het zijn geen Bijbelse regels, maar regels die hun leiders hen hebben opgelegd. En vandaar voerde onze discussie naar de vrijheid die we in Christus hebben. En de vrijmoedigheid waarmee we toegang hebben tot de troon van God door de bemiddeling van Christus (geen noodzaak om met blote voeten in het heiligdom te verschijnen, een andere regel van de Celestes.) En toen kwam zijn vraag. Monsieur, pouvez-vous expliquer ...
Oh, nee, sorry. Daarvóór was er nog een andere vraag. Kunt u ons vertellen wat het verschil eigenlijk is tussen onze kerk (de Celestes) en al die anderen? Kun je het geloven? Mij ​​in de schoot geworpen. Deze ongelooflijke kans! Ik zei: waarschijnlijk is het belangrijkste dit. Jullie oprichter, Samuel Bilehou Joseph Oshoffa, beweerde visioenen te hebben ontvangen van God. En op basis van deze visioenen heeft hij jullie kerk gesticht. Al die regels, verboden en geboden die jullie leven beheersen zijn niet gebaseerd op de Bijbel, maar op Oshoffa en zijn visioenen. Natuurlijk kan niemand controleren of hij écht deze visioenen heeft ontvangen. Niemand anders was er bij, niemand anders zag wat hij beweerde gezien te hebben of hoorde wat hij beweerde gehoord te hebben. Ja, dit zijn allemaal dingen waar ik inmiddels vanaf weet. En ze knikten. Ze merkten dat ik goed op de hoogte was. Maar wat denkt u dan? vroeg één van hen, een beetje aarzelend. Nou, met alle respect voor jullie oprichter, en ik wil niet jullie of wie dan ook beledigen, maar ik geloof niet dat het echt God was die tot hem sprak. Ik vroeg of ze mij een Bijbel wilden brengen. En daar kwam die: de Bijbel die ik ze ongeveer een maand geleden had gebracht. Samen met een andere Bijbel in Adja. En een ander gescheurd oud exemplaar  van de Schrift. Zou King James zijn geweest, als het Engels was, stel ik me voor. Laten we de laatste paar verzen in de Bijbel lezen, stelde ik voor. Wat staat er? En één van hen las de waarschuwing tegen het toevoegen van zelfs iets aan wat God heeft geopenbaard. (Ik weet het, nu neem ik even een paar hele snelle stappen.) De assistent-pastor las dezelfde woorden in Adja, en knikte bedachtzaam. Daarom, zei ik, kan ik niet geloven dat, als jullie oprichter visioenen heeft gehad, ze van God kwamen. God zelf heeft gezegd dat hij niets toe te voegen heeft aan wat er in de Bijbel staat. Dat lijkt mij vrij duidelijke taal. Natuurlijk, toen moest ik uitleggen wat ik dan dacht van de oorsprong van deze visioenen. Ik weet, zei ik, dat jullie oprichter een zeer oprechte wens had om religie van alle soorten van bijgeloof te zuiveren, en Benin te ontdoen van allerlei gri-gri (voodoo-praktijken). Daar waren zijn hart en geest echt vol van. Ze knikten. Het was duidelijk dat dit iets was waar de Pasteur bekend mee was. Je weet dat wanneer je geest ergens vol van is, je geneigd bent om van die dingen ’s nachts te dromen. Als je op een bepaalde manier veel aan vrouwen denkt, komen ze zo in je dromen op je af. Wij mannen knikten allemaal instemmend. Als je altijd maar denkt aan je bedrijf en het verdienen van veel geld, kan dat je dromen in die richting beïnvloeden. En dan is dat niet God die iets tegen je zegt, dat is wat je geest doet. Misschien is dat de verklaring. Ik weet het niet, maar we hebben net in de Bijbel gelezen wat God zelf zegt over Zichzelf en over zijn openbaring. Daarom kan ik dus niet geloven dat wat uw oprichter gezien of gehoord heeft werkelijk van God was.
En toen kwamen we weer uit bij die vele, vele regels en voorschriften. Dat gaf me een opening om ze Hebreeën 9 te laten lezen, over de oude alliance met al haar regels en voorschriften, en de nieuwe alliance in Christus, die dat alles heeft veranderd. (Sorry, ik weet niet meer wat 'verbond' is in Adja, maar het was geweldig om de assistent er over te horen lezen!)
En toen, eindelijk, kwam de vraag waar ik jullie nu zo lang mee geplaagd heb: Monsieur, pouvez vous expliquer…  Meneer, kunt u ons uitleggen hoe het komt dat andere christenen ons weigeren te begroeten wanneer we hen op weg naar de kerk ontmoeten? En zoals ik al zei, die vraag nam me terug naar mijn kindertijd. Naar de tijd toen het absoluut en zonder twijfel duidelijk was (niet dat we verboden werden andere te begroeten, al hoorde het eigenlijk niet om met Georgie Holzmann van twee huizen verder te spelen), wie echt een christen was en wie niet.
Ik vond een manier om de vraag te beantwoorden. Al was het net zo goed een antwoord op mijzelf als op de vraag van deze serieuze jonge man. Ja, zei ik. Ik begrijp het en ik kan het uitleggen. Maar het is desondanks heel erg verkeerd. (Is dat geen mooi staaltje kerkdiplomatie, aangescherpt door 10 jaar Deputaten Betrekkingen Buitenlandse Kerken?) Misschien kan ik gebruik maken van een voorbeeld. Stel je voor dat wij samen een gezin vormen. En dan stap ik op, loop ik weg, weiger ik vanaf dat moment om iets met de rest van de familie te maken te hebben. Ik alleen heb de waarheid in pacht, en jullie hebben het helemaal verkeerd. Ik wil voortaan geen part noch deel van jullie. Kun je je voorstellen hoe dat voelt voor degenen die ik heb achtergelaten? Ja, dat konden ze zeker! Afrikanen zijn bijzonder goed afgestemd op het begrip familie. Dat is weer iets waar ik inmiddels van af weet. Kunnen jullie je voorstellen dat degenen die ik achtergelaten heb zo boos zijn dat ze weigeren mij te begroeten als ze mij ergens ontmoeten? Ja, dat konden ze zeker. En toch, zei ik, zou dat helemaal verkeerd zijn. Familie blijft familie, wat er ook maar gebeurt. En het is hetzelfde in de familie van het christendom. Zelfs wanneer iemand er om de verkeerde redenen een breuk in slaat, allerlei fouten maakt, en zelfs beweert dat niemand buiten zijn kerk werkelijk Christus volgt ...
En dat is waarom we hier vandaag zijn. Om jullie wél te begroeten. En om jullie uit te nodigen terug te komen, als je je weg kunt vinden, terug naar het gezin.
Wordt vervolgd. Daarvan ben ik vrij overtuigd...

maandag 2 juli 2012

Vrouwen de ruggengraat?

‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen!’
Vrouwen, je ziet ze hier overal druk bezig. Het lijkt of zij al het werk doen, op de markt, op het land, het eten klaar maken op kleine vuurtjes aan de kant van de straat. Je ziet ze lopen met grote ladingen op hun hoofd, vanaf hun akkers, vanaf de markt, vanaf de waterplaats met water of met de was. Je ziet ze met hun kinderen aan hun rokken, op hun rug in mooie draagdoeken, aan de borst. Mannen zullen hier ook wel wat doen, maar vrouwen zijn echt Afrika’s ruggengraat!
Toch zijn het de mannen die de leiding hebben overal, in het gezin, bij de bank, op allerlei kantoren, op veel scholen, alhoewel je daar ook al vaak vrouwen de leiding ziet nemen. Maar ook in de kerken, ook in de ERCB, leiden mannen de kerken, net zo als in onze kerken in Nederland. Er zijn hier wel wat vrouwen die diakenen zijn en het ook heel goed kunnen, maar wat we hier vaak zien is dat de vrouwen in de kerk de mannen volgen. Vaak kunnen ze niet lezen of schrijven, vaak kunnen ze alleen hun streektaal, daardoor voelen ze zich dan minder. In het gewone dagelijkse leven voelen ze zich op hun gemak, zijn ze capabel, dan voelen ze zich nodig.
Wij, Joe en ik, zijn de laatste tijd bezig om de vrouwen te stimuleren en te bemoedigen. Vrouwen zijn ook heel nodig in de kerk, hier en overal.
Het idee is dat wij niets gaan organiseren, maar dat we stimuleren, ideeën en  informatie geven. Zoals in mijn vorige blog, hen ‘leren vissen’.
Inmiddels zijn we al in twee gemeenten gevraagd om te vertellen wat de bedoeling is. Afgelopen zondag, bijvoorbeeld, in Kpodaha, de vrouwen wilde met ons praten over de vrouwengroep die ze willen beginnen. Echt, vrouwen van alle leeftijden, ‘mama Norbert’ van over de 70 jaar tot een paar jonge meiden van ongeveer 16 jaar die nog op school zitten. Zeg maar tien vrouwen. Ja, vonden ze, vrouwen hebben een belangrijke plek in de kerk, en ja, er zijn veel dingen waar vrouwen meer verstand van hebben dan mannen en ook, het is heel goed voor vrouwen om samen te praten over dingen, waar ze normaal niet met mannen over praten. We hebben voorbeelden van onderwerpen gegeven, en gevraagd wat zij belangrijke onderwerpen vonden. We hebben ook gezegd, dat het mooi is om samen te lachen, maar ook samen ergens verdriet over kunnen hebben. Ook was het erg mooi, dat twee van de jonge meisjes (van 16 en 17 jaar wezen zijn, dus zonder ouders leven in hun eigen huisje), ook het nut zagen van een vrouwengroep. Zo mooi, als ze toch nog zussen, moeders in de gemeente hebben om dingen te bespreken.
Het lijkt dus dat mijn oproep, om vrouwengroepen te beginnen in elke gemeente, succes gaat hebben.
Ik las net over een project in Uganda, waar vrouwen ook groepen hebben gevormd om ‘er voor elkaar te zijn’. Dit las ik: ‘Elkaar helpen: De groep is erg belangrijk voor het sociale leven binnen de kerk en de gemeenschap. Met vaste regelmaat komen de leden bijeen voor Bijbelstudie en om hun problemen te bespreken en voor elkaar te bidden. Mensen worden ook thuis bezocht en zo nodig geholpen.’ Dat kan in Uganda, dat kan hier, dat kan overal, dat is samen kerk zijn!
Volgende week weer een andere kerk waar we informatie gaan geven…ik heb er zin in!
 Vorige week waren we uitgenodigd, bij de I3B, een bijbelschool in Bohicon, waar 4 van onze ouderlingen een driejarige parttime opleiding volgen. De vorige week was de laatste week van de opleiding. De vrouwen waren de laatste twee dagen uitgenodigd om te zien waar hun mannen de afgelopen jaren hebben gestudeerd en om te bespreken wat hun rol als voorgangersvrouw kan zijn.
Joe en ik waren uitgenodigd om een gastles te geven over het leven als pastorsgezin. Onze ervaringen delen, advies geven enzovoorts. Er was ook een ander ‘couple pasteur’ uitgenodigd, wij als blanke ‘couple pasteur’ en zij als Beninees ‘couple pasteur’.
We hadden afgesproken dat de vier vrouwen wel met ons konden meerijden, dan hoefden ze niet achterop een brommertaxi, met al hun spullen en twee pasgeboren baby’s. Onze HiLux heeft een brede achterbank, daar passen ze wel op. In taxi’s hier is het heel wat voller.
Dus woensdag middag om drie uur zouden drie van de vrouwen hier zijn en de vierde zouden we onderweg in Djakotomey op halen. De eerste was mooi op tijd, met haar baby en ook nog een oppas bij zich, dus dat werden dus 5 vrouwen. De tweede en derde vrouwen kwamen een half uur te laat aan, maar dat hadden we allemaal ingecalculeerd. Op naar Djakotomey. Ja, ja, de vrouwen wisten precies waar de familie woonde. Na zoeken en de weg op verschillende plekken vragen, kwamen we daar eindelijk aan. En ja, we konden weer wachten, moeder moest zich nog wassen en omkleden, de baby moest ook nog een bad hebben. Toen eindelijk konden we op pad…….met nog een oppas erbij! En de moeder, dat waren we vergeten, was een behoorlijke dikke vrouw, gelukkig was de oppas een klein meisje! Zes vrouwen achterin, een baby en Joe en ik voorin en ik met een van de baby’s op schoot. Het regende, de ramen waren van de buitenkant beslagen en het was behoorlijk druk op de weg, een auto vol vrouwen met baby’s en Joe moest rijden, een hele klus en een hele verantwoordelijkheid. Kijk, wij vrouwen kunnen toch niet zonder mannen!

Donderdagochtend was onze gastles, het zou om 9.00uur beginnen, och, was het maar waar! Onze les begon eindelijk om 10.00uur en het andere stel kwam pas na 11.00uur aan!
Een lokaal vol met studenten en hun vrouwen, allemaal netjes op hun stoelen en hun ogen verwachtingsvol naar ons.
We stelden ons voor, ons leven, ons gezin, ons werk. Hoe mooi we het vonden dat de vrouwen hier uitgenodigd zijn om gestimuleerd en bemoedigd te worden. Hoe belangrijk hun taak is naast hun man. Maar ook dat de mannen hun vrouwen ondanks alles op de eerste plaats moeten stellen, het werk in de kerk is belangrijk, maar de verantwoordelijkheid voor je vrouw en je gezin moet altijd op de eerste plaats zijn. Als gezin kunnen ze ook een voorbeeld zijn voor hun omgeving, hoe je met elkaar omgaat als man en vrouw, hoe je met je kinderen omgaat. Wat voor plaats God in een christelijk gezin heeft. Wij merken hier dat mensen heel veel over het geloof praten en dat ze in de kerk veel zingen en bidden, dat het geloof echt overal te besprek en is, maar dat er hier heel weinig kennis over de bijbel is en dat er in gezinnen niet samen gebeden of uit de bijbel gelezen wordt. Wij hebben verteld hoe wij dat altijd erg belangrijk gevonden hebben, elke dag tijd nemen om samen als gezin te bidden, de bijbel te lezen, te zingen. Het is een heel belangrijke taak voor ouders om de kinderen voor te gaan in het christelijk geloof. Ook de mensen om je heen zien het en kunnen daarvan leren. Daarom is het ook goed om als voorgangersgezin een voorbeeld voor de anderen in de kerk te zijn. Samen met anderen over je geloofsleven praten, over opvoeden praten, over mooie en moeilijke dingen in je leven te praten. Zo kwamen we ook weer op het belang van vrouwengroepen in de kerk. Het belang en de verantwoordelijkheid van de vrouwen in de kerk.
Het was mooi, er werd goed geluisterd, door de vrouwen en door de mannen. Er waren veel vragen, we hebben nog nagepraat. Het was goed.
Later hoorden we ook dat iedereen het heel erg gewaardeerd heeft hoe open we praatten over alles. We merken, dit past bij ons, wij zijn een team, de mensen merken dat.
Joe en ik, we zijn al lang bij elkaar, we hebben een heel leven van ervaringen samen, het past bij ons om dat met anderen te delen. Joe de mond, ik de ruggengraat.
Laatst waren we in een van de gemeenten, we moesten naar voren komen en zeggen waar we God dankbaar voor waren. Moeilijk, om dat even te bedenken, ik zei dat ik dankbaar was, omdat ons huis eerst erg lekte en nu is niet meer. Joe vertelde dat hij dankbaar was met zijn sterke vrouw, met mij! Dat God hem zo’n goede vrouw had gegeven, een hele goede moeder voor zijn kinderen. Een vrouw die naast hem staat en die zo’n grote steun voor hem is. Vroeger zei ik dan, “Ach, doe niet zo stom! Ik ben niet altijd zo goed!”. Nu denk ik: “Wow, wat mooi, hij meent het ook echt!”. Na ons moest de ouderling van die gemeente ook zeggen waar hij dankbaar voor was. Hij zei ook hetzelfde als Joe, dat hij heel dankbaar met zijn vrouw was. Nou, dat zegt een Afrikaanse man niet zomaar in het publiek!

‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen!’ De man misschien het hoofd, maar de vrouw de ruggengraat en zonder ruggengraat kan een hoofd niets!

Doei, tot de volgende keer! Liefs, Marijke

maandag 25 juni 2012

Groningen en Dogbo


Gisteren hebben we twee kerkdiensten meegemaakt, één in Dogbo en één in Groningen-Zuid. Wat een wonder, dat dat kan!
Zondag is hier een heel andere dag voor ons dan de zondagen die we kennen van ons leven in Nederland, Canada of Australië.
We beginnen hetzelfde; rustig aan, een douche (nou ja, dat was voor mij altijd de ochtend voor een heerlijk bad!), een CD aan met mooie muziek, kopje thee met zelfgemaakte rozijnenbrood. Soms was het rennen, als het huis vol was met kinderen en hun vrienden en later hun gezinnen. Dat hebben we hier dus niet, gewoon, met z’n tweetjes, rustig aan.
En dan samen naar de kerk.
Officieel begint de kerk hier om 9 uur, maar wij gingen om twintig over negen, we moesten zeker op tijd zijn, want Joe preekte. Niemand was nog aanwezig, als eerste kwam de ouderling van de gemeente er aan sjokken, opende rustig de deur en begon de kerk aan te vegen. Nou ja, zoals dus jullie begrijpen, de kerk begon pas om 10 uur. En toen waren alle mensen er nog niet. Het werd wel een goede dienst, een goede preek (kan ook niet anders), veel gezongen en gedanst. Veel herhaling met bidden, steeds dezelfde liederen, er wordt veel gelopen en om de haverklap loopt er iemand naar buiten om te plassen in de bosjes of zelfs op het pleintje om de kerk, volwassenen en kinderen, zelfs tijdens de gebeden en de preek. Maar ook steeds weer mooi om te zien dat de kinderen, zowel als de volwassenen, zangleiders zijn en voor gaan in gebed en dans. Om 12.30 uur konden we weer naar huis (de kinderen bleven voor de zondagschool).
Voor de mensen hier is de rest van de zondag gewoon weer een werkdag, nee, geen school of kantoor, maar de winkels zijn gewoon weer open de mensen zetten hun marktkraampjes weer op er is markt en overal weer druk. Kan ook niet anders, er moet gewerkt worden, gewerkt op het land, de tuintjes, er moet weer verkocht worden en verkocht, elke dag gaat dat maar door…
Wij hebben eerst een kopje koffie gedronken, een soepje gemaakt en gegeten, wat gelezen en toen kwam de gedachte op “zullen we eens proberen om te zien of we een Nederlandse kerkdienst kunnen beluisteren?” Een kerkdienst zien wil hiervandaan niet, het internet is te langzaam daarvoor.
Er was heel veel keuze, we hebben gekozen voor Groningen-Zuid, de kerk van mijn moeder. (we hoorden later, dat onze dochter, Maria en haar man er ook waren). Wat anders gaat het daar, merkten we weer. Het orgel, het zingen van de Geneefse psalmen. In Nederland heb ik vaak zin om iets anders te zingen dan de psalmen en andere muziekinstrumenten, maar nu klonk het wel goed en ook ontroerend. De preek, zonder ‘amen’ en ‘praise the Lord’ er tussen door van de gemeente, maar toch mooi en goed en het voelde even weer als ‘thuis’. Heel anders, maar de één niet minder dan de ander. Een andere cultuur, met andere gewoonten, beiden zeker tot eer van God. Een kerkdienst hier blijft hier toch wat onwennig, een Nederlandse dienst voelt toch nog steeds een beetje als thuiskomen, vertrouwd.
Ik heb trouwens de ‘stoute schoenen aangedaan’. Hier in de kerken wordt het meeste kerkenwerk gedaan door de mannen. De leiders, ook meestal de enigen die (een beetje) Frans spreken. In een paar gemeenten zijn er wel vrouwelijke diakenen en er zijn zeker genoeg vrouwen met potentie, hier in de gemeenten, maar ze blijven meestal steeds op de achtergrond.
Jaren geleden heeft een van mijn voorgangsters een soort ‘train the trainers’ vrouwenclub georganiseerd, voor één of twee vrouwen van elk van de gemeenten hier in de Mono-Couffo. Het idee was dat ze zelf t.z.t. in hun eigen gemeente een vrouwengroep op zouden gaan zetten. Dus in elke gemeente een groep vrouwen, die samen bidden, samen de bijbel studeren, samen over allerlei onderwerpen praten enzovoorts. Maar het bleef maar datzelfde ‘elite’ groepje, die bij elkaar bleven komen, en die steeds toch georganiseerd bleef worden door de Mme. Pasteur Missionaire. Het werd zelfs zo, dat het leek alsof de vrouwen alleen bleven komen voor de royale (!) reisvergoeding die ze steeds kregen. Drie jaar geleden is deze vrouwengroep gestopt en intussen is er nergens een vrouwengroep opgestart. Jammer, het idee van ‘train the trainer’ was niet zo gegaan als gehoopt.                Al vanaf het begin dat ik hier was, hoorde ik zo nu en dan dat er van mij verwacht werd om die vrouwengroep weer op te starten. Ik had inmiddels gehoord en gelezen wat het idee was in het begin met die georganiseerde vrouwengroep en wat ervan gekomen was en waarom het gestopt was en ik had geen zin dit weer op die manier te doen. Wij zijn hier niet om het allemaal te doen voor de kerk, maar om te begeleiden, te ondersteunen en te stimuleren om zelf een levende kerk van Jezus Christus te zijn.
Ik heb twee weken geleden op de kerkenraadsvergadering een idee uitgelegd. Ik had een mooie geplastificeerde poster gemaakt voor elke gemeente één, met de oproep, dat de vrouwen een heel verantwoordelijke taak in de kerk hebben, dat ze een zegen zijn voor de gemeente en een voorbeeld zijn voor hun kinderen, voor de gemeente en voor hun omgeving (hun dorp). Ik spoorde ze aan om samen een groep te gaan vormen, alle vrouwen, jong en oud, met of zonder kinderen. In elke gemeente een groep vrouwen. Ze moeten zelf het initiatief nemen en als ze vragen hebben, kunnen ze mij of Joe vragen om eens te komen praten. We willen ook best wel eens een onderwerp met ze onderzoeken en bespreken.
De ouderlingen moesten dit voorstel in hun eigen gemeente  voorleggen aan de vrouwen en hun aansporen dit daadwerkelijk te gaan doen. Ik hoopte en bad dat het iets zou gaan worden, maar ik twijfelde wel een beetje…..
Maar……. gisteren in Dogbo, na kerktijd, vroeg de ouderling of wij (Joe en ik) met de vrouwen wilden spreken. Het leek hun een goed idee om een vrouwengroep te beginnen, maar ze wilden nog even wat uitleg wat er van hen verwacht werd. Mooi he!
We hebben nog eens uitgelegd dat zij, als vrouwen, een zegen zijn voor de kerk en dat het zo mooi zou zijn als ze samen tijd namen om met elkaar te bidden, te praten, te leren, maar ook samen te lachen en te huilen en te praten over hun eigen belevenissen en ervaringen. Het is hun eigen verantwoordelijkheid om dit te organiseren, zij zijn volwassen christelijke vrouwen, de ruggengraat en voorbeeld voor de gemeente. Ik wil er wel eens bij zijn, maar het is hun kerk, de gemeente van kinderen van God.
Ze leken enthousiast en ik merkte dat een paar hier ook behoefte aan hadden en ze bedankten mij, dat ik hen hiervoor aanmoedigde. Volgende week zondag gaan we naar één van de andere kerkjes. Dan zullen we ook vragen of we nog even met de vrouwen kunnen spreken over de vrouwengroep. Aanmoedigen, een voorbeeld geven, misschien nog wat begeleiden, maar zelf hun verantwoordelijkheid nemen, zo moet het gaan!
En onze manier van helpen wordt begrepen! Vorige week spraken we met een jongen uit een van de gemeenten, die zijn in zijn laatste jaar zit voor zijn studie biologie. Hij had geen geld om zijn laatste studiejaar af te maken. Hij vroeg of wij hem konden helpen met geld, een lening of zo. Wij krijgen echt dagelijks (soms meerdere keren per dag) vragen voor geld en leningen, we kunnen daar vaak niet aan voldoen, alleen als het écht, écht nodig is  en dan nog……. Het is vaak zo moeilijk om ‘nee’ te zeggen, de vragen zijn zo reëel en zo hartverscheurend soms. We praten er altijd samen over en maken dan samen een beslissing. Dat deden we dus nu weer, over deze vraag. Ja, iedereen wil graag studeren en de meesten hebben daar geen geld voor, er zijn wel wat nodiger vragen. Deze jongen kennen we, hij is een serieuze jongen, maar geld geven of lenen doen we hiervoor echt niet! Maar Joe had een idee. Er is taak die echt nog eens gedaan moet worden en dat alleen maar gedaan kan worden door iemand die een beetje geleerd heeft. Er zijn namelijk totaal geen statistieken van de kerken hier in de Mono-Couffo. Hoeveel belijdende leden, doopleden, mensen die geregeld komen, hoeveel catechisanten, wie is de diaken in elke gemeente, wie is de ouderling in elke gemeente, wie geeft de catechisatie, wie leidt de vrouwengroep (J)?
Joe en ik hebben een paar dagen geleden weer met deze jongen gesproken, gezegd dat we geen geld kunnen geven of lenen, maar dat hij het wel kan verdienen. We hebben hem uitgelegd wat ons idee is en hem een geplastificeerd pasje, met een stempel van de ECRB en Joe’s handtekening gegeven en een map met statistiekformulieren. De jongen vond het een heel goed idee, hij was er heel blij mee en toen zei hij iets heel belangrijks, iets wat ik al jaren geleden als maatschappelijk werker een van de belangrijkste manier van werken vind. Hij zei: ‘Je geeft geen vis, maar je leert de persoon die een vis nodig heeft zelf te vissen. Je geeft geen vis, maar je geeft een hengel!’. Hij begreep het, hij heeft het door!!
De eerste keer dat ik dit hoor van iemand hier. Hij heeft het door, dat het zo belangrijk is om het niet voor de ander te doen, maar dat je je eigen verantwoordelijkheid moeten nemen (zo ver je kunt). Daar wordt je zelf ook rijker van en het geeft je een gevoel van eigenwaarde!
En dat bedoel ik nou, de vrouwen van de kerken hier, kunnen het zelf wel en ze moeten de kans hebben om trots op zichzelf te zijn en niet altijd afhankelijk van de ander.
Maar die wijze woorden over die vis en de hengel zijn natuurlijk niet alleen belangrijk hier in Benin, ook in Nederland, geldt hetzelfde.
Onze eigen verantwoordelijkheid nemen, met de gaven die we van de Here gekregen hebben, en met hulp van Hem natuurlijk! Daar kunnen we niet zonder, niet in Dogbo en niet in Groningen!
Liefs, Marijke